Het was genieten, hoorden we links en rechts. Eindelijk een ‘echte’ zomerse week. De terrassen zaten vol, de barbecuepakketten vlogen over de toonbank en de ijscomannen draaiden overuren. Maar terwijl de jongere generaties pootjebaden in de Noordzee of met een koud biertje in het park hingen, voltrok zich achter de gesloten gordijnen van menig Nederlandse huiskamer een stil drama. Vorige week, tijdens die zinderende hittegolf, kregen we een harde fysiologische les gepresenteerd. Een les die ons pijnlijk met de neus op de feiten drukt: de zomer is voor ons, vijftigplussers en senioren, allang niet meer alleen maar rozengeur en maneschijn. Het is een risicofactor geworden.
Uit de nieuwste cijfers van het RIVM blijkt dat er in die ene week van extreme hitte maar liefst 480 méér mensen zijn overleden dan in een normale week te verwachten was. In totaal stierven er ruim 3.500 landgenoten. En laten we er geen doekjes om winden: het waren vooral ouderen die deze statistieken vulden. Of, zoals we onder elkaar weleens gekscherend doch met een brok in de keel zeggen: er zijn weer honderden van ons gaan hemelen. Vooral in het oosten en zuiden van het land, waar de thermometer het hardst toesloeg, bleken de temperaturen voor velen de nekslag.
De hitte als sluipmoordenaar
Het is een vreemd fenomeen, die hitteoversterfte. Als er een zware storm over het land raast of we geteisterd worden door spiegelgladde wegen, dan waarschuwt iedereen elkaar. We blijven binnen, we passen op. Hitte daarentegen heeft een heel ander imago. Hitte associëren we met vakantie, met terrasjes, met gezelligheid. We worden er vrolijk van. Maar voor het menselijk lichaam, en specifiek het rijpere lichaam, is extreme warmte geen feestje, maar topsport. Een sluipmoordenaar in een zonnig jasje.
Waarom treft dit nu juist onze generatie en de generatie boven ons zo hard? Medici leggen het helder uit. Naarmate de jaren gaan tellen, verandert de interne thermostaat. Waar we vroeger bij de eerste zonnestralen direct begonnen te zweten om overtollige warmte kwijt te raken, reageert ons lichaam nu simpelweg trager en minder efficiënt. Onze ‘ingebouwde airco’ hapert. Daarnaast neemt het natuurlijke dorstgevoel af. Combineer dat met het feit dat een ouder lichaam fysiologisch gezien minder vocht vasthoudt – een jongere bestaat voor zo’n 65 procent uit water, een senior soms nog maar voor de helft – en de marge voor fouten wordt flinterdun. Als je dan ook nog kampt met een chronische aandoening, zoals een hoge bloeddruk of milde hartklachten, dan hoeft er maar dít te gebeuren of het elastiekje knapt.
Stilzwijgend lijden achter de rolluiken
Wat dit nieuwsbericht zo wrang maakt, is het sociale aspect dat erachter schuilt. Die 480 extra sterfgevallen zijn geen mensen die plotseling op straat in elkaar zakten. Het zijn de senioren in de flatjes drie-hoog-achter waar de zon de hele middag op staat te branden. Het zijn de tachtigers in de dorpen die uit plichtsbesef de gordijnen openhouden ‘omdat de buren anders denken dat er iets mis is’, terwijl ze daarmee de verzengende hitte juist naar binnen uitnodigen.
Het human interest-aspect van deze cijfers zit hem in de eenzaamheid van de hitte. Als het vriest dat het kraakt, belt de buurman wel even aan om te vragen of de kachel het nog doet. Maar als het buiten 35 graden is, denkt iedereen dat opa of oma wel lekker in de schaduw zit te genieten. Ondertussen zit diezelfde opa op een snikhete stoel, durft de ventilator niet aan te zetten vanwege de stroomprijzen, en vergeet simpelweg te drinken omdat het dorstsein in de hersenen uitblijft. Het hart moet steeds harder pompen om het bloed naar de huid te sturen om af te koelen. Totdat het niet meer gaat.
Naberschap 2.0: Let een beetje op elkaar
We kunnen naar de overheid kijken, naar zorginstellingen of naar het Nationale Hitteplan dat braaf wordt geactiveerd. Maar de werkelijke oplossing ligt bij ons, de actieve vijftigplussers en zestigers. Wij zijn de brugkracht in de samenleving. Wij hebben de vitaliteit om het verschil te maken voor de generatie die ons voorging – onze ouders, onze oudere buren, die kwetsbare tachtiger aan het einde van de galerij.
Als de meteorologen de volgende hittegolf aankondigen, moeten we stoppen met alleen maar ‘lekker weertje’ te roepen. Laten we er een gewoonte van maken om juist dán even die drempel over te stappen. Loop eens binnen met een koude kan water of een waterijsje. Check of de gordijnen aan de zonkant wel echt dicht zitten en help die eigenwijze buurman eraan te herinneren dat hij die ventilator écht moet aanzetten. Vraag niet: ‘Heb je gedronken?’, want het antwoord is altijd ‘ja’. Zet gewoon een groot glas neer en wacht tot het leeg is.
De cijfers van het RIVM zijn een kille waarschuwing in een warme zomer. 480 lege stoelen, 480 families in rouw om een verlies dat in veel gevallen wellicht te voorkomen was met een beetje extra koelte, vocht en aandacht. Laat het een les voor ons allemaal zijn: de zon is prachtig, maar laten we er samen voor zorgen dat we de komende zomers de statistieken niet verder spekken. Want hemelen kan altijd nog, maar liever niet vanwege een hittegolf.
