Filosofie is interesse

“Ik ben gewoon pragmatisch”, hoor ik mensen weleens zeggen. Waarschijnlijk niet toevallig tegen mij. “Wat kun je met filosofie?”, “Filosofie is zo zweverig” en “Filosofie is vaag” passen ook in dit rijtje. Het zijn uitingen van de tirannie van de middelmaat, waarvoor niemand die een keer het denken heeft geproefd, zal zwichten, aldus de Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven in Inleiding tot de verwondering (1967). Hij bevestigt hiermee eerder vooroordelen over het elitaire en ‘vage’ karakter van de filosofie dan dat hij ze relativeert. Toch is zijn visie op filosofie interessant. Sterker nog, filosofie is interesse. Hoe zit dat?

Laat ik allereerst Verhoeven preciezer weergeven. We doen de filosofie ‘het grootst denkbare onrecht aan wanneer we haar beschouwen als een levensvreemde aangelegenheid voor mensen die toevallig een speculatieve instelling hebben, maar verder geen vlieg kwaad doen’. Uitspraken als “Eerst leven, dan filosoferen” en ‘de populaire tegenstellingen tussen theorie en praktijk, tussen de boekenwurm en de man van het volle leven zijn door en door vals’. Deze uitingen komen overeen met wat filosofen van nu vaak horen. Verhoeven noemt ze de tirannie van de middelmaat.

Het woord middelmaat is een maat die niet van binnenuit, vanuit de spanningen van het ik of de dingen wordt bepaald, maar van buitenaf. Menselijke maten kun je niet automatisch hanteren, aldus Verhoeven. In de middelmaat gebeurt dit wel automatisch.

Zo raakt de menselijke maat verloren. Daarom is middelmaat tiranniek, stelt Verhoeven.

De tirannie bestaat hierin, dat ‘het andere’ volstrekt wordt uitgesloten en daarmee de verwondering, de vervreemding en de verrassing.

Als je je ergens over verwondert, dan word je een wereld openbaar die voor kort een andere wereld was en nu de eigen wereld blijkt te zijn of omgekeerd. Filosofie is verbonden aan openheid. Verhoeven sluit aan bij de bekende uitspraak van Plato dat verwondering het begin is van de filosofie, maar benadrukt vooral wat er gebeurt als je filosofeert. Ook als filosofie niet je vak is.

Verwondering komt onder andere voort uit een ervaren tegenstelling tussen het gewone en het ongewone. Dat wil zeggen, als het ongewone bij nader inzien gewoon blijkt te zijn of het gewone zich van een ongewone kant laat zien. Dit schommelen van ‘hee, wat ik raar vond, is eigenlijk heel gewoon’ naar ‘hee, ik dacht iets te begrijpen, maar het zit heel anders in elkaar’ is wat er gebeurt als je je verwondert. Ook zorgt taal voor verwondering; twijfelachtige begrippen als ‘gewoon’ en ‘ongewoon’ brengen de verwondering op gang.

Als je in je leven niet wilt ervaren wat ‘ongewoon’ is, weet je ook niet wat gewoon betekent. Hiermee omschrijft Verhoeven een gesloten, niet-beschouwelijke houding. Als je je afsluit voor ‘het andere’ of het ‘ongewone’, dan is het ‘gewone’ niet echt aanwezig in je. In dat geval kun je je hoogstens verwonderen, stelt Verhoeven, in zeer gedegradeerde vorm. Namelijk als impuls tot het verwijderen van datgene wat ongewoon dreigt te worden.

Wie zich verwondert is intens betrokken bij datgene wat zijn verwondering wekt.

In de verwondering zijn de dingen niet meer wat ze waren. Daarom, redeneert Verhoeven, kan gezegd worden dat zij hun identiteit verliezen. Identiteit is voor Verhoeven geen onveranderlijk gegeven; ze is juist veranderlijk en gemaakt. Alleen door het besluit niet verder te denken, krijgen de dingen een schijn-identiteit. In de situatie waarin niet wordt gedacht of waarin men vindt dat er nu wel genoeg is gedacht, is alles normaal en is er niets bijzonders meer. Zo parafraseert Wil Derkse, Verhoeven in Kopstukken Filosofie. Filosofie verduurt het eindeloze uitstel van de identiteit. Wijsheid is een levenskunst en dus op de eerste plaats een kunst om het leven te behouden. Maar leven is wonen in het uitstel en dus een afwijzen van elke verabsolutering, volgens Verhoeven. Het uitstel van de identiteit niet verduren is het tegendeel van een beschouwelijke houding en de wortel van geweld.

Een teken van wijsheid is om een voorbarig oordeel op basis van dogma en traditie en een daarop gebaseerd besluit uit te stellen. Wijsheid is uitgestelde opstandigheid.

Geen berusting in de status quo, maar een wakkere houding die zich verzet tegen verstarring van de status quo. En met het vanzelfsprekende geen genoegen neemt, in de woorden van Derkse over Verhoeven.

Filosofie is interesse, stelt Verhoeven. Interesse is een betrokken zijn op de dingen in hun onvoltooidheid en niet-identiteit. Het is een aanwezig zijn te midden van iets; een tussen (inter) zijn (esse). Dat ‘iets’ van Verhoeven stel ik me voor als het schommelen tussen het gewone en ongewone met een open houding die verwondering opwekt. Daarom is filosofie voor Verhoeven niet aan het leven vreemd, maar op weg om het leven te ontdekken. Toegegeven, Verhoevens taalgebruik doet de (voor)oordelen over filosofie geen goed.

Maar als je begrijpt wat hij zegt, betwijfel je op zijn minst of filosofie vaag is

Heleen Torringa
Ontleend aan: Uitspraken beweren niets

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*