Mag het wat assertiever!? Deel 2: De weerbarstige activistische burger.

(Vervolg op deel 1)

 

Dat was ooit anders. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, vonden velen politiek engagement, een kritische houding en activisme nog vanzelfsprekend. Sterker nog, dit waren noodzakelijke voorwaarden voor professionaliteit en goed burgerschap. Met als voedingsbodem en inspiratiebron de grote ideologische en levensbeschouwelijke verhalen die gretig werden doorverteld en bevestigd. De kern was telkens weer dat er sprake was van grote bedreigingen, onrecht, kloven tussen arm en rijk, oost en west, man en vrouw, een kwetsbare vrede en wat al niet meer. Rebelse professionals en burgers deden daar wat aan!

In de loop van de jaren groeide echter het geloof in een positieve samenleving, waarin tegenstellingen en negatieve gevoelens steeds minder plaats kregen en de wens de boventoon ging voeren om samen te werken en er ‘met elkaar in goed overleg uit te komen’. Steeds meer werd het door Wim Kok geïntroduceerde polderen de norm.

Van ons wordt redelijkheid verwacht. Wat er ook aan de hand is, wat ook het probleem is, of de belangen zijn, samen komen wij er al pratend en polderend uit. Gemakshalve negeren we wat er met wijn gebeurt wanneer deze een, twee, drie, of vier keer, wordt aangelengd met water. Ook staan we niet stil bij de gevolgen van het voortdurend om de hete brij heen draaien en niet zeggen waar het op staat. Uiteindelijk levert alles en iedereen in. Niemand wordt blij of gelukkig van de uitkomst. Onderhuids zagen en zeuren de onvrede, de teleurstelling, het verdriet of de boosheid.

De brave samenleving bindt, begrenst en stelt uiteindelijk teleur. Kritiek en verzet mogen, maar alleen kortstondig en met zo snel mogelijk een bemiddelend compromis om weer verder te kunnen. Weg van de onrust en het gedoe. Weerstand, dwarsliggen of regelrecht verzet zijn de keuzes geworden van tekortschietende burgers en professionals. Kritische en confronterende gesprekken voelen al snel bedreigend en onveilig. Hetzelfde geldt voor stevig onderhandelen. Actievere en directere vormen van verzet, zoals weigering, staking, of protestacties, zijn al snel twee of drie bruggen te ver. Daarom kiezen we voor het compromis en niet voor een zoektocht naar de best mogelijke antwoorden en oplossingen. Wat immers altijd een afwisseling van samenwerken en vechten, van eens en oneens, met zich meebrengt.

Zo houden we onszelf gevangen in een verschralende samenleving die onvermijdelijk een gevoel van verlies met zich meebrengt. Een duidelijk voorbeeld hiervan zien we in het publieke domein. Op 2 september 2019 protesteerden in Den Haag 5.500 jeugdzorgprofessionals tegen de grote problemen veroorzaakt door de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten. Al voor 2015 hadden velen twijfels bij de uitgangspunten en ambities hiervan. Sommigen bestreden ronduit dat deze zo stevig en vanzelfsprekend waren als de rijksoverheid volhield. Desondanks bleef professioneel Nederland praten, overleggen en onderhandelen, dat het een lieve lust was. Vaak zelfs tegen beter weten in. Met als hoogst haalbare uitkomst een compromis waar meestal niemand echt blij mee was. Wat gaven veel professionals “dan maar” toe, door te accepteren en mopperend aan de slag te gaan. Maar vooral door zelf oplossingen te zoeken voor tekorten aan tijd, geld, menskracht, of samenwerking die maar niet van de grond kwam. Wat meestal betekende dat zij er zelf nog wat extra tandjes bij zetten en dus nog maar meer van zichzelf, collega’s en team vroegen. Kortom, hemel en aarde werden bewogen om het allemaal toch goed te laten komen, soms tegen beter weten in. En zo cijferden heel wat professionals zichzelf weg, de zorg voor eigen gezondheid en welzijn uit het oog verliezend.

Ik zag precies hetzelfde gebeuren in het onderwijs, de gezondheidszorg, het welzijnswerk, bij afdelingen Leerplicht en sociale- of wijkteams van gemeenten. Professionals die zichzelf “al polderend” in de knel zetten vanuit een zeer sterke betrokkenheid met hun maatschappelijke opdracht en doelgroepen.

Datzelfde geldt ook voor burgers en consumenten. Ook dan lopen we aan tegen beslissingen en gedrag van overheden, politiek en ondernemingen, die vragen en twijfels oproepen, of soms zelfs regelrechte afkeuring en verontwaardiging. Vaak voelen of weten we, dat we te maken hebben met iets wat in de weg staat van wie en wat wij willen zijn, of van het Nederland waarin wij willen leven. Een hindernis voor het leven dat wij met onze dierbaren willen leiden en voor de samenleving die wij voor ogen hebben. En waar we vaak desondanks “dan toch maar” in mee gaan. Zo raken we steeds verder verwijderd van het leven en de samenleving die we ooit voor ogen hadden, of ook vandaag nog nastreven.

Albert Camus schreef in 1951 dat opstand een negatieve bezigheid lijkt, maar dat dit slechts schijn is. De strekking van zijn woorden is dat door nee te zeggen en een grens te trekken, degene die in opstand komt duidelijk maakt dat er iets is dat beschermd moet worden. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen en voor  de samenleving. In diezelfde geest benadrukt politicus en voormalig topambtenaar Herman Tjeenk Willink dat een democratische rechtsorde niet kan zonder zowel evenwicht én tegenwicht, samenspraak én tegenspraak, macht én tegenmacht.

Zelfbewust activisme biedt ons als burgers, professionals en consumenten hiertoe de mogelijkheid.  Het zelfbewuste verwijst naar onze diepst gevoelde persoonlijke overtuigingen, spelregels, waarden en normen. Deze laten zien wie en wat iemand wil zijn, wat hij wel en niet in zijn leven wil meemaken, wat zijn grenzen zijn en wat hij ruimhartig en volmondig omarmt en dus beschermt zodra dat nodig is. En dat altijd in verbinding met anderen. Van geliefden tot en met collega’s, vrienden, kennissen en dorps-, stads- of landgenoten. Deze waarden en overtuigingen hebben immers niet alleen betrekking op onszelf, maar ook op onze dierbaren en de samenleving.

Activisme betekent de moed ontwikkelen om te staan voor datgene wat ons bezielt. Activistische professionals, burgers, of consumenten dagen zichzelf uit om te doen wat nodig is om de voor hen en hun dierbaren gezochte situatie te realiseren.  Zelfs bij stevige tegenwind. Omdat persoonlijke drijfveren, overtuigingen en waarden hen leiden, raakt het hen immers wanneer zij niet kunnen zijn wie en wat zij willen zijn, gehinderd worden om te doen wat in hun ogen juist en nodig is, of de samenleving steeds verder verwijderd raakt van datgene wat waardevol is. Dat is ook de belangrijkste reden waarom zelfbewuste activisten, bereid zijn om te doen wat nodig is voor het bereiken van de gewenste situatie. Ook wanneer dat vreedzaam vechten met zich meebrengt.

In onze aardige samenleving is zelfbewust activisme een onbekende en vreemde eend in de bijt, een zeldzame gast in de verhalen die wij onszelf en anderen vertellen. Laat daarom diegenen die zich de jaren zeventig en tachtig nog herinneren, vooral de verhalen vertellen van het activisme uit deze tijd, of zelfs nog van ver daarvoor. Van consumenten- of vakbeweging, protesten tegen de regimes van Zuid-Afrika en Spanje, tot en met krakers of de maatschappelijke groeperingen tegen kernenergie en bewapeningswedloop. Als even zovele voorbeelden van hoe burgers de samenleving in bescherming nemen.

 

Jos van der Horst, auteur van Rebel met een reden

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*