Mijn tuin – Perikelen

| Geen reacties

Mijn tuin – Perikelen

 

Ik ben 80 jaar, en heb een tuin. Ik zal eens even die tuin beschrijven.

Aan de voorkant grenst ze aan de weg, aan de achterkant aan het spoor. Mijn huis is ‘twee-onder-een-kap’, dus is er alleen een korte tuingrens aan de voorzijde, en aan de andere grens met de andere buurman is er een heg (hoort u mij grommen, ik wou die heg helemaal niet. Die wortels zuigen water en voedsel weg uit mijn border, die daaraan grenst. Maar ik heb het niet kunnen verhinderen). Er is een grasveldje, een border, een vijver, een grote rode beuk met daaronder een tuinbeeld (daar kom ik nog op) en een klein vijvertje aan de voorkant.

Aan de kant van het spoor staat een enorme berk, en…drie monumentale eiken. Mijn huis is van voor 1900. De eiken zijn tegelijk met het huis geplant. Toen ik hier kwam, 40 jaar geleden, stonden ze er dus al, veel hoger dan het (hoge) dak. Ik heb dus een bos, die grote bomen bepalen de hele sfeer van de tuin.

En toen kreeg de gemeente het onzalige idee om een vier meter hoge betonnen geluidswal te gaan maken langs mijn tuin. De eiken staan tegen de grens met het spoor, Pro Rail, aan. De fundamenten van die betonnen wal zouden onvermijdelijk de wortels van mijn bomen beschadigen! Ik ben toen ik het hoorde (fait accompli natuurlijk), in hoge bomen geklommen, boze brieven geschreven en stukjes in de krant. Ik heb namelijk nooit enige last van het geluid van de trein, al die 40 jaar al niet. ‘De gemeente geeft een oplossing voor een probleem dat niet bestaat, waarbij de oplossing juist het probleem is’. Niemand in de Lindelaan wil die wal, en de mensen aan de andere kant van de spoorrails, in de Vlietlaan, balen er ook van. Nu kijken ze over het spoor naar de groene bomen van de villa’s aan de andere kant, en dan kijken ze alleen maar tegen die wal aan. Maar het moet van de landelijke overheid, (en van Brussel?), er zijn normen enz. Dat de villa’s in mijn Lindelaan bijna allemaal als kantoorpand in gebruik zijn- en kantoren hoeven niet beschermd te worden – hielp ook al niet, want in het bestemmingsplan staat dat ze weer als woning gebruikt kúnnen worden. Een belofte tot herplanten van mijn bomen als ze het begeven is natuurlijk een lachertje.

Er zijn enkele lichtpuntjes. In een tumultueuze voorlichtingsavond van de gemeente liet de wethouder zich ontvallen dat mijn eikenbomen horen tot ‘beschermd dorpsgezicht’. Zo, dat is tenminste wat. En deze wethouder, mevr. Nen van Ramshorst, had in Brabant een soort ‘muur’ gevonden van cocos. Ziet er beter uit, heeft minder fundering nodig, en kan een beetje een bochtje maken om mijn bomen heen.
O ja, zei ik al dat dit alles zich afspeelt in Bussum?

We hopen er nu maar het beste van, de plannen kunnen niet veranderd worden, er is al subsidie van het rijk ontvangen. Maar er is bij mijn weten niet aan de bewoners gevraagd of ze eigenlijk wel last hadden van die trein…

Liebje Hoekendijk


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven