Tegen onverschilligheid

| Geen reacties

Tegen onverschilligheid

Empathie is het vermogen je te kunnen verplaatsen in anderen. Met die empathie lijkt het in onze maatschappij steeds moeilijker te gaan, gelet op hoe makkelijk we anderen veroordelen en hoeveel moeite we hebben te begrijpen wie ze zijn. Uit een onderzoek van de universiteit in Michigan blijkt dat studenten wel 30 % minder empathisch zijn dan zo’n vijfentwintig jaar geleden. Daar zijn allerlei redenen voor aan te dragen, zoals digitalisering waardoor je mensen meer op het scherm dan in werkelijkheid ontmoet, of schaalvergroting waardoor je met duizenden mensen tegelijk te maken krijgt. Ook migratie, waarbij we geconfronteerd worden met vluchtelingen en asielzoekers, kan een reden zijn voor minder empathie omdat we onszelf  moeten beschermen en het vertrouwde moeten verdedigen tegen degenen die vreemd en onbekend zijn. Dan is er voor empathie minder plaats.

Nu bestaat er empathie in verschillende gradaties met cognitieve  of emotionele kenmerken dan wel met beide. Wat dat betreft is het goed op te merken dat vroeger emotie en cognitie, gevoel en verstand, tegenover elkaar werden geplaatst, bijna als tegenpolen. Het ging er dan om met verstand en rationeel handelen de emoties te onderdrukken en te proberen uit te schakelen. We kennen zelfs de karikaturen dat mannen rationeel zijn en vrouwen emotioneel en dat daarom mannen de vrouwen baas moeten zijn. Neurologisch onderzoek toont aan dat verstand en gevoel geen tegenstellingen zijn maar nauw in elkaar liggen verstrengeld, dat ons verstand voor zo’n 75 procent uit emoties bestaat en dat die emoties zelfs de motor van ons functioneren zijn.

Iedereen kent wel voorbeelden van de tragiek van een scheiding. Na maandenlange ruzies, onenigheden over geld en gevechten over de voogdij van de kinderen gaan de partners eindelijk uit elkaar en zegt de één dan blij te zijn dat de scheiding achter de rug is en zelfs gelukkig om weer onafhankelijk en alleen te zijn. Maar op datzelfde moment komen de tranen te voorschijn die aangeven hoe verdrietig iemand is. Ze geven iets anders aan dan de woorden die worden uitgesproken. We hebben hier volgens Daniel Goleman feitelijk te maken met twee geesten, één die denkt en één die voelt. Deze twee fundamenteel verschillende manieren van weten staan met elkaar in wisselwerking en construeren ons tot wie we zijn. Op de een of andere manier geeft het hart, symbool van de emotie, een andere zekerheid dan het hoofd, symbool van onze rationaliteit. Beide werken in de regel nauw samen, vormen een balans die we nodig hebben voor onze weg door de wereld. ‘Er bestaat een verfijnde coördinatie tussen deze twee geesten’, schrijft Goleman, ‘gevoelens zijn voor het denken van essentieel belang en gedachten zijn onmisbaar voor gevoelens.’

Het gaat dus om evenwicht, niet om emotionele onderdrukking zoals de vroegere stoïcijnen en hun vele volgelingen verkondigden. Maar onlangs pleitte Ignaas Devisch onder andere in het dagblad Trouw voor meer onverschilligheid en minder empathie. Hij gebruikte daarbij het voorbeeld van de tweejarige Wang Yue die in een stad in China door een bestelwagentje was aangereden en ernstig gewond achterbleef. Liefst achttien mensen liepen eraan voorbij  of reden er met een bocht omheen en zelfs een tweede bestelwagen reed over het kind heen. Uiteindelijk probeerde een vuilnis opraapster het kind te redden, maar toen was het te laat. Het kind overleed later in het ziekenhuis. Veel mensen, in en buiten China, reageerden heftig verontwaardigd. Als je die mensen zou vragen wat zij zelf gedaan zouden hebben, zegt Devisch, dan zeggen ze allemaal dat ze het kind geholpen hadden. Dat vindt hij emotioneel geklets. Wij vinden altijd dat anderen mensen in nood moeten helpen omdat we denken dat wij dat zelf ook altijd doen. Maar dat is helemaal niet waar. Onderzoek toont dat ook aan. Doch we worden heel kwaad als anderen dat kind niet helpen en schelden hen uit voor moordenaars. De sociale media puilen dagelijks uit van verontwaardigde reacties, schrijft Devisch. ´Het kan gaan om een vader die zijn kind een klap geeft, een politicus die dure champagne drinkt, een restaurantmedewerker die eten op de grond laat vallen en het daarna opnieuw op het bord legt. Dan roepen we ´tiran´, ´zakkenvuller´ of ´smeerlap´ en we verlenen onszelf absolutie.´ Naar al die verontwaardiging moeten we volgens Ignaas Devisch niet luisteren, want ze is vals en gaat uit van een morele zuiverheid die niet bestaat.

Dat is volgens mij wel waar, maar dan moeten we het irrationele in het gedrag van de verontwaardiging aan de orde stellen en niet alle emoties terzijde schuiven. Volgens Devisch geldt voor empathie hetzelfde als voor verontwaardiging. Beide zijn van hetzelfde laken een pak. Daarmee interpreteert hij echter empathie als een louter emotionele aangelegenheid, terwijl het bij empathie juist om de balans gaat tussen verstand en gevoel. Het is bovendien onzinnig en onmogelijk om tegenover iedereen in dit land empathisch te zijn. Daarmee maakt hij van empathie een karikatuur. Maar hij gaat nog een stap verder en spreekt over een empathisch teveel. Hij vindt dat er teveel empathie is  en wil deze vervangen door onverschilligheid. Daarmee wordt hij een aanhanger van de oude Romeinse filosofie van de Stoa en kan hij een stoïcijn genoemd worden. Alle emotie de wereld uit. Met grote stelligheid schrijft Devisch dat werkbare onverschilligheid een noodgedwongen ontlasting vormt van het morele systeem opdat we ons niet aanhoudend hoeven in te leven in alle leed en ellende van de wereld.

Het is onvoorstelbaar hoe een Vlaamse professor anno 2018 emotie loskoppelt van rationaliteit, van emotie een karikatuur maakt en verontwaardiging, empathie en passie wil vervangen door onverschilligheid. Het lijkt erop alsof hij al het tijdperk van de robots omarmt die de plaats van mensen innemen en zuiver technisch functioneren, geen emotie bezitten en ongevoelig zijn voor de pijn en het verdriet van het menselijk bestaan.

Bij ontwikkelingen en verschuivingen in de maatschappij spelen meestal altijd meer redenen, meer oorzaken een rol en moet men oppassen voor een monocausale verklaring. Als men zich tot één verklaring beperkt, richt men al zijn pijlen op die ene oorzaak alsof daarmee alle problemen worden opgelost. Bijna altijd komt men dan bedrogen uit. In feite doet professor Devisch dat ook door zijn enge (karikaturale) opvatting van empathie als enige oorzaak aan te duiden die vervolgens door onverschilligheid teniet kan worden gedaan. Als we ergens tegen moeten zijn dan is het tegen onverschilligheid.

 

Piet Winkelaar

januari 2018

 


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven