Jaarwisselingen

| Geen reacties

Jaarwisselingen

 

Al sinds tienduizenden jaren staan mensen stil bij de wisseling der seizoenen. Dat gebeurde vooral met midwinter rond 23 december en met midzomer rond 21 juni. Maar ook de lente equinox rond 20 maart en de herfstequinox rond 23 september worden gevierd. Het midwinterfeest versmolt vanaf de vijfde eeuw tot het kerstfeest, terwijl het voorjaarsfeest Pasen werd. In de zuidelijke landen verwijst het Sint-Jansfeest van 24 juni naar het midzomerfeest. De herfstfeesten zijn bekend onder de naam van oogstfeesten en wijnfeesten.
In onze gebieden waren onze verre ouders bij de overgang van een jaargetijde gewoon al het bestaande vuur te doven en nieuw vuur te ontsteken door hout op hout te wrijven. Zo ontstond zuiver vuur, het zogeheten ‘noodvuur’. Van dit gebruik stammen de nieuwjaarsvuren en paasvuren of lentevuren.

Begin van een jaar

Het is eigenlijk vreemd om een nieuw jaar midden in de winter te laten beginnen. De oude Romeinen zagen de lente als nieuw begin. Dat klinkt logischer. Het Keltische nieuwe jaar begon in november (na Samhain of Halloween). Het christendom wilde het nieuwe jaar laten beginnen met de geboorte van Christus op midwinter, maar dat is 1 januari geworden.

De Romeinen telden de jaren vanaf de stichting van de stad Rome: ab urbe condita (AUC). Dat is in onze huidige tijdsrekening 753 voor het begin van onze jaaqrtelling.. Ze gebruikten de maancyclus die begon op de Idus, de 13de of 15de dag van de maand, wanneer het volle maan was.
Julius Caesar voerde als de Pontifex Maximus van het Romeinse Rijk in 46 voor onze jaartelling de Romeinse versie in van de Egyptische tijdsrekening in en stapte over van de maandcyclus naar het zonnejaar. Alexander de Grote had al eerder pogingen gedaan een nieuwe kalender in heel het Middellandse zeegebied in te voeren. Vanaf het jaar 44 spreekt men over de Juliaanse kalender vanwege de invoering door Julius Caesar. Deze kalender heeft lang bestaan en was het resultaat van Egyptische en Alexandrijnse rekenmeesters.
Het was gebruikelijk de dag te laten eindigen bij zonsondergang. Daarna begon de nieuwe dag. Dit gebruik is lang gehandhaafd. Het is terug te zien op oude feestdagen die ‘s avonds om 18.00 uur beginnen. Zo begint kerstmis op de avond van de 24ste december, het Sinterklaasfeest van 6 december op 5 december ’s avonds. Dat is nog met alle christelijke feesten het geval. Die beginnen met de verspers in de avond..

Evenals de Babyloniërs hanteerden de Egyptenaren een zonnejaar. Julius Caesar nam deze kalender over, maar gebruikte voor de maanden de namen van de oude Romeinse kalender. De vijfde maand Quintilis werd later Julius (als eerbetoon aan de vermoorde J.C.) en Sextilis (de zesde maand) kreeg de naam van keizer Augustus. September was de zevende maand, oktober de achtste, etc. De kalender begon te tellen Ab Urbe Condita (AUC), vanaf de stichting van de stad Rome. De bedoeling van deze operatie was dat er in het Romeinse Rijk eenzelfde tijdsrekening zou ontstaan. Voor een groot deel is dat ook gelukt.

De Gregoriaanse kalender

De christenen wilden natuurlijk de jaartelling laten beginnen bij de geboorte van Jezus Christus. Pas tijdens het concilie van Trente besloot men over te gaan op een christelijke jaartelling. Dat betekende dat de stichting van de stad Rome niet langer het begin vormde. Het had echter nogal wat voeten in de aarde voordat paus Gregorius XIII in 1582 die christelijke kalender invoerde. Dat is de Gregoriaanse kalender die we nu gebruiken. Deze begint in januari in plaats van in maart. Men liet elf dagen wegvallen (na 4 oktober 1582 volgde direct 15 oktober) en voegde een aanvulling toe in het schrikkeljaar. Sommige maanden hadden 30 dagen, anderen 31 en dat wisselde nogal eens. In plaats van Ab Urbe Condita (AUC) werd Anno Domini (AD) ingevoerd, waarbij de geboorte van Christus het begin vormde. Maar de protestantse gebieden accepteerden deze paapse kalender niet. Pas rond 1700 werd deze kalender ook in de gebieden van de Reformatie ingevoerd. Engeland accepteerde de Gregoriaanse kalender in 1752, Griekenland in 1924 en Turkije in 1927. De Oosters orthodoxe kerken hanteren nog de Juliaanse kalender.

De joden hielden hun eigen kalender. Dat was een maankalender en omvatte 354 dagen zodat er na verloop van tijd een extra maand wordt toegevoegd.
De joden laten hun jaartelling beginnen op de dag dat God de wereld schiep. Dat is 3781 voor Christus. De kalender van de islam begint bij het optreden van Mohammed: 16 juli 622 na Christus. De Islam hanteert ook een maankalender. Deze is niet aan seizoenen gebonden en kent ook geen schrikkeljaar.

Ten tijde van de Franse revolutie wilde men de Gregoriaanse kalender afschaffen en daarbij ook het tientallige stelsel invoeren. Een dag had 10 uur, een uur bestond uit 100 minuten, een minuut uit 100 seconden, een week bestond uit tien dagen, enzovoorts. Deze revolutionaire tijdsrekening werd in 1793 ingevoerd als het jaar één en duurde tot 1806. Het was geen succes en werd toen afgeschaft. Het schijnt dat het volk mopperde omdat er maar eenmaal in de tien dagen een vrije dag was.

De winterzonnewende

In het oude Rome vierde men een oud winterzonnefeest op 6 januari en een nieuw winterzonnefeest op 25 december. De zon was de Sol Invictus, de onoverwinnelijke zon. Dat sloot aan bij de oude Egyptenaren die op 25 december de geboortedag van Horus en op 6 januari die van Osiris vierden. Misschien heeft dit te maken met een herberekening van midwinter en midzomer. Het oude zonnefeest is bij ons Driekoningen geworden, maar in de Grieks-Orthodoxe kerk is dat het kerstfeest (Epiphania Domini).
De meest christelijke landen noemen de zondag ‘de dag des Heren’: dominica, dimanche, domingo. Veel andere landen andere bleven vasthouden aan de zon: sunday, sonntag, zondag.
In de loop der eeuwen hebben veranderingen maar ook gemaakte fouten ertoe geleid dat de zonnewendes niet precies in de pas loopt met de feesten. Bovendien lopen de seizoenen niet in alle streken even gelijk. Hoe noordelijker men komt, hoe vroeger de oogst en slachtfeesten. Een feest als Sint Maarten (11 november) is in het noorden een winterfeest en in het westen een herfstfeest.

Het winterzonnewendefeest was in Noord en West Europa het feest van de geboortedag van Freir (god van de Vanen), een feest van geschenken. Daarbij moeten we niet denken aan luxueuze cadeaus, maar vooral aan voedsel en kleding die nodig waren om de winter door te komen. Op dit feest kwamen ook elfen, kleine lieftallige wezens, beschermelingen van Freir en Freia. Het was ook het Odinfeest (god van de Asen), het feest dat zich langzamerhand zou hebben afgescheiden van de dag van Freir en in sommige streken naar voren werd verschoven. Dit zou daar dan het Sinterklaasfeest of het feest van Sint Maarten zijn geworden, maar dat gebeurde niet in grote delen van Duitsland.

 
Zonnefeest wordt kerstfeest.

In de vierde en vijfde eeuw maakten christenen van het zonnewendefeest het Christusfeest, omdat niet de zon maar de Christus het licht der wereld was. Zo werd het Christfeest het Kerstfeest. Vermoedelijk vierde men de geboortedag van Jezus aanvankelijk in het voorjaar, maar in de vijfde eeuw bepaalden de christelijke gezagsdragers dat zijn geboortedatum op 25 december was in plaats van het feest van de geboorte van de onoverwinnelijke zon (sol invictus). Vanaf de vijfde eeuw blijven pauzen en bisschoppen er op wijzen dat 25 december geen zonnefeest meer is. Vooral de evangelies van Matheus en Lucas (einde vierde eeuw officieel tot de canonieke geschriften gerekend) deden uitgebreid verslag van de mythe van Jezus geboorte.
Jezus zou zijn geboren in Bethlehem, de stad van de mythische koning David, de uitverkorene. Daarmee plaatsten de gehelleniseerde joden Jezus op één lijn met David. Bethlehem betekent: huis van brood. Er zouden aanwijzingen bestaan dat er in de oudheid in Bethlehem een boom stond die toegewezen was aan de godmens Adonis. Deze Adonis was de god van het graan, net als Osiris, en werd gerepresenteerd door brood. Vandaar: huis van brood, Bethlehem.
De evangelies van Lucas en Matheus schrijven over de wonderlijke geboorte en sluiten daarbij aan bij die van andere godmensen als Horus, Dionysos, Mthras om aan te geven dat het hier ook om een godmens gaat. Matheus beschrijft de komst van drie wijzen uit het Oosten bij de geboorte van het Jezuskind en sluit daarmee aan bij andere helden uit de oudheid die bij hun geboorte door drie voorname mannen, magiërs of koningen, zijn bezocht om aan te geven hoe belangrijk het pasgeboren kind was. De vlucht naar Egypte waarover Matheus verhaalt, komt overeen met vlucht van Isis en haar zoon Horus zoals de Egyptische mythologie die eerder vermeldt. Isis ging op de vlucht voor Seth want die wilde haar zoon doden. Bij Herodes zien we hetzelfde. Kortom, het kerstfeest is een compilatie van oudere verhalen en gebruiken en getuigt van een rijk cultureel verleden.

december 2012
P.W.

 


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven