Het levensverhaal: spiegel van het bestaan. 

De menselijke levensloop is een boeiend gegeven. Binnen de literatuur is het zelfs een eigen genre. Als je rond kijkt in een boekwinkel treft je  heel wat biografische titels aan: werken van bekende personen uit kunst en cultuur in de vorm van dagboeken, brieven,  terugblikken, gedachten en herinneringen.

Vaak zijn het mensen met een bekende naam, maar steeds meer  ontdek je tussen de rijen boeken namen van onbekende  schrijvers die een heel specifieke ervaring op schrift hebben gezet. We kunnen gerust zeggen dat er een grote belangstelling bestaat voor levensverhalen.

Lezers zijn benieuw hoe mensen in bijzondere of moeilijke situaties in het leven daarmee zijn omgegaan. Anne Frank  en Etty Hillesum zijn daar bekende voorbeelden van. In autobiografische literatuur kunnen brieven, herinneringen en dagboeken het leven alsnog overzichtelijk maken. Ze zetten de gebeurtenissen in een bezielend verband, en groeperen gedachten en gevoelens, die zich in zo voortdurende  willekeur aan ons voltrekken tot literatuur (1).

Misschien kun je wel zeggen dat alle literatuur min of meer autobiografisch is, het proza geeft  je immers de gelegenheid je eigen emoties en denkbeelden onder woorden te brengen..

 

Het was Goethe, die als een van de eerste schrijvers,  een moderne roman schreef, “Die Leiden des jungen Werthers“. Het boek is  in briefvorm geschreven. Het gaat hier niet om heldendaden en avonturen, maar over een liefdesaffaire. We lezen geen reacties van andere personen , niets over troost of enige reflectie. De briefschrijver staat er alleen voor.
Goethe schrijft dit boek in een tijd waarin mensen zichzelf als persoon, als eenling gaan ervaren. Het verhaal is sterk autobiografisch en op zijn eigen verliefdheid op Lotte Buff in 1772 geïnspireerd. (2)

Niet alleen gerenommeerde auteurs doordesemen hun literaire werk met autobiografisch materiaal, steeds meer ‘gewone mensen’ pakken de pen en houden dagboeken bij. Ondanks het telefoon-tijdperk  lijkt het erop dat  de interesse voor het schrijven toeneemt. De cursussen autobiografisch schrijven in  het vormingswerk en de volwassen educatie mogen zich in een grote belangstelling verheugen.

Deze tijd.

Wat zou de diepere grond kunnen zijn voor de belangstelling van de menselijke levensloop in deze tijd? Waarom willen wij zo graag elkaar op de hoogte stellen van onze wederwaardigheden? Waarover hebben wij elkaar iets te vertellen? Ieder van ons weet dat we als tijdgenoten ook lotgenoten zijn in een wereld met overweldigende problemen en nauwelijks nog op te lossen vraagstukken. De hedendaagse mens lijkt een thuisloze geworden, op zoek naar nieuwe waarden en normen.

In de achter ons liggende eeuw was de familieband — zeker op het platteland — nog zeer sterk. De mens van deze tijd heeft veel zekerheden verloren. De eens zo veilige bedding van kerk, geloof en tradities is sterk uitgesleten. Normen en voorschriften voor allerlei levenssituaties worden  niet meer als vanzelfsprekend aanvaard. Dat betekent onder meer dat mensen los komen te staan van vroegere vertrouwdheden  en omgangsvormen. Het verlies van deze zekerheden is voor sommige mensen een pijnlijk gegeven, zeker als zij  merken dat jongeren, waarvoor zij zich verantwoordelijk voelen, weinig of geen verbinding meer hebben met een of andere vorm van het vertrouwde normenstelsel. Op welke manier zou deze ontwikkeling het zinvolle van onze tijd kunnen verhogen als de beantwoording van levensvragen niet meer  geschiedt door tradities of gewoonten ? Zou het zo kunnen zijn dat inzicht en het ontwikkelen van nieuwe vermogens van het zielenleven zich  doen gaan gelden om hiervoor een antwoord te vinden ? Heeft niet de mens in het diepst van zijn ziel de onvernietigbare drang naar zelfkennis, vrijheid en liefde tot de ander ? (3)

Synchroon met de belangstelling voor de persoonlijke ontwikkeling en de menselijke levensgang loopt de belangstelling van de maatschappelijke ontwikkeling van de mens, twee aspecten van een proces. De vraag: “hoe ben ik geworden die ik nu ben?” wordt veelvuldig gesteld. Sociologen beschrijven het socialisatieproces  en geven  een antwoord op de vraag hoe je lid wordt van de maatschappij.

Als hbo-docent heb ik in de loop der jaren heel wat studenten ontmoet die geboeid werden door hun eigen ontwikkelingsproces. De scripties, die zij over hun socialisatie schreven waren  een uiting van  behoefte aan zicht op de eigen afkomst.

De sociologe Lillian Rubin vraagt zich af welke maatschappelijke stagnaties de ontplooiing van mensen tegenhouden. De langdurige afhankelijkheid noemt zij een biologisch feit. De manier waarop het gezin echter wordt georganiseerd is een sociaal gegeven en daar kun je iets aan veranderen. Veel ervaringen uit de kindertijd zijn van dominant belang. Alice Miller schrijft hier indringend over in haar boeken ‘In de beginne was er opvoeding’ en ‘Het drama van het begaafde kind’.

Is het gezin waarin  een kind geboren wordt voor elk kind uniek en komt elk kind op zijn eigen tijd en op zijn eigen plek daar terecht ? Vragen die gemakkelijk met een schouderophalen zijn af te doen of als onwetenschappelijk naar het land der fabeltjes zijn te verwijzen.(4)  Biografisch onderzoek maakt ons echter wakker voor de geheimen van het leven. De zin van de jeugd blijkt pas later en wat de mens als volwassene is, verklaart de betekenis van zijn kindertijd. Deze voor-lopige en terug-lopende zingeving wijst de weg naar de verheldering van ons bestaan (5)

Het biologisch feit dat we afhankelijk zijn als kind, gecombineerd met de unieke ervaringen om ons heen in die periode, hebben belangrijke invloeden gehad voor onze verdere ontwikkeling. Veel mensen zitten — ook als volwassene — nog vast aan het kind in zichzelf. Dat kind wil verzorgd worden en zou graag geloven dat die unieke band ook echt bestaat tussen moeder en kind, waarvan sommigen zeggen, zoals Bowlby (5) , dat de natuur tijdens het geboorteproces een band kweekt om in leven te kunnen blijven.

Anderen vinden daarentegen dat moederbinding zelf óók een sociaal product is en geen biologische noodzaak. Lillian Rubin zegt  dat er al vanaf  de geboorte een begin, een zweem van een besef van eigenheid is en dat dit  de eerste in een reeks van vele scheidingen is die we allemaal zullen meemaken.(6)

De ontwikkeling gaat voort, het kind groeit, het kruipt, staat rechtop, loopt los en leert ‘ik’ en ‘jij ‘zeggen. Het kind is aangekomen in het heen en weer slingeren van verlangen naar scheiding en eenheid. Zo zien we de kwetsbaarheid van het jonge kind dat tot in volwassenheid zijn sporen blijft dragen. Zowel verlangen naar eigenheid, gescheiden zijn van de ander, als de behoefte aan tweeheid, lijkt diep in de mens verankerd.

In de relaties zien we deze worsteling rond scheiding en eenheid keer op keer. Soms storten mensen zich gretig in een verhouding, dan weer trekken zij zich terug, alsof er gevaar dreigt. Enerzijds hunkert de mens naar intimiteit, daarnaast voelt hij zich onbehaaglijk als de ander hem te nabij komt. Het is nog steeds het kind in de mens dat deze angsten heeft. (7)

 

Mens en wereld.

Het leven van de mens wordt vaak gezien als de opeenvolging  van de seizoenen. De lente voor de jeugd, de zomer voor de volwassenheid en de herfst voor de levensavond. In de cyclus van de natuur zien we na een quasi doodse winter in het voorjaar weer het nieuwe leven ontluiken. Dat geeft ons vaak een gevoel van hoop.  Het is tegelijkertijd ook een symbool voor het voortbestaan, voor nieuwe impulsen en nieuwe geboorteprocessen.

Als iemand echter langdurig in nood  verkeert  vervreemdt hij van zijn wezenlijk bestaan en heeft hij nog nauwelijks oog voor de veranderingen tijdens de seizoenen. Door vereenzaming of door ziekte kunnen mensen zich weggezet  voelen in de hoeken van de samenleving.

Ook omstanders, zoals familie en hulpverleners kunnen daardoor van slag raken. Naast  persoonlijke problemen, waarmee we kunnen worden geconfronteerd, raken ook de problemen in de wereld ons steeds meer. Het brede scala van de massamedia is er debet aan

dat we op elk uur van de dag het wereldgebeuren van nabij kunnen meemaken. De individuele lijn in het leven wordt meer en meer met die van de mensheid en de wereld verbonden. In hoeverre houden wij ons daar afzijdig van of verbinden we ons met het lot van de wereld?                                                                                                                          

 

De biografie van de individuele mens.

 

Elk mens heeft een geheel eigen, unieke geschiedenis, die van grote betekenis is voor de totstandkoming van het persoonlijk bewustzijn. Het leren kennen van het geheel eigene — bijvoorbeeld iemands geschiedenis of levensverhaal — kan het persoonlijk bewustzijn en het proces van de eigen ontwikkeling sterk bevorderen. Als de aandacht gericht wordt op wat men werkelijk heeft meegemaakt, hoe men thans het leven vorm geeft en wat men van de toekomst zou willen maken, dan kan het niet anders dan dat het leven niet meer wegvloeit als water tussen de vingers…

 

Noten

 

  1. Ten geleide in Privé-domein 1966-1984. Amsterdam, De Arbeiders Pers, 1984.
  2. Ernst Beutler, Toelichting bij Goethe, ‘Die Leiden des jungen Werthers’. Stuttgart, Reclam, 1983.
  3. Georg Hartmann, Opvoeden uit inzicht, Zeist, Vrij Geestesleven, 1977 (
  4. Karl König, Waarom ben ik mijn broertje niet?, Rotterdam, Christofoor, 1977.  
  5. John Bowlby, Moederlijke Zorg, Purmerend, J. Muusses, 1957.
  6. Lillian Rubin, Intieme Vreemden, Baarn, Ambo, 1983
  7. idem

 

Gabriël Prinsenberg

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*