Feuilleton – 31 – Du vin, du pain, du pindakaas : ‘s Lands wijs, ‘s lands eer

| Geen reacties

Qui veut vivre à Rome ne doit pas se quereller avec le pape

‘s Lands wijs, ‘s lands eer

Het is vrijdag en de laatste dag voor de kerstvakantie. We zijn gaan schaatsen op natuurijs. De ijzers zijn al tientallen jaren niet meer uit het vet geweest, maar we realiseren ons dat dit de laatste mogelijkheid is om op natuurijs te schaatsen. In Frankrijk hebben we alleen beekjes en meertjes die niet dichtvriezen. Kinderen hebben niet eens schaatsen! Bijna iedere Nederlander heeft toch wel schaatsen gehad?

En wat genieten we van de super-Hollandse taferelen! Dat zwierende paar op nog echte ouderwetse Friese doorlopers, kinderen in spagaat die zich wanhopig vasthouden aan een keukenstoeltje, de echte koek-en-zopie.

Het is gek maar voor alles is er nu telkens een laatste keer. De laatste keer familie-Sinterklaas met surprises, gedichtjes en het typerende Sinterklaaslekkers. Laatste keer dat we kerstkaarten vanuit Nederland sturen, laatste keer kerststol, laatste keer vette oliebollen met poedersuiker van de kraam op de hoek et cetera. Soms stemt het me even weemoedig. Normaal boeien deze tradities me totaal niet, maar ineens heb ik het gevoel zulk soort dingen te gaan missen.

Met nog zere voeten van het zwikken op de ijzers, zijn we laat op weg naar Frankrijk om de feestdagen in ons nieuwe huis door te brengen. De paardentrailer zit dit keer volgestampt met dingen die we alvast kunnen verhuizen. Ook de kerstboom heeft een plaatsje gekregen. We praten na over het afscheidsfeest dat Erik op zijn werk heeft gehad. Het was ontzettend geslaagd. Iedereen heeft enorm uitgepakt met cadeaus, toespraken, liedjes en hij heeft zelfs een felbegeerde onderscheiding gekregen. Ze hebben er letterlijk een onvergetelijke avond van gemaakt. Het is een raar idee dat er na deze kerstvakantie geen werkgever meer op hem wacht.

Met een heel andere insteek dan voorheen rijden we naar het zuiden. Alles is zó in een stroomversnelling gegaan. Tien maanden geleden kochten we een vakantiehuis, nu rijden we náár huis. We maken volop plannen. Verbouwplannen voornamelijk. Het is één ding om een vakantiehuis te kopen, je kunt dan die weken makkelijk leven zonder de normale luxe die in een huis hoort, maar het is een heel ander ding om zonder normale voorzieningen te moeten leven in een woonhuis. Er zal een fatsoenlijke badkamer moeten komen, met een echte wc en dan ook een septic tank. Riolering kennen ze namelijk niet op het Franse platteland.

Al dromend moet ik in slaap gevallen zijn, want Erik maakt me wakker wanneer blijkt dat hij mijn opdracht: ‘volg borden vliegveld Charles de Gaulle’ wel erg letterlijk genomen heeft en bijna een Boeing 747 van de baan probeert te toeteren. We rijden een hoop verkeerde kilometers op het immense terrein en met een flinke vertraging vinden we de uitgang terug.

Vlakbij huis komen we door de pittoreske omliggende dorpjes. Frankrijk pakt uit met kerst. Behalve stralende rode en groene Joyeux Noël en Meilleurs Vœux (met de o en e aan elkaar geplakt genaamd ehtel), glijden verlichte arrensleeën van gevel naar gevel over onze hoofden. Voor alle winkels staan kerstboompjes, ongedwongen versierd met veel felgekleurde ballen. In Nederland zou zo’n boom écht niet meer kunnen. Daar hoor je hem in één kleurschakering, volgens de laatste modetrend te versieren. Bovendien zouden de ballen er allang uitgejat zijn. Bij de diverse buren klimmen langs de muren mechanische kerstmannen omhoog, in tuinen knipperen blauwe rendieren met rode neuzen naar ons. Vrolijk kerstfeest vat men hier heel letterlijk op. Wij houden het zelf maar bescheiden.

Rond het middaguur komen we in het zonovergoten Charmes thuis aan. Thuis! Het voelt heerlijk en tegelijk gek. Voor de verandering geen dood schaap dit keer. Binnen is het kouder dan buiten en het eerste wat we doen is de houtkachel opstoken om de vochtige kou uit het huis te krijgen. Vervolgens een stofzuiger erdoor om de dode vliegen op te ruimen. Na wat dingen uitgepakt te hebben, zitten we bij zeventien graden en het gehijg van Rocky en Gino, die een veel te dikke wintervacht hebben voor het warme Franse klimaat, buiten in T-shirts de Hollandse kerstkrans te eten en pakken we de laatste kerstpakketten uit die we ooit zullen krijgen.

’s Avonds melden we ons bij de buren, waar ook Jean-Pierre blijkt te zijn.

Quoi de neuf?’ vraagt de buurman na een hartelijk weerzien.

Nous avons une nouvelle’, leid ik ons gesprek in. ‘En avril nous nous installons ici!

‘U komt hier wonen? Voor altijd?’ De buren zijn helemaal blij verrast. Marie slaat haar handen ineen. ‘Maar dat is goed nieuws! Daar moet op gedronken worden!’

De glazen en sterke drank komen weer tevoorschijn en zelfs Marie neemt dit keer een glaasje.

Tchin-tchin!’ roepen de beide Jeanen tegelijk.

‘Proost.’

A la votre!’ toost Marie naar ons. ‘A la tienne’, het glas opgeheven richting haar man.

We laten de glazen klinken, het gaat een beetje chaotisch en als er twee armen kruisen, roept Marie verschrikt: ‘Niet kruisen, dat brengt ongeluk!’

Jean-Pierre voegt toe: ‘En de verliefden moeten elkaar aankijken anders hebben ze zeven jaar slechte seks!’ Een lachsalvo volgt en men kijkt veelbetekenend naar ons.

We voelen ons meer dan welkom en genieten van dit kleine feestje.

‘Hebt u al gehoord dat ze bij Mimi un feu de cheminée, een schoorsteenbrand, hebben gehad?’ vraagt Marie.

C’est pas vrai!’ roep ik geschrokken. Het floepte er zomaar in onvervalst Frans uit. ‘Wanneer?’

‘Gisterenavond. De brandweer is geweest en ze hebben zo veel water door de schoorsteen gespoten dat de hele keuken onder water stond. Er stond bijna een halve meter water in! Echt heel erg zo vlak voor kerst. Nu kunnen de kinderen niet komen.’

‘Veegt u vaak uw schoorsteen?’ vraagt Erik.

‘Nooit’, antwoordt Jean-Claude.

Jean-Pierre bromt: ‘Ik zet altijd zelf de binnenkant van de pijp in de fik met een brandende krant. Gecontroleerde schoorsteenbrand, noem ik het maar.’

We nemen ons voor snel ons medeleven te gaan tonen en de kerstcadeautjes te brengen. Dat herinnert me aan de dingetjes uit Nederland die ik voor de directe buren heb meegebracht. Behalve dat geven we ze ook de kerstkaart. Het wordt erg gewaardeerd, maar in Frankrijk heeft men eigenlijk niet de gewoonte kaarten te sturen, vertelt Marie. Dat er in Nederland in die periode zelfs goedkope speciale postzegels zijn, verbaast haar hooglijk. Nog gekker vinden ze het dat we twee kerstdagen hebben, Jezus is toch niet op twee dagen geboren? De stereotiepe verplichting van: de ene dag naar het ene ouderpaar en de volgende dag naar het andere ouderpaar begrijpen ze wel. Hun kinderen komen ook allemaal op kerstdag, maar eigenlijk is het belangrijkste le réveillon. De avond voor kerst. Eerst naar de kerk en dan naar het restaurant voor een nachtelijke maaltijd. Hetzelfde doen ze ook op oudejaarsavond, Saint-Sylvestre, en dat heet ook réveillon. Bijzonder deze cultuurverschillen, terwijl er feitelijk maar zo weinig afstand tussen de beide landen zit. We vertellen nog meer over Nederlandse kerstgewoonten en dat we onze eigen kerstboom bij ons hebben.

‘Eentje van plastic?’

‘Nee, een echte, ik had hem al staan en heb hem maar meegenomen voor hier’, leg ik uit.

Luid gelach is ons deel, rare Hollanders. Nog nagiechelend zegt Marie: ‘Die haal je hier toch gewoon uit het bos?’

 

_____________________________

Kijk hier voor alle afleveringen 


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven