Mensen hebben verhalen, dieren niet

Dieren lijken het soms makkelijker te hebben om met pijn en ellende om te gaan dan mensen.  Misschien dat we teveel denken en prakkezeren, misschien dat we moeite hebben ons lot te aanvaarden. Wanneer we geconfronteerd worden met de tijdelijkheid van het bestaan, wanneer we mislukking en nederlagen oogsten in plaats van overwinningen en we het uitschreeuwen van de vreselijkste pijnen, zijn we vaak ten einde raad en we lijken het daarmee moeilijker te hebben dan de andere levende wezens die zich bij dergelijke situaties meer schikken in hun lot. Maar in tegenstelling tot de dieren en andere levende organismen om ons heen, beschikken wij over meerdere mogelijkheden om met die faculteiten van het bestaan om te gaan. Een eerste – en voor ons de meest geaccepteerde mogelijkheid –  bestaat uit het genezen en behandelen van ziekte, lijden en verdriet en het verbeteren van de leefomstandigheden. De tweede mogelijkheid die ons ook sinds de oudheid in oude mysteriën en veel religieuze mythen is overgeleverd betreft de beproeving van lijden en doodsangst te aanvaarden. Ze horen bij het leven en door het ermee uit te houden verwerf je kracht en wijsheid waarmee je velen tot steun bent. Een derde mogelijkheid is dat we de ogen proberen te sluiten voor lijden, vernietiging, mislukking en ondergang, dat we ons laten verdoven voor onvermijdelijk lijden en een gewisse dood. En een vierde mogelijkheid is dat we verhalen hebben waarmee we de kortstondigheid van het bestaan, het onoverkomelijke lijden en verdriet, bezweren en nieuwe perspectieven schetsen.

Al deze mogelijkheden staan niet los van elkaar maar liggen in elkaar verstrengeld, vloeien samen, lopen dooreen en infiltreren elkaar. Maar van al die mogelijkheden zijn de verhalen waarschijnlijk het belangrijkste. Zonder verhalen waren we niet geworden wie we zijn. Ze maken ons tot mens. Door verhalen worden we ons bewust van de tijdelijkheid, de broosheid en kwetsbaarheid van het bestaan, maar daardoor weten we er ook mee om te gaan. Onze verhalen gaan over levende wezens, over dieren, mensen en goden die duidelijk maken wie we zijn en tot welke mogelijkheden we in staat zijn. Ze kunnen ons moed en kracht bieden, ons aanzetten tot bovenmenselijke inspanningen en laten zien hoe je tegenslagen te boven komt en met de wederwaardigheden van het bestaan kunt omgaan. Verhalen kunnen ook laten zien hoe het mis kan gaan, hoe je in handen valt van misdadigers die dood en verderf zaaien of van hen die gouden bergen beloven doch alleen maar hongersnood en ellende veroorzaken.

Mensen beschikken over verhalen die andere wezens niet hebben. Wij vertellen elkaar en onszelf verhalen waarmee we de tijdelijkheid van het bestaan het hoofd te bieden, waarmee we de lotgevallen een plaats geven en de omstandigheden naar onze hand proberen te zetten. De meeste andere levende organismen kunnen dat niet. Maar ondanks de overlevingsdrang van alles wat leeft, ondergaan die organismen en veel andere levende wezens de tijdelijkheid van het bestaan, hun teloorgang, hun lijden en dood, met een gratie waar wij jaloers op kunnen zijn. Het is  alsof ze zich met een vanzelfsprekendheid overgeven aan het grote verband dat ze dienen en zich schikken in hun lot. Ze hebben vaak van nature een amor fati waardoor ze met souplesse, ja zelfs speels, omgaan met de paradox van het bestaan, met die grondwet van leven en dood waaraan alles wat leeft ondergeschikt is. Wij mensen kunnen dat minder goed, wij worstelen met verlies, met verdriet, pijn en sterfte. We hebben verhalen nodig om dat aan te kunnen, om mogelijkheden te vinden ermee om te gaan, om evenals al die miljarden organismen, klein en groot, het leven te leven dat ons gegeven is. Al duizenden jaren hebben we verhalen die ons hebben doen overleven, verhalen waarmee we het met de ervaring van mislukking, lijden en dood hebben uitgehouden. Het is de moeite waard naar die verhalen te kijken en te ontdekken waarin hun kracht ligt. Denk niet te gauw dat de verre voorouders die tot deze verhalen kwamen, dom waren of minder slim dan wij. Ik vermoed dat zij zelfs de condities van het menselijk bestaan beter konden doorgronden omdat ze in heel andere omstandigheden vaak dichter bij het dagelijks overleven stonden en probeerden, soms ook wisten, hoe lijden en dood te overwinnen.

 

Oude verhalen

 

In veel oude culturen bestaan verhalen die voor mensen een steun waren te midden van de vaak zware omstandigheden en gebeurtenissen die hun leven teisterden. De dieren, mensen en goden uit die verhalen zijn voorbeelden van hoe verlies wordt omgezet in een overwinning, pijn en lijden een zegepraal kunnen opleveren, hoe ieder einde een nieuw begint vormt en de dood bron van nieuw leven kan zijn. Het is moeilijk die verhalen onbevooroordeeld te lezen omdat wij denken het beter te weten, maar we zouden dat meer moeten proberen. We noemen die verhalen mythen en velen denken dan aan onzinnige verhalen. Dat komt omdat men toentertijd geen onderscheid kende tussen fictie, non fictie en poëzie. Er bestond geen geschiedschrijving. Volgens de mythedeskundige Joseph Campell zijn mythen actuele verhalen die het hier en nu vorm en betekenis geven. Het zijn verhalen waarin men leefde, meer gedichten die inspireerden en kracht gaven. Wie mythen interpreteert als geschiedschrijving brengt ze om zeep, begrijpt er niets van. Doch je moet volgens Campell wel in staat zijn tot enige hermeneutiek.

Ik probeer op een dergelijke manier naar de mythen van de oude Egyptenaren te kijken. In het oude Egypte brengen de overstromingen van de Nijl dood en vernieling, maar op de drooggevallen oevers ontstaat later nieuw leven, er groeit graan en men maakt brood. De Egyptenaren vertellen elkaar dat leven en dood  een eenheid vormen en niet zonder elkaar bestaan. Hun verhalen zijn voor ons niet gemakkelijk te begrijpen want het is mogelijk (ik beschouw dat als een hypothese) dat ze geen zelfstandige naamwoorden kenden maar voornamelijk werkwoorden. Dat zou betekenen dat alles zich naast en door elkaar beweegt, verandert en in die zin een eenheid vormt. Ze vertellen elkaar het verhaal van de zon die alles verlicht en verwarmt, aan het einde van de dag ondergaat, maar waarmee ze nauw verbonden zijn en er enigszins mee samenvallen. Ze noemen de zon Ra en die laat hen nooit in de steek want iedere dag komt hij weer terug. Ra is meer dan een voorbeeld zoals ook de scarabee dat is, die in hun ogen de donkere hindernissen van het bestaan overwint, onder de grond verdwijnt maar bij zonsopgang weer te voorschijn komt. Daaruit put men kracht en moed om de dingen te doen die men moet doen. Zo weten de Egyptenaren zich in hun mythen nauw verbonden met Ra, met de scarabee en al het andere. Op deze manier kunnen ze het leven aan en lijken ze meer opgewassen tegen lijden en dood.

Zo zit ik nu naar de oude verhalen van de  Grieken en Romeinen te kijken en naar de mythen van boeddhisten en christenen. Ik beschouw ze meer als poëzie en kan dat iedereen aanbevelen.

 

Mei 2018

Piet Winkelaar

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*