Geen verlossing zonder kruisiging

Het grootste vraagstuk in de menselijke geschiedenis is ongetwijfeld  hoe om te gaan met de tijdelijkheid van het bestaan, met verlies, pijn en verdriet. [Pijn verwijst meestal naar het lichaam, verdriet is meer iets van de geest hoewel die twee niet los van elkaar staan. Maar als pijn en verdriet beide in hevige mate vorm aanwezig zijn benoemt men dat in de regel met lijden.] Nu is het meestal zo dat iedereen verlies, pijn en verdriet op een andere manier en in verschillende mate beleeft. Dat maakt pijnervaringen tot een bijzonder verschijnsel omdat het afhankelijk is van wat je eerder hebt meegemaakt, hoe je bent opgevoed en opgegroeid en hoe je geleerd hebt deze zaken te benaderen. Een topsporter ontwikkelt een andere pijngrens dan een kantoorklerk. Ieder mens is anders, uniek. Maar die verschillen gelden nog meer tussen volken en culturen. Mensen in veel Arabische en Afrikaanse landen zijn vaak meer gewend ontberingen het hoofd te bieden dan westerse mensen die meestal minder kunnen verdragen. Dan speelt ook de tijd waarin mensen leven een rol. In de vroege Middeleeuwen zal men verlies en pijn anders hebben ervaren dan wij, omdat de omstandigheden heel anders waren, de dood dagelijks aanwezig was, het eigen samenlevingsverband, het eigen volk, centraal stond  en de individualiteit (eigen ziel en zaligheid) veel minder was ontwikkeld. Ten tijde van de oude Grieken en Romeinen zal het weer anders zijn geweest. Er zijn argumenten te leveren voor de stelling dat verlies en lijden heden ten dage veel erger worden beleefd dan vroeger en in de oudheid. In ieder geval spelen omstandigheden, cultuur, tijd en gewenning een grote rol  waardoor een  objectieve benadering moeilijk en gewaagd is. Dat neemt niet weg dat voor een bevolkingsgroep in ongeveer dezelfde omstandigheden geprobeerd wordt  een gemiddelde pijngrens vast te stellen om op die manier iets te kunnen doen aan pijnbehandeling en mensen te ondersteunen bij het omgaan met verlies, dood en lijden.

 

Tegenwoordig worden pijn en verdriet zoveel mogelijk bestreden. Pijn hoort niet en dient meteen met wortel en al te worden uitgeroeid. In ziekenhuizen zijn er aparte afdelingen voor pijnbestrijding. Er is bijna sprake van een oorlog tegen lijden en dood want dat zijn de ergste dingen die mensen kunnen overkomen. Verschillende deskundigen, profeten en wetenschappers, beweren zelfs dat we eeuwig kunnen blijven leven, dat de dood een hindernis is die spoedig uit de weg zal worden geruimd of dat het echte leven pas begint na de dood. Via een ingreep of met medicijnen kunnen doctoren ons helpen en genezen, en zelfs voor een zachte dood zorgen. Meestal zeggen artsen ook daartoe in staat te zijn, maar dan zijn we ontevreden als we horen dat het niet is gelukt, als mensen met pijn en verdriet niet zijn plat gespoten en de dood niet volgens wens tot stand is gekomen. In veel gevallen voelen we ons slachtoffer en klagen we de maatschappij aan omdat die ons onvoldoende behoedt voor lijden en dood.

Natuurlijk zijn er tegenwoordig veel meer dan vroeger talloze mogelijkheden om ‘onnodig lijden’ te voorkomen, om pijn te behandelen en mensen zacht te laten inslapen. Wetenschap en techniek stellen ons in staat een comfortabeler leven te leiden dan onze voorouders, maar het kan wel eens zijn dat we mede daardoor meer lijden dan de mensen vroeger. We kunnen er steeds slechter tegen, de pijngrenzen zijn in hoge mate verlegd en doordat we pijn en verdriet alleen maar bestrijden en vervloeken en mislukking en ondergang als onze grootste vijanden zien, is iedere smet van lijden en verdriet een dolksteek op ons blazoen. Ik denk dat vooral het medische bedrijf daar verantwoordelijk voor is. Het zijn de artsen en specialisten die al decennia lang verkondigen dat zij pijn en lijden ongedaan kunnen maken en dat zij zelfs mensen een pijnloze dood kunnen bezorgen waardoor ze vormen van amor fati hebben geblokkeerd en bijna onmogelijk hebben gemaakt. De vertegenwoordigers van die medische wereld hebben met  goede bedoelingen en hun dik betaalde boterham de zuurstof weggenomen die noodzakelijk is voor vuur, passie en levenszin.

Waarom ging de lamp uit, vraagt de  dichter Rabindranath Tagore. De lamp ging uit, zegt hij,  omdat ik die met mijn mantel wilde beschermen tegen de storm. Daarom ging de lamp uit. Pijn en verdriet, mislukking en ondergang vormen de zuurstof voor het besef en de bewustwording dat leven tijdelijk is en een geschenk vormt om er te mogen zijn.

In de negentiende eeuw schreef Oscar Wilde dat pijn het medium vormt waardoor we ons bewust worden van het bestaan en de filosoof Cornelis Verhoeven betoogt dat verdriet en lijden in onze cultuur het meest worden verdrongen en een taboe vormen. Pas als we dit taboe doorbreken, zo schrijft hij, kan er een andere samenleving ontstaan waar het besef van lijden en dood een ankerpunt vormt in plaats van dat we dit verbergen en er niet aan willen denken. De Pool  Lesek Kolakowski noemt pijn het enige middel om aan de narcotisering van de maatschappij te ontkomen. Roek Lips, die een boek maakte over zijn verongelukte zoon, schrijft dat als mensen hun pijn en verdriet durven te verduren en daar met een open hart in gaan staan, dat dit ze schoonspoelt. In dit schoonspoelen vloeit een nieuwe vorm van inspiratie toe. Mensen worden als het ware door de pijn schoongewassen.

Deze uitspraken sluiten aan bij wat de oude Egyptenaren, Mesopotamiërs en Indiërs bedoelden met hun liefde voor het kruis dat verwijst naar zowel de horizontale als de verticale dimensie, naar zowel lijden als geluk. Het kruis staat voor verlies en overwinning, voor lijden, dood en opstanding. Er bestaat geen verlossing zonder kruisiging. Daarmee doel ik nog niet op het lijdensverhaal van de Christus. Dat is in de eerste eeuwen binnen het Romeinse Rijk daarvan een voorbeeld, een concretisering, en dient niet als de enige en verabsoluteerde vorm van die oude wijsheid te worden opgevat. De opvatting die achter het symbool van het kruis schuilgaat is ouder dan het christendom en is ook terug te vinden in het oude India, China en Mexico en heeft te maken met hun overtuiging dat het pijnlijke en vreugdevolle, opgang en ondergang elkaar nodig hebben en niet buiten elkaar kunnen bestaan.

Onze moderne medici  hebben hier de spot mee gedreven en verkondigen dat ze aan al het lijden en aan een pijnlijke dood een einde maken. Ze houden met hun toverkunsten en verdovende middelen ons een leven voor waar pijn en lijden zijn uitgebannen en onder controle gebracht waardoor het taboe daarop groter is dan ooit in de geschiedenis. We zullen spoedig zien dat daarmee ook aan geluk, plezier en levensvreugde een halt wordt toegeroepen, want het een kan niet zonder het ander, geluk bestaat niet zonder verdriet en levensvreugde niet zonder lijden.

 

april 2018

Piet Winkelaar

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*