Vermakelijk: Broodje Half-Om

Als enige klant in een kleine broodjeszaak in de Jordaan ben ik ben net voorzien van een zeer slechte kop koffie en het beste Broodje Half-Om van Amsterdam, gecreëerd uit vers geneden gelardeerde lever en pekelvlees zó uit het vat. Een klein wonder, dit zeer rijk belegde kadetje en het water loopt me in de mond. Zoiets moois kun je alleen in Amsterdam kopen en dan ook nog niet eens overal! Terwijl ik met goesting mijn tanden zet in deze delicatesse, zegt de eigenaresse:

“ Is het broodje goed meneer? Ik ben er namelijk niet helemaal met mijn gedachten bij.”

Ik verzeker haar, dat zij (blijkbaar) op routine een perfect broodje heeft geschapen en concentreer me weer  op het verorberen van haar culinaire kunstwerk.

“ Oh, gelukkig “, zegt ze “ Ik heb namelijk mijn vader bij mij inwonen en die heeft me vanmorgen de schrik van mijn leven gegeven.”

Ik laat me niet uit mijn concentratie halen en zonder echt te horen wat ze zegt brom ik iets tussen de ver-ruk-ke-luk-ke happen door.

Ze interpreteert dit als een teken om door te gaan met haar verhaal en zegt: “ Het gaf me echt een schok. Ik ben er nog een beetje ontdaan van. Maar laat ik bij het begin beginnen, want anders kunt u er geen touw aan vastknopen.Toen mijn moeder mijn vader ontmoette was hij zeeman. Toen ze echt verkering kregen stelde mijn moeder als voorwaarde, dat hij het zeemansleven opgaf en een baan aan de wal zou zoeken”

Inmiddels had ik mijn kunstwerk verorberd. Langzaam kwam ik weer uit mijn dromerige-genieten-van-dit-broodje-half-om-wereld terug in de huidige en kon toen mijn gehele aandacht richten op wat mij zojuist was toevertrouwd. En ik moest bekennen, dat ik er inderdaad geen touw aan vast kon knopen. De Geweldig-Broodje-Half-Om-Makende-Juffrouw, een voloptueuze door de natuur rijkelijk bedeelde, onnatuurlijk hoogblonde, ongeveer 30 jaar jonge dame,  antwoordde:

“Nee, dat snap ik, maar lâme het effe uitlegge. Mijn moeder Marie was een, hoe zal ik het zeggen, nogal bazig type en mijn vader Johan is heel meegaand en hij haat konflikten. Eigenlijk zat-ie volkomen onder de plak. Maar werken kan-ie als de besten en op de fabriek, waar hij algauw werk vond, was hij binnen de kortste keren voorman. Tegelijkertijd startte mijn moeder deze broodjeszaak. Ik heb een goeie jeugd gehad want er kwam van twee kanten  genoeg geld binnen en als enig kind kwam ik niets tekort. We konden zelfs een eengezinshuis kopen in de Watergraafsmeer!

Alleen de liefde van mijn moeder was nogal dominant bezitterig. Als ik iets wilde, dat buiten haar belevingswereld viel was het eerste dat ze zei: ‘Doe jij dat nou maar niet. Dat kun je toch niet.’ En op het laatst ga je dat nog geloven ook hè. Gelukkig is mijn vader in zijn hart nog steeds de avontuurlijke zeeman en samen hebben we heel wat dingen gedaan zonder dat mijn moeder het wist. Naar museums, tentoonstellingen en concerten. Heen en weer varen op de pont over het IJ. De Westertoren in klimmen en over de stad uitkijken. Zee vissen. Allemaal zonder dat mijn moeder dit wist, want zij was druk in haar broodjeszaak. Echte avonturen vond ik dat.

Twee jaar geleden kreeg ze kanker. Vlak voor haar dood zei ze tegen mijn vader en mij: Luister, ik wil niet worden gecremeerd. Jullie weten, dat ik slecht tegen de warmte kan, dus ik wil niet de oven in. Begraaf me maar. M’n vader en ik keken elkaar aan en ik zei:’ Eh  moeder, als je dood ben voel je niks meer hoor, ook geen warmte. ‘ Weet u wat haar reactie was?”

Ik had geen idee en zei dat ook.

“ Ze zei: Ben jíj al een keertje dood geweest dan? Nou? Hoe weet je dan dat ik niks meer voel?  Nou? Ik neem geen risico! Gewoon de grond in! Wat vindt ú daar nou van? Wat gaat ú doen: cremeren of begraven?”

Een beetje verrast door deze vraag  antwoordde ik lafhartig, dat er voor beide eindoplossingen iets te zeggen viel en dat ik mijn beslissing nog niet had genomen.

“ Nou”, zei ze “ ik zou maar niet te lang wachten met die beslissing, want je weet nooit wanneer je laatste uurtje heeft geslagen! ”

Ongerust door deze strakke verklaring keek ik naar de gelardeerde lever en het stuk pekelvlees, maar kon niets daaraan ontdekken wat mij kon duiden of deze opmerking een algemene onschuldige was of een profetische met voorkennis. Ik keek haar nog eens aan en besloot, na enig nadenken, dat haar opmerking niet persoonlijk was. Deemoedig deelde ik haar mede, dat ik vanmiddag nog mijn beslissing zou nemen.

“OK, braaf zo”  zei ze  en ging verder met haar verhaal. “Dus géén crematie….begraven! Tegen de meningen van mijn moeder was toch nooit iets in te brengen, want wat ze in haar kop had had ze niet in haar kont! Ook postuum! En daar stonden we dan, op een regenachtige  dinsdagochtend, op de Ooster Begraafplaats. Van die hele begrafenisplechtigheid is mij  bijgebleven, dat mijn vader een hele mooie toespraak hield. Maar vooral ook, dat toen de kist het graf inzakte, ik hem iedere keer een glimlach op zijn lippen zag krijgen, die hij zo snel mogelijk weer veranderde in een houten kop. Maar hij kon het niet vóór zich houden. Telkens kwam die glimlach terug. Twee dagen na de begrafenis zei hij tegen me:

‘Méé, naar de notaris.’ Daar werd het huis en de broodjeszaak op mijn naam gezet, onder voorwaarde, dat de bovenste verdieping van ons huis in de Meer ( twee slaapkamers, een badkamer en een kleine zitkamer) zijn verdere leven voor hem zou zijn. De volgende dag heeft hij, zonder afscheid te nemen, aangemonsterd op een schip naar Aziē!!”

Ze keek me met opgetrokken wenkbrauwen aan. Ik begreep de vragende blik en mompelde een beetje lacherig, dat haar vader blijkbaar vond, dat hij lang genoeg aan de wal was geweest en dat nu de overheersende reden was begraven………

Ik zag haar mijn opmerking verwerken en was al bang, dat ik wel erg oneerbiedig had gereageerd. Plotseling begon ze te grinniken en zei:

“Tja daar lijkt het wel op hè? Afijn, ik kan hem eigenlijk geen ongelijk geven. Zijn hart lag toch al die jaren op zee. Hij is nooit echt gelukkig geweest op de wal. Ik kreeg in het begin nog uit elke haven die hij aandeed een kaartje, maar het werden er steeds minder tot het ophield. En toen, eergisteren, stond hij opeens op de stoep van mijn huis in de Meer. Ik schrok me dood! Zonder enige aankondiging plotsklaps voor mijn neus! Ik dacht dat ik een hartverduistering kreeg. Van schrik gaf ik hem een opdonder om hem meteen daarna om zijn nek te vliegen. De achterlijke gedragsgestoorde mesjocheling! Toen ik een beetje was bijgekomen van de schrik en mijn knuffelhuilbui,  haalde hij opeens als een goochelaar achter zijn rug vandaan een klein Oosters vrouwtje, die daar blijkbaar al die tijd had gestaan.

Heeft-ie een Thaise pop meegenomen!! Zonder te blikken of te blozen zegt ie: ‘Dit is Mai en ze is mijn nieuwe liefde. Ze komt bij me wonen.’ Nou, ik kan je verzekeren, dat ik met stomheid was geslagen. Mijn mond hing open en ik kreeg hem niet meer dicht. Tot mijn vader zei: ‘Doe je voerbakkie dicht schat, ik krijg pleinvrees. ‘ En hij liep naar binnen en naar boven met zijn Thaise pop in z’n kielzog. “

Inmiddels was er een groep, duidelijk vaste, klanten binnen gekomen die plaats namen aan de diverse tafeltjes. Eén van hen zei: “ Ben je weer bezig over je vader en z’n Thaise pop Annie? Het zit je wel hoog hè? Gun je het je vader niet?”

Als door een wesp gestoken draaide Annie zich naar hem om en zei vinnig: “ Doe niet zo achterlijk Karel. Natuurlijk gun ik het hem. Ik kan uitstekend de zon in het water zien schijnen. En ik weet als geen ander, dat hij niet bepaald  gelukkig is geweest met mijn moeder. Maar ik vertel dit verhaal, dat jullie al kennen, aan meneer hier om hem duidelijk te maken, waarom ik vanochtend zo van streek was.”

Oh, is er weer wat gebeurd? Klonk het van alle kanten? Vertel!!! Annie ( want zo heette ze blijkbaar) liet zich geen twee keer bidden en zei: ‘Kom ik vanochtend, nog slaapdronken, in mijn pyjama de keuken binnen, zit daar mijn vader met zijn Thaise pop bloot aan de leukentafel. Ik ben in één keer klaarwakker en zeg: Jezus Pa, wat krijgen we nou weer! Is het je in je kop geslagen om zo naakt hier te gaan zitten? Mijn vader kijkt mij grijnzend aan, heel goed wetend, dat hij mij shockeert en zegt: Helemaal niet naakt hoor we hebben beiden een onderbroek aan.

Nou, onderbroek of niet, ga jullie behoorlijk aankleden, anders kom je niet aan mijn ontbijttafel, bijt ik hem toe, behoorlijk pissig. Nog steeds grijnzend zegt hij iets in een brabbeltaaltje tegen het popje. Ze staan beiden op en lopen de keuken uit ALLETWEE ALLEEN GEKLEED IN EEN TANGA’TJE!!! M’n ogen rolden zowat uit mijn kop. Mijn vader in een tangaslipje! Bij haar, met haar mooie kinderfiguurtje en strakke kleine bruine billen stond het wel leuk moet ik eerlijk bekennen, maar bij mijn vader……………. twee van de kleffe witte kadetjes met een dropveter ertussen……..brrrr”

De klanten gierden het uit en ook ik kon een glimlach niet onderdrukken. Niet eens zozeer om de situatie, maar vooral om de verontwaardigde snoet van Annie. ‘ Nou,’ zei één van de andere klanten, een jonge man met een mooie blonde baard en heel guitige pretogen, ‘Je bent nou wel zo verontwaardigd, maar ik wil wedden, dat jij ook stiekum een tanga’tje draagt’

‘Echt niet,’ zegt Annie,  ‘aan mijn lijf geen polonaise. Ik draag alleen maar stevige witte katoenen onderbroeken, waar alles inpast en je niets uit verliest. Vijf voor een tientje op de Dappermarkt’

‘Ik geloof er niets van,’ zegt Baardmans provocerend en met een grote grijns.

‘Natuurlijk wel sukkel, waarom zou ik er om liegen?’ was het antwoord.

‘Nou, ik wed om een tientje, dat je nu een tanga draagt’, daagt Baardmans haar uit.

‘ Top,’ zegt Annie impulsief, geïrriteerd, dat haar waarheidsliefde in twijfel wordt genomen, ‘ leg je joetje maar op tafel, baardaap’

‘Baardaap’ klapt een biljet van 10 Euro op tafel en prompt tilt Annie haar rokken op en showt aan de goegemeente, dat ze inderdaad een waterafstotende, anti-magnetische, bomvrije joekel van een witte onderbroek draagt. Een echte afknapper! Zo één die in vroegere kuisere jaren een directoir werd genoemd. Het is even stil in de zaak en dan zegt Baardmans:

”Allemachtig Annie, je tientje heb je gewonnen, want dit is duidelijk het tegenovergestelde van een Tanga. En toen je zei, dat alles er in paste en dat je niets kon verliezen, dacht ik eerst dat je een grapje maakte. Maar hierin kun je écht niets verliezen.” Plotseling viel hem duidelijk een gedachte in. Zijn gezicht lichtte op, hij begon te grijnzen en vervolgde heeeel lijzig: ‘Dat betekend dus lieve Annie, dat je ook je maagdelijkheid nog niet hebt verloren!!!’ Met een opeens hoogrood hoofd laat Annie haar rokken vallen en vlucht achter de toonbank.

Even was het stil in de broodjeszaak. Iedereen verwerkte de plotselinge intieme info en de reactie van Annie. En toen barstte een homerisch gelach  los. Een veelheid van al dan niet nette opmerkingen ( de meeste behoorlijk intiem eigenlijk) werden de zaak in geslingerd, waaronder ik verstond: ‘je roept maar als je ‘m wil verliezen hoor’ ‘ zal ik een tanga’tje sponsoren ?’ ‘mag ik dan deze peul? Ik wilde net een tent kopen’ ‘ zeg maar gerust TANGA met hoofdletters! Een verkleinwoord past niet!’ ‘ ik wil ook sponsoren, maar dan wil ik hem aandoen’ ‘uitdoen zal je bedoelen’

Het één en ander begeleidt door uitbundige lachsalvo’s. Ineens had Annie er genoeg van en ze gaf een enorme klap op de toonbank, waardoor het lawaai verstomde.

‘En nou is het genoeg klojo’s!’ zei ze opgewonden. ’ Nog één zo’n opmerking over mijn ondergoed of mijn maagdelijkheid en ik draai het gas uit onder de gehaktballen en schop jullie er allemaal uit.’ Deze dreiging maakte duidelijk indruk, want het was opeens weer rustig in de tent, hoewel er nog aan alle kanten besmuikte en héél zachtjes werd gegrinnikt.

Ik maakte van de gelegenheid gebruik om af te rekenen. Mijn rustige Broodje Half-Om was ineens heel vermakelijk geworden. Nog een beetje voor me uit glimlachend om alle commotie stak ik het wisselgeld in mijn zak en hoorde toen Baardmans zeggen: “ Annie, mag ik een zacht kadetje Tanga?’ En de zaak explodeerde in bulderend gelach!

Terwijl Annie een hard broodje naar het hoofd van Baardmans gooide vluchtte ik, net zo hard lachend als de rest, de straat op. Toen ik door de deur terug naar binnen keek, zag ik een hard meelachende Annie, achter de toonbank staan en bedacht dat het simpele nuttigen van een broodje half-om in een broodjeszaak in Mokum niet alleen een culinair hoogtepunt is, maar een belevenis op zich. Heel tevreden met Amsterdam, zijn onvolprezen broodje half-om en zijn kleurrijke inwoners wandelde ik de Jordaan in.

 

 

Henny Roeland
Uit de bundel Vermakelijkheden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*