Waarom de apostelen vissers zijn

| Geen reacties

Waarom de apostelen vissers zijn

 

In de eeuwen rond het begin van onze jaartelling heerst er in veel gebieden van de toenmalige wereld een algemeen gevoel dat de bestaande wereld ten einde loopt dan wel dat er een nieuw tijdperk aanbreekt. Zo wijst de Griekse Hesiodus rond het begin van de Romeinse jaartelling (ab urbe condita) op de vier wereldtijdperken van goud, zilver, brons en ijzer, waarbij latere Romeinen ten tijde van voorspoed wezen op herstel van het gouden tijdperk (aurea aetas). Maar bij hongersnood of een zware oorlog dacht men vaak dat het laatste tijdperk (ultima aetas) was aangebroken. De Etrusken stelden de levensduur van een volk op tien saecula. Veel oude volkeren kenden een eschatalogische traditie en dachten in slechte tijden, bij indrukwekkende gebeurtenissen of ingrijpende ontwikkelingen dat de eindtijd was aangebroken. Misschien is een dergelijk gevoelen van alle tijden. Ook een hedendaags schrijver als Jeroen Brouwers kondigt dit in zijn boek ‘Het verzonkene’ voor onze tijd aan.

‘Wij zijn aan het einde van een tijdperk dat over enige decennia voor de kinderen die nu worden geboren tot het verzonkene zal behoren. De tijd is op, de taal verdwijnt achter stilte, de boeken worden afgesloten, de boeken worden verbrand. Het is uit. Er begint iets anders.’

Een dergelijk tijdperkethos is vooral rond het begin van onze jaartelling in veel gebieden rond de Middellandse Zee aanwezig. De moord op Julius Caesar en het begin van het Romeinse keizerrijk versterkten dit. Het hellenistische denken, de smeltkroes met veel verschillende mythen en riten tezamen met de joodse diaspora zorgden met name in Alexandrië en Rome voor een voedingsbodem waarop de overgang van politheïsme naar het christelijke monotheïsme vaste vorm kreeg.

Het tijdperk van de Vissen

Babyloniërs en Egyptenaren kenden astrologische tijdperken die elk ongeveer zo’n 2140 jaar duren, de tijd die de zon nodig heeft om door een van de twaalf tekens van de dierenriem of de zodiak te gaan. Zo’n tijdperk hangt samen met de tolbeweging van de aarde (precessie) waardoor de plaats van de hemelpool verandert. De volledige tolbeweging duurt circa 25.700 jaar en wordt ook wel een Platonische jaar genoemd. Het is verdeeld in twaalf tijdperken die elk met een teken van de dierenriem worden aangeduid. In de tijd van het Oude Rijk in Egypte leeft men in het tijdperk van de Stier. Ongeveer 4000 jaar geleden vormt de Ram het symbool van Amon, de toen belangrijkste Egyptische godheid in Thebe. Ten tijde van Julius Caesar loopt het tijdperk van de Ram ten einde en begint het nieuwe tijdperk van de vissen (Pisces). [Zo zouden we ons nu in het tijdperk van de Waterman (Aquarius) bevinden.] Het optreden van Julius Caesar en vooral ook zijn gewelddadige dood gaven in heel het Middellandse zeegebied het gevoel van een nieuw tijdperk. Tegelijk verkondigen verschillende groepen het einde der tijden.

Het verlangend uitzien naar een nieuw tijdperk leefde ook bij de oude Israëlieten die altijd al bedreigd werden door omliggende volkeren zoals Assyriërs, Babyloniërs, Grieken en Romeinen. Dit leidde bij hen tot een messianisme waar een Messias, een gezalfde, de leider wordt van een rijk van vrede en welvaart dat uiteindelijk de eindtijd inluidt. In hun geschriften klinken de woorden van de profeet Jesaja die schrijft dat zij die in het donker wonen door een helder licht worden beschenen. ‘Een kind is ons geboren, een zoon ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders.’
Na de moord op Julius Caesar in het jaar 44 voor het begin van onze jaartelling verschijnt er een komeet aan de hemel (de zogenaamde Sidus Julium) hetgeen velen opvatten als een goddelijk teken van een nieuw tijdperk. Ook verscheidene joden die in Rome en Alexandrië woonden beschouwen dit als een teken van de messiaanse eindtijd waarbij ze Caesar als de vermoorde Messias zagen die spoedig zou wederkomen. In diezelfde tijd schrijft de dichter Vergilius zijn herderspoëzie waarvan Bucolia 4 evenals de tekst van Jesaja eeuwen later door de christenen wordt geannexeerd als profetie van de geboorte van Jezus.

‘Nu is de eindtijd daar, in de spreuken van Cumae verkondigd, wedergeboren de reeks van wereldtijden: opnieuw keert weer de maagd, keert weer het gulden regime van Saturnus, nieuw, uit de hoge gezonden, daalt neer een telg van de hemel.’

Vergilius schrijft over de eerstgeborene van het nieuwe tijdperk die een godenbestaan zal ontvangen: wereldheerser en vredesvorst zal hij zijn naar het beeld zijner vaderen.

Vissen en water staan voor vernieuwing

Rond het begin van onze jaartelling leeft er een sterk besef van grote verandering waarbij sommige tijdgenoten denken aan een terugkeer naar de gouden tijd en anderen aan het einde der tijden. Het nieuwe astrologische tijdperk van de Vissen geeft daar een naam aan. Tegelijk wordt daarmee een relatie gelegd naar water als oeroud symbool van vernieuwing en verandering. Bij zeer oude waterbronnen heeft men restanten van oude culturen gevonden. Het tijdperk van de vissen staat ook in het teken van vernieuwing zoals sommige piramideteksten dat aangeven. Bij oude inwijdingsrituelen zoals bij de mysteriën reinigt men zich met water. Tijdens het tijdperk van de ram verschijnen er in de contreien van zowel Assyrië als Egypte watergoden en riviergoden die verwijzen naar de zich veranderende en vernieuwende godheid. De Babylonische god Dagon wordt beschreven als opduikend uit de rivier in de gestalte van een vis-mens. Hij laat mensen opnieuw geboren worden en brengt innerlijke wijsheid. Ook Mozes kan als een waterbode worden beschouwd. Zijn naam betekent: uit het water te voorschijn gekomen. Wanneer men het boek Exodus als een mythische allegorie opvat (als het wegtrekken uit het ouderlijk huis, de wereld in naar de ideale toekomst) wat joodse gnostici deden, geldt het doortrekken van de Rode Zee onder leiding van Mozes als symbool voor een reinigende doop. Ieder inwijdingsritueel begint met een waterwassing, met dopen door water, met reinigen en vernieuwen zoals dat voor alle plechtigheden gebeurde en nog steeds gebeurt.
De Egyptische Anup of Anubis doopt Horus in de rivier Eridanus (een mythische rivier die de Egyptenaren associeerden met het sterrenbeeld Eridanus). Anubis is als een boodschapper van een watergod te beschouwen, vergelijkbaar met de Griekse Hermes. Toen Horus uit het water kwam, vloog Anubis op als een duif, symbool van de moedergodin Isis. Later wordt de boodschapper Anubis onthoofd ten teken dat zijn taak erop zit. Een dergelijke allegorie vinden we ook in de mythe van Johannes de Doper die Jezus doopt in de Jordaan en later eveneens wordt onthoofd. Horus is de nieuwe god, de plaatsvervanger en vertegenwoordiger van Osiris, zoals Jezus dat is van de Vader.

Verkondigers van de nieuwe tijd zijn vissen of vissers

Dichters, politici en religieuze leiders maken in de eerste eeuwen dankbaar gebruik van het nieuwe Vissentijdperk. De veroveringen van Julius Caesar en het begin van het Romeinse keizerrijk geven bovendien aan dat er een nieuwe periode in de geschiedenis is aangebroken. Vooral vanaf de tweede eeuw en derde eeuw beschouwen christenen zich als de vertegenwoordigers van het nieuwe Vissentijdperk. Ze gebruiken de vis als hun symbool. Het Griekse ‘ichthys’ (vis) staat voor Jezus. De eerste apostelen zijn vissers. Sommige christenen noemden zich kleine vissen en verwezen graag naar de grote vis Jezus. Tertulianus schrijft begin derde eeuw: ‘Wij christenen zijn kleine vissen naar het voorbeeld van de grote vis Jezus de christus, geboren in water’. Ichthys is overigens ook de naam voor Adonis, de halfgod uit de Syrische mysteriën. De vis vormt het teken van de nieuwe tijd. In piramideteksten is te lezen dat Isis Horus als een vis uit het water heeft gehaald. Daarmee neemt hij de plaats in van de oude Osiris en begint er iets nieuws. In een Egyptisch ritueel trekken vissers het sleepnet door het water om Horus te vangen. Op schilderingen in de piramides van eeuwen voor het begin van onze jaartelling staan de twaalf roeiers van het schip van Ra en staat Horus afgebeeld met zijn twaalf vissers. Het getal 12 komt veel voor bij de oude Egyptenaren (12 tekens van de dierenriem, 12 maanden, 12 helpers) en dat zien we ook in de bijbel waar men over de twaalf stammen van Israël leest en over de twaalf leerlingen van Jezus. Dit zijn vormen van syncretisme. Ze spelen in de mythen een belangrijke rol. Meer dan geschiedenis die over het verleden handelt, verwijzen mythen naar de actualiteit van het eigen bestaan. Daarom zijn ze in de oudheid belangrijker dan geschiedenis. Maar vanaf de derde en vierde eeuw neemt hun betekenis af en gaat men vele mythen als geschiedschrijving interpreteren.

Leven in de eindtijd

Sommige auteurs suggereren dat het nieuwe tijdperk begon met het doden van de ram, de naam van het vorige tijdvak, en dat dit ook werd weergegeven met het doden van Jezus als het lam Gods. Met de dood van Jezus begint het tijdperk van de vissen.
Een nieuw tijdperk zorgde voor nieuw elan, maar tegelijk dacht men in menig gebied dat het einde en het begin van een tijdperk omgrensd werden door een apocalyps van vuur of water. Verschillende Grieken verwachtten een katharsis, een zuiverende periode van vernieling en ellende die een nieuwe tijd inluidde. In andere streken bereidde men zich voor op het einde der tijden. Joden dachten aan de komst van de Messias, Romeinen aan de terugkeer van Julius Caesar en de eerste christenen spraken over de wederkomst van Jezus de Christus.
Vormen van messianisme verkondigen de komst of wederkomst van Mozes, Caesar of Jezus in de vorm van chiliasme (de komst van een duizendjarig rijk) of van een eschatologie (de leer der laatste dingen). Men ziet uit naar het einde der tijden waar alles één en heel is, waar de wolf zich neerlegt naast het lam en de panter zich vlijt bij den bok en waar kijken vervangen is door zien. Men leeft in die eindtijd. Men gaat erin op, weet zich één en verbonden met de Messias, met hij die komt.
De Griek Celsus noemde in de tweede eeuw de eschatologische terugkeer van Christus weinig origineel en beschuldigde christenen ervan dat ze hun verhalen en gebruiken van anderen hadden gestolen. Daarmee gaf hij aan weinig oog te hebben voor het overeenkomstige en gemeenschappelijke in mythen en riten en stond hij niet open voor de allegorie van de actuele mythe als middel om de diepste ervaringen van mensen te duiden.
Leven in de eindtijd is geen historisch maar een mythologisch gegeven. Daarbij gaat het om de actualiteit van het nu. De apostelen waren geen vissers, maar ze zijn het. De mythe moet men naar het heden interpreteren, niet naar het verleden. De bijbel is niet zozeer een historisch verhaal, maar in veel gevallen een mythe die te actualiseren is naar het nu.

Piet Winkelaar
nov. 2013


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven