In een lied is zoveel kennis over het bestaan vervat, zoveel wijsheid, zoveel gevoel. Het blijft je hele leven bij je, je komt het steeds weer tegen naarmate je ouder wordt. Dat vind ik schitterend. Daarom heb ik aan de vier grote delen van De uitzichtlozen elk de titel van een popsong gegeven.
Nicolas Mathieu[1]
Het zijn mijn liederen die het levende middelpunt vormen van bijna alles wat ik doe.
Bob Dylan[2]
Het hart van de mens is symfonisch gestemd.
Hildegard van Bingen[3]
De camino heb ik niet zozeer gelopen in de voetsporen van Christus of Jacobus, maar in de voetsporen van mijn jeugdidool Bob Dylan. Ik heb wel vaak aan de beide heiligen uit de Rooms-Katholieke kerk gedacht. Ik weet ook zeker dat de heilige Jacobus mij hielp toen ik in de winter na de camino door het ijs was gezakt (in ondiep water gelukkig) en hulp nodig had om mijn schaatsen los te maken. Ik kwam toen twee vriendinnen tegen van vroeger die mij deze hulp acuut hebben geboden. Christus was altijd aanwezig in de kerken onderweg, waar ik als een daoïst oefeningen deed om mijn lichaam en geest te versterken.
Christus en Jacobus wilde ik best volgen, maar in gedachten was ik vaker bij Dylan. Past Dylan echter wel in een rijtje heiligen, is het geen heiligschennis om Dylan kwaliteiten toe te kennen van een heilige? Op deze vraag gaf later, toen ik al weer was teruggekeerd van de camino, de benedictijnse monnik Thomas Quartier een antwoord door Dylan te zien als een heilige outlaw.[4] Een heilige zwerver, die de zekerheden van talloze thuisblijvers op de proef stelt. Voor de camino, zo bezien, een waardig voorbeeld ter navolging en als Jezus en Jacobus daar dan nog een handje bij helpen, is dat mooi meegenomen. De camino veranderde wel het beeld dat ik van Dylan had. Vóór de camino was Dylan voor mij een lonesome hobo die rondtrok door Amerika. Na de camino werd Dylan een spirituele figuur, een Saint Outlaw, vergelijkbaar met spirituele leiders als Augustinus of Paulus.[5]
I dreamed I saw St. Augustine
I dreamed I saw St. Augustine
Alive as you or me
Tearing through these quarters
In the utmost misery
With a blanket underneath his arm
And a coat of solid gold
Searching for the very souls
Whom already have been sold
Arise, arise, he cried so loud
In a voice without restraint
Come out, ye gifted kings and queens
And hear my sad complaint
No martyr is among ye now
Whom you can call your own
So go on your way accordingly
But know you’re not alone
I dreamed I saw St. Augustine
Alive with fiery breath
And I dreamed I was amongst the ones
That put him out to death
Oh, I awoke in anger
So alone and terrified
I put my fingers against the glass
And bowed my head and cried
Heiligen hebben een verbindende kracht, zetten aan tot gemeenschapszin. Hetzelfde gaat op voor Dylan, zoals voor zoveel andere musici. Zelfs helden als Batman hebben een verbindende kracht.
Deze maand publiceerde een ander wetenschappelijk tijdschrift een onderzoek waaruit blijkt dat wanneer iemand verkleed als Batman een tram instapt, passagiers 80 procent vaker hun zitplaats afstaan aan een zwangere vrouw. Batman hoeft daarvoor niks te zeggen: iemand stapt in de tram met strak pakje, masker en cape, en opeens gedragen mensen zich supersociaal.
Dat is minder absurd dan het klinkt. Superhelden zijn namelijk supercollectivistisch. Ze zetten zich zonder aarzeling en onbaatzuchtig in voor de gemeenschap, zelfs met gevaar voor eigen leven. En de aanwezigheid van een superheld – iemand die zichtbaar staat voor het grotere geheel – inspireert blijkbaar gewone mensen ook tot een beetje supercollectivisme.[6]
Een daoïst heeft net als iedereen een binnen- en een buitenwereld, een innerlijke en een uiterlijke werkelijkheid ofwel een innerlijk dan wel uiterlijk landschap. Door op reis te gaan wil de daoïst innerlijke en uiterlijke wereld op elkaar afstemmen. Reizen geeft een scherper onderscheid tussen innerlijk en uiterlijk landschap. Als we op reis gaan, zien we het uiterlijk landschap exotischer, we versmelten er minder makkelijk mee dan met de vertrouwde thuisomgeving waar we niet meer nadenken over de dingen, waarin we de buitenwereld als vanzelfsprekend aannemen en de dingen daardoor de mogelijkheid ontnemen om tot ons te spreken.
Vreemd: ik ben vaak en veel op reis geweest de laatste jaren, maar nu heb ik pas weer die sensatie die ik vroeger had op reizen. Je bent geneigd om alles als exotisch op te vatten, ook als het dit evident niet is. De kozijnen van je hotelkamer, de geur van uitheemse schoonmaakmiddelen, de tijdschriften met hun afwijkende woorden, de vorm van de lichtknopjes – dat zou allemaal nog kunnen doorgaan voor typerend voor het land waar je bent, maar dit aureool slaat ook over op voorwerpen die duidelijk niet de couleur locale bezitten die je niettemin rond ze blijft waarnemen: de Panasonic-televisie, het Duralex-waterglas dat je thuis ook hebt, de flessenopener, de waterkoker: ook die staren je aan alsof ze een andere taal spreken. Alle dingen baden in het raadselachtige schijnsel dat de plek van aankomst ze geeft, en is zo net iets ondoorgrondelijker dan ze thuis zouden zijn. Ondoorgrondelijker en ook minder relevant: ze hoeven immers niet begrepen en doorgrond te worden. Voor de ervaring op reis te zijn is het zelfs gewenst dat ze iets van hun vreemdsoortigheid behouden.[7]
Op reis worden we ons meer bewust van wat de buitenwereld met ons doet, hoe de binnenwereld zich relateert aan de buitenwereld. Zoals ik boven al heb aangegeven heeft de daoïst hiervoor een symbolisch hulpmiddel, de symbolentaal van vijf elementen en acht krachten. De vijf elementen zijn specifiek verbonden met onze organen, de acht krachten kunnen we opslaan in de onderste dantien en daar een zogeheten stoofpot vormen. Dit innerlijk krachtenveld ofwel bagua vormt een afspiegeling van het krachtenveld om ons heen. Het betreft de volgende krachten:
Kan: Water (nieren)
Ken: Berg
Chen: Hout (lever)
Sun: Wind
Li: Vuur (hart)
Kun: Aarde (milt, maag)
Dui: Metaal (longen)
Chien: Hemel
In een notendop is in de camino die ik heb gelopen sprake van de volgende krachten. Komend vanuit het waterland Nederland startte ik mijn reis in het aan een riviertje gelegen bergdorpje St. Jean Pied de Port (kan/water), ik stak de Pyreneeën over (ken/berg), kwam in de groene Riojastreek terecht en later in het vruchtbare Gallicië (chen/hout), werd geïnspireerd tot het schrijven van een Santiago lied (sun/wind) verkwikte mijn hart onderweg met muziek op straat, in kerken, kloosters en gastvrije herbergen (li/vuur), maakte door het wandelen een diepe verbinding met de aarde (kun/aarde), legde mijn last neer bij het Cruz de Ferro (dui/metaal), vond troost bij het in een metalen mantel gehulde en met edelstenen belegde beeld van de heilige Jacob in de kathedraal van Santiago (dui/metaal) en voelde me gezegend in de heilige ruimtes van kerken en kathedralen (chien/hemel).
De mooiste bagua in de vorm van een gebouw is wellicht de achthoekige Tai Mahal, door grootmogol Shah Jahan gebouwd voor zijn geliefde vrouw Mumtaz Mahal, nadat zij in 1631 bij de geboorte van haar veertiende kind in het kraambed was overleden terwijl Shah Jahan op veldtocht was. Geheel in yin-yang stijl wilde Shah Jahan het witte gebouw voor zijn vrouw complementeren met een identiek zwart eigen grafmonument aan de andere kant van de rivier de Yamuna waaraan de Taj Mahal is gelegen, zodat de beide geliefden na hun dood symbolisch naast elkaar zouden blijven voortbestaan. Zijn zoons staken hier een stokje voor, de Taj Mahal had volgens hen al meer dan genoeg geld gekost.
Gelukkig hoeft de bagua van de natuur geen geld te kosten, deze is gratis voor iedereen toegankelijk, mits men zich de symbolentaal en oefeningen heeft eigen gemaakt om naar de natuur te kijken in termen van een bagua. Mijn camino werd aldus een bagua camino, een beschrijving van de camino als een veld van acht krachten. Iedere paragraaf wordt geïntroduceerd en geïllustreerd met een lied over de besproken kracht van Bob Dylan. Iedere paragraaf wordt besloten met een vrije associatie op het thema ‘De weg’, zoals ik die gaandeweg heb genoteerd. De vrije associaties laten zien hoe gevarieerd en onuitputtelijk dit thema is. Indachtig het aanroepen van de muzen in klassieke teksten heb ik iedere dag een muze gekozen uit voorgaande bijzondere ontmoetingen. Het kiezen van een muze helpt om ontvankelijk te blijven voor ontmoetingen en de waarde daarvan onder woorden te brengen. De moeder van de muzen Mnemosyne (geheugen) wordt door Dylan aangeroepen in het lied ‘Mother of Muses’, een lied dat laat zien hoe Dylan in zijn leven en werk steeds geïnspireerd is geraakt en dat ook een belangrijke rol speelde bij het aanvaarden van de Nobel prijs.[8]
Mother of Muses
Mother of Muses, sing for me
Sing of the mountains and the deep dark sea
Sing of the lakes and the nymphs of the forest
Sing your hearts out, all your women of the chorus
Sing of honor and fate and glory be
Mother of Muses, sing for meMother of Muses, sing for my heart
Sing of a love too soon to depart
Sing of the heroes who stood alone
Whose names are engraved on tablets of stone
Who struggled with pain so the world could go free
Mother of Muses, sing for meSing of Sherman, Montgomery, and Scott
And of Zhukov, and Patton, and the battles they fought
Who cleared the path for Presley to sing
Who carved the path for Martin Luther King
Who did what they did and they went on their way
Man, I could tell their stories all dayI’m falling in love with Calliope
She don’t belong to anyone, why not give her to me?She’s speaking to me, speaking with her eyes
I’ve grown so tired of chasing lies
Mother of Muses, wherever you are
I’ve already outlived my life by farMother of Muses, unleash your wrath
Things I can’t see, they’re blocking my path
Show me your wisdom, tell me my fate
Put me upright, make me walk straight
Forge my identity from the inside out
You know what I’m talking aboutTake me to the river, release your charms
Let me lay down a while in your sweet, loving arms
Wake me, shake me, free me from sin
Make me invisible, like the wind
Got a mind that ramble, got a mind that roam
I’m travelin’ light and I’m a-slow coming home
De moeder van mijn muzes is mijn vrouw die tijdens de hele camino op de achtergrond aanwezig was in mijn gedachten en met wie ik iedere ochtend telefonisch contact had, reden waarom ik dit boek aan haar als Mother of Muses heb opgedragen. Hier volgt een overzicht en bespreking van mijn muzen voor iedere dag.
| Een muze voor iedere dag
|
|
| Dag
|
Muze |
| 1
2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 |
Elisabeth, gastvrouw herberg Beilari in Saint Jean Pied de Port
Pashika, gastvrouw herberg Orisson Maarika, caminoganger uit Estland in herberg Roncesvalles Carmen, barvrouw Café del Camino voor ontbijt in Zubiri Libby, inwoonster van Pamplona op straat ontmoet Twee Deense studentes, caminogangers onderweg naar Obanos Hechte groep van vier caminogangers in Estella (2 Spanjaarden, 1 Duitser en 1 Italiaan) Ingrit en Daniella, vriendinnen, Spaanse caminogangers, herberg van Los Arcos Jacky & Marian, caminogangers uit Ierland Helena, caminoganger, kamergenoot in Pamplona Ingrit, afscheid omdat ze de camino moest stoppen om haar moeder te helpen Minerva, gastvrouw El Corro in Belorado en Denise, caminoganger uit Brazilië Cora, Nederlandse caminoganger, Burgos Bruno en Marina, stel uit Brazilië, San Juan de Ortega Simone, zeer hartelijke gastvrouw van Casa Paderborn, Pamplona Zr. Teresia, onzichtbare non in klooster Santa Clara, Castrojeriz Valeria, caminoganger uit Argentinië, Hornillos del Camino Augustijner non die mij zegende, Santa Maria Hostel, Carrión de los Condes Wilma, schoonzus, Nederland Zingende caminoganger in Carrión de los Condes Kelly, caminoganger uit Taiwan, herberg in Mansilla de las Mulas Malena Morgan, model uit seksblad, Leon Mandi, model uit seksblad, Villar de Mazarife Irma, caminoganger uit de Verenigde Staten, Astorga Kloe, model uit seksblad, Foncebadón Hayden Hawkins, model uit seksblad, Molinaseca Jasmin, caminoganger, Cacabelos Zinyoung, caminoganger uit Z-Korea, Vega de Valcarce Uli, caminoganger uit Duitsland, Fonfría Santa Maria del Camino, klooster Samos Santa Maria Magdalena, Convento de la Magdalena, Sarria Sandra, Nederlandse caminoganger, Hospital da Cruz Wilmy, Nederlandse caminoganger, Mélide Moeder Sonia en dochter Sonia, barvrouwen, Santa Irene Karin en Annmiek, twee Nederlanders in Santiago |
De 35 muzen laten zich in vijf groepen onderbrengen. Zeven muzen hebben betrekking op gastvrijheid, negentien op vriendschap, vier op religie, vier op erotiek en één op het thuisfront (de getallen tussen haakjes in de tekst verwijzen naar de tabel).
Gastvrijheid
Gastvrijheid is belangrijk voor een wandelaar om zich welkom te voelen in de nieuwe omgeving waardoorheen het wandelen voert en vooral voor het vinden van geschikte eet- en slaapgelegenheden. Herbergen onderweg zijn rustpunten en ontmoetingsplekken, waarvan de gastheer en gastvrouw het hart vormen. Al direct bij aankomst in St. Jean Pied de Port werd ik in de deuropening van de herberg Beilari warm verwelkomd door gastvrouw Elisabeth (1), waarop ik besloot daar te overnachten. Haar man Joseph leidde een avondritueel waarin de wandelaars zich aan elkaar voorstelden en waarin het traditionele belang van de groep door Joseph werd belicht om elkaar te helpen en te behoeden voor gevaren. De volgende dag in Orisson was de ontvangst door gastvrouw Pashika (2) ook heel persoonlijk en werd weer veel aandacht besteed aan onderlinge kennismaking van de caminogangers. Beide procedures van kennismaking wierpen hun vruchten af, want een aantal van deze caminogangers kwam ik regelmatig tegen op de camino omdat wij hetzelfde tempo bleken te lopen. Later op de camino waren nauwelijks nog kennismakingsprocedures maar wel soms heel hartelijke ontvangsten in bijvoorbeeld Pamplona en Belorado door gastvrouw Simone van de herberg Casa Paderborn (15) en gastvrouw Minerva van de herberg El Corro (12). Alle vier herbergen van deze tot muze verkozen gastvrouwen kenmerkten zich door een huiselijke sfeer. Bijzonder aan de herberg El Corro was bovendien de aanwezigheid van een gitaar waarop ik ging spelen en inspiratie vond voor het schrijven van een caminolied.
Het ontbijt in Zuberi (4) en een drankje in een bar in Santa Irene (34) herinner ik mij ook als bijzondere momenten onderweg. De bar in Zuberi was heel levendig waardoor op een prettige manier de laatste slaapsporen uit mijn lichaam wegtrokken. De bar werd bovendien gedomineerd door een grote bierpomp in de vorm van een vrouwenlichaam – lijkend op een Nana van Niki de Saint Phalle – waardoor ik extra wakker werd. Toen de barvrouw ook nog eens gewillig bij deze bierpomp poseerde voor een foto kon mijn dag niet meer stuk. Ook in een bar in Santa Irene, mijn laatste pleisterplaats vóór Santiago, heerste een gezellige sfeer die hier werd veroorzaakt doordat overal aan het plafond T-shirts hingen die caminogangers daar hadden achtergelaten. Dit maakte dat ik in een geanimeerd gesprek raakte met de beide barvrouwen, moeder en dochter Sonia.
Ook op straat onderweg kan een spontaan welkomsritueel ontstaan. Zo vond Libby uit Pamplona (5) de passerende caminoganger interessant genoeg om uitdagend aan te spreken en uit te nodigen een glas mee te drinken.
Vriendschap
Het merendeel van mijn muzen heb ik gekozen uit de mensen met wie ik onderweg nader in contact kwam. Deze mensen hadden vele nationaliteiten, twaalf in totaal. In volgorde van opkomst waren dit de landen Estland, Denemarken, Spanje, Duitsland, Italië, Ierland, Nederland, Brazilië, Argentinië, Taiwan, de VS en Z-Korea. Drie werelddelen waren zodoende vertegenwoordigd: Europa, Amerika en Azië. Op de zesde en zevende dag kwam ik een hechte, vrolijke groep van vier caminogangers met verschillende nationaliteiten tegen: twee Spanjaarden, een Duitser en een Italiaan, die ik als groep tot muze maakte (7) om het vriendschappelijke en internationale karakter van de camino te eren. Strikt genomen kan een muze geen man zijn, laat staan vier mannen. De muze betreft hier dan ook geen mensen maar een eigenschap van hun groepsfunctioneren en wel hun broederlijke saamhorigheid. Op soortgelijke wijze als Marianne de vrouwelijke personificatie is van de Franse revolutionaire waarden vrijheid, gelijkheid en broederschap.
Met veel caminogangers had ik contacten die niet per se diepgaand waren, maar de dag kleur gaven. Maarika uit Estland (3), Ingrit en Daniella (8 en 11) en Jasmin (27) uit Spanje vielen me op door hun jeugdige uitstraling. Denise (12) uit Brazilië met blonde lange haren viel mij op door haar zeer vriendelijke uitstraling. In de herberg maakte ze mij attent op de aanwezigheid van cornflakes, waarop ik volgens haar als een kind zo blij reageerde. Met twee Deense studentes (6) kon ik studie-ervaringen uitwisselen, van mezelf en ook van mijn dochter die dezelfde leeftijd had als zij. Jacky uit Ierland (9) vroeg ik een foto te maken en samen met haar vriendin Marian wisselden we wandelervaringen uit. In Carrión de los Condes (20) werd ik in de zwoele avondlucht betoverd door de zang in de kloostertuin van een meisje dat naamloos voor mij is gebleven. Jasmin (27) was voor mij het symbool van de jeugd die de camino loopt. Ik dacht abusievelijk enige tijd dat zij het meisje was met de betoverende zang uit Carrión de los Condes. De Amerikaanse Irma (24) en de Z-Koreaanse Zinyoung (28) schotelden heerlijke maaltijden voor aan een vriendengroepje caminogangers bij wie ik regelmatig aanschoof. Met Uli (29) maakte ik nader kennis door ons af te vragen hoe een droogmachine werkte op een dag dat de regen het drogen van wasgoed in de buitenlucht onmogelijk maakte. Sandra (32) liep de camino voor de tweede keer, wat haar anders dan gedacht niet makkelijk viel in tegenstelling tot wat ze had verwacht. Het lopen van de camino voor de eerste keer had voor haar de charme van nieuwheid en onbekendheid gehad die in veel opzichten wegviel bij een herhaling. Karin en Annemiek (35) waren twee Nederlanders die ik in Santiago ontmoette en met wie ik informatie kon uitwisselen over de terugreis naar Nederland.
Met Helena (10), Cora (13), Bruno en Marina (14), Valeria (17), Kelly (21) en Wilmy (33) had ik diepgaander contacten. Helena was mijn kamergenoot in Pamplona. Cora ontmoette ik in Burgos. Zij was een Nederlandse wat veel punten van herkenning gaf. Bruno en Marina vertrouwden mij onder het lopen hun plannen toe om Brazilië te verlaten en een bestaan in Canada op te bouwen. Valeria kwam ik op diverse plaatsen tegen en zij was één van de weinigen die net als ik de omweg maakte naar het klooster van Samos. Zij was zeer religieus geïnspireerd. Ook met Kelly ontstond een persoonlijk contact. We spraken over levensvragen en beroepsoriëntatie. Zij wilde een reisbureau oprichten om vanuit Taiwan mensen te begeleiden om de camino te gaan lopen. Onder de naam Walk with Kelly is haar dat later ook gelukt. Ze schreef bovendien, helaas alleen in de Chinese taal, een goed verkopend boek: 800 Kilometers on the Camino de Santiago, Where Kelly Found Herself. Wilmy kwam ik aan het einde van de camino tegen. Met haar was het gezellig om over Nederlandse zaken te praten, wat een soort voorbereiding was voor de beëindiging van de camino en terugkeer naar Nederland.
Religie
De camino kent tal van religieuze motieven. Jacobus is patroonheilige. Belangrijke vrouwenheiligen zijn Maria, de moeder van Jezus en Maria Magdalena, de geliefde van Jezus. Samos vormde voor mij het religieus hoogtepunt van de camino In Samos vond ik een mooi bidprentje van de Santa Maria del Camino (30) en in Sarria, waar ik de dag na mijn bezoek aan Samos doorkwam, bevindt zich het prachtige Convento de la Magdalena (31). Ik klopte helaas op een gesloten deur, die tot mijn verbazing toch werd geopend toen ik alweer weg wilde gaan! Een andere bijzondere ‘ontmoeting’ vond plaats in het klooster Convento de Santa Clara (16), waar nonnen zich niet mogen blootstellen aan de blikken van mensen uit de buitenwereld. De nonnen mogen wel praten en ze verkopen kleinoden via een draaischijf gemonteerd in een deurluikje. Van Zr. Teresia kocht ik zo koekjes en twee Tau-kruisjes[9], één voor mijn vrouw en één voor mezelf. Een heel andere, open in plaats van gesloten religieuze sfeer heerste in het Santa Maria Hostel in Carrión de los Condes (18), waar de Augustijner Zusters iedere avond een muzikale bijeenkomst hielden met de pelgrims. Muziek opent het hart. De non die mij toen persoonlijk zegende werd muze van de dag.
Erotiek
Religieuze symbolen zijn alomtegenwoordig op de camino. Toch zijn zij niet het enige voedsel voor de geest van de wandelaar. Voor een daoïst is seksualiteit minstens zo belangrijk. Voor erotiek hebben seksplaatjes in mijn ogen eenzelfde functie als bidprentjes voor religie. Op bidprentjes worden heiligen vereerd, middels seksplaatjes zijn dat seksgodinnen. Eén druk op de smartphone zou deze begeerlijke dames binnen bereik brengen, maar ik had slechts een ouderwetse Nokia mobiele telefoon tot mijn beschikking. Ook weer heel ouderwets stuitte ik onderweg in een winkel op een schap met seksblaadjes, waardoor ik mijn erotische fantasieën toch kon botvieren op de verleidelijke Malena Morgan (22), Mandi (23), Kloe (25) en Hayden Hawkins (26).
Thuisfront
Met mijn vrouw had ik iedere dag contact, zij is dan ook de Mother of Muses. Ook met mijn kinderen, familieleden en vrienden had ik regelmatig telefonisch contact. Een enkele keer was sprake van een calamiteit. Dit was het geval toen ik hoorde dat de schoonvader van mijn schoonzus Wilma (19) overleed.
Noten
- [1] Nicolas Mathieu, Het leven is iets onmogelijks, interview door Sander Becker, Trouw/Tijdgeest, 23 september 2023, p. 69.
- [2] Geciteerd in Thomas Quartier, Heilige woede, 2018, p. 153.
- [3] Hildegard van Bingen, geciteerd in Otto Betz, De inspirerende Hildegard van Bingen, 1998, p. 94.
- [4] Thomas Quartier, Heilige woede, 2018.
- [5] Peter van der Doef, Met Bob Dylan naar Santiago, Jacobsstaf 121, maart 2019, p, 34-35.
- [6] Rinske van de Goor, Als wij nu eens allemaal superheldenpakken aantrekken, Column, De Volkskrant, 9-12-2025.
- [7] Christiaan Weijts, Het valse seizoen, 2016, p. 117=118.
- [8] Mother of Muses – Wikipedia
- [9] De tau is een symbool dat gebruikt werd door de woestijnvader Sint Antonius. In de derde eeuw leefde hij als kluizenaar in de Egyptische woestijn en hij wordt als dusdanig beschouwd als grondlegger van het kloosterleven. Eind elfde eeuw werd de lekenorde van Sint Antonius gesticht. Zij verzorgden pestlijders. In de steden mochten zij hun varkens in de straten los laten lopen, die gebrandmerkt werden met de tau of het Sint Antoniuskruis.
Paus Innocentius III stelde bij de opening van het vierde Lateraans Concilie in 1215 (tijdens het leven van Franciscus) de vernieuwing van de kerk onder dit teken: “De Tau heeft de vorm van het kruis, voordat Pilatus er het opschrift op liet aanbrengen. De Tau is het teken van de mensen, die in hun leven de uitstraling van het kruis laten zien.” (bron: http://www.franciscaansleven.be/het-tau-kruisje.html).
