Het Jonasmoment

| Geen reacties

Het Jonasmoment

Ik heb Jonas G. goed gekend. Hij was een bekend en gevierd concertpianist. Hij speelde niet alleen muziek, hij wás het. Het publiek droeg hem op handen. Muziek had hem ook rijk gemaakt. Daarbij was hij een groot genieter van schilderkunst en kon lange tijd voor een schilderij van grote meesters zitten en in een soort trance genieten. Hij woonde temidden van een weelderig landgoed, in een huis van kasteelallure. Jonas had een lieve en beeldschone vrouw en beiden waren nog steeds verliefd op elkaar.

In één woord Jonas G. had alles.

Op een goede dag trof ik Jonas aan in zijn tuin, zittend op een bank, ellebogen op de knieën, kin steunend op zijn handen, voor zich uitstarend. Op mijn begroeting kwam geen antwoord. Ik ging naast hem zitten en zweeg ook. Ineens zei hij zonder zijn hoofd op te tillen: “Is dit nu alles?”

Ik schrok.
Ineens moest ik aan Aldous Huxley denken, die dezelfde woorden Beethoven en Shakespeare in de mond had gelegd.
Dit moment ben ik het Jonasmoment gaan noemen. Als dat aanbreekt,wordt je ongeneeslijk geslagen door de ervaring van de astronomische snelheid waarmee alles voorbijvliegt en nooit meer terugkomt. Alles is dan ineens op onomkeerbare wijze aan slijtage onderhevig is: Zaken, liefde, romantiek, geld, luxe, applaus, vriendschap en succes.
Als het Jonas-moment komt kun je drie richtingen uit:

  • De handdoek in de ring gooien en depressief worden
  • Ogen sluiten en doorhollen.
  • De vraag serieus nemen en op zoek gaan.

Ik heb alle drie richtingen gekend, de een na de ander, en ze zijn alle drie op niets uitgelopen.Toen het Jonas-moment kwam, werd ik depressief en leefde een tijdlang in een half verlamde toestand. Daarna pepte ik mezelf op en begon krampachtig vast te houden aan alles wat ik op het punt stond te verliezen. Toen ik ontdekte, dat wat ik ook deed, alles dezelfde smaak had, begon ik mijn zoektocht. Ik werd ‘spiritueel’. Toen ik mezelf in die toestand lang genoeg voor de gek had gehouden, kwam ik weer bij zinnen.en stelde ik mezelf de vraag:
Wat wil je eigenlijk?’
Tja, wat wilde ik eigenlijk?
Daar heb ik toen lang over nagedacht en kwam tot de ontdekking, dat ik, om eerlijk te zijn, eigenlijk alleen maar méér van hetzelfde wilde. Ik was weer terug bij af.
Toen heb ik alle predikers, alle goeroes en alle ‘hoe-het-moet-boeken‘ de laan uit gestuurd, heb mijn snoeischaar gepakt en ben wat wilde takjes gaan wegknippen. Ik verlang niet meer naar verandering, antichambreer niet meer op een beter morgen of hemelse gelukzaligheid. Ik heb mijn jonasmoment gehad. In één woord: terug bij af.
Toch niet helemaal.
De kleine, onnozele geneugten zijn weer terug van weg geweest, en….de onrust is verdwenen en die schijnt geen poot meer aan de grond te krijgen.

Hein Thijssen


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven