Meeste welgestelde huishoudens bij 55- tot 65-jarigen in het westen van het land

| Geen reacties

Huishoudens met een hoofdkostwinner tussen de 55 en 65 jaar oud zijn het vaakst welgesteld. In deze leeftijdsgroep bevinden mensen zich aan het einde van hun werkzame leven. Een kwart van deze huishoudens had in 2011 een hoog inkomen of een groot vermogen. Bij bijna vier op de tien van deze welgestelden was sprake van zowel een hoog inkomen als een groot vermogen. Ook bij huishoudens met een hoofdkostwinner in de leeftijd van 45 tot 55 jaar en 65 tot 75 jaar was het aandeel welgestelden met 20 procent betrekkelijk hoog. Bij de gefortuneerde huishoudens van 45 tot 55 jaar had de helft een hoog inkomen èn een groot vermogen, maar bij de oudere huishoudens kwam deze combinatie met een op de tien juist veel minder voor. De hoge welvaart van deze oudere huishoudens komt vooral door het bezit van een eigen woning.

Wordt niet naar de leeftijd van de hoofdkostwinner gekeken, maar naar de voornaamste inkomensbron, dan blijken huishoudens met inkomen uit een eigen onderneming het vaakst gefortuneerd te zijn. In 2011 behoorde 36 procent van de ondernemershuishoudens tot de welgestelden, een op de vier had zowel een hoog inkomen als een groot vermogen.

Vermogen wordt gezien als …

Het vermogen bestaat uit het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen zijn onder meer samengesteld uit tegoeden op bank- en spaarrekeningen, aandelenbezit, de eigen woning en het ondernemingsvermogen van zelfstandigen.De hypotheekschuld die rust op de eigen woning, is veruit de belangrijkste post bij de schulden van huishoudens. In de informatie die het CBS verstrekt over het vermogen ontbreken vooralsnog de tegoeden die zijn opgebouwd bij een spaar of beleggingshypotheek.

 

Inkomensongelijkheid blijft relatief laag
Nederland kent een relatief platte inkomensverdeling. De verschillen tussen inkomens (gecorrigeerd voor huishoudensgrootte en –samenstelling) zijn naar Europese maatstaven klein en fluctueren bovendien maar weinig in de tijd. Tussen 2001 en 2012 bleef de inkomensongelijkheid vrijwel gelijk.
Een uitzondering hierop vormde 2007, toen veel directeuren-grootaandeelhouders relatief grote bedragen betaald kregen vanwege een eenmalig aantrekkelijke fiscale regeling ten aanzien van het aanmerkelijk belang. Dit had een licht opwaarts effect op de inkomens in de hogere inkomensgroepen, waardoor de inkomensongelijkheid dat jaar iets groter was.
Lees het hele CBS-rapport op deze pagina


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven