Kennismaking met het nieuwe ziekenhuis

| Geen reacties

Kennismaking met het nieuwe ziekenhuis

In het nieuwe jaar komt er een andere en betere gezondheidszorg. Met minder geld kan het ook veel efficiënter zeggen veel betrokkenen. Enigszins vooruitlopend op de nieuwe ontwikkelingen, de politiserende politiek en mogelijkerwijs nieuwe verkiezingen die alles weer in een ander daglicht plaatsen, schets ik hier alvast een gesprek tussen de directeur van het ziekenhuis van de toekomst en de nieuwe politieke beleidsvoerder.

 

 

– Blijleven, directeur van het ziekenhuis.
– Dag meneer Blijleven, Van de Wal, het nieuwe lid van het bestuurscollege van deze stad. Het ziekenhuis zit in mijn portefeuille. Ik heb gehoord dat u een zeer zakelijk en efficiënt beleid voert en dat er in tegenstelling met de meeste andere ziekenhuizen geen tekorten zijn, ja dat er zelfs winst wordt gemaakt.
– Ja, ja, we doen ons best. Fijn dat u ons al zo snel met een bezoek kunt vereren. Er is koffie met gebak en daarna krijgt u een rondleiding. Gaat u zitten.
– Dank u wel. Het ziet er hier schitterend uit.
– Doordat we in de patiëntenzorg ons personeel effectiever hebben ingezet, konden we hier zonder extra subsidie nieuwe tafels en stoelen plaatsen. Deze ruimte is helemaal opgeknapt en zoals u ziet met geweldig stucwerk aan muren en plafond.
– Bijzonder indrukwekkend, het lijkt wel een paleis.
– We zijn van plan een groot deel van het ziekenhuis in deze stijl op te knappen. Voor velen is het ‘t laatste gebouw dat ze betreden en dan wil je toch een goede indruk achterlaten, nietwaar. Tegenwoordig is er ook weer wat meer aandacht voor het eerste contact, de eerste indruk, de etiquette en de vorm. Het oog wil ook wat, vindt u niet?
– Jazeker, ik ben het helemaal met u eens. Ik denk dat de mensen er zich ook meer op hun gemak voelen.
– Ze wanen zich hier soms in de zevende hemel. Maar als ze erg ziek zijn of het bewustzijn hebben verloren, dan zijn de ruimtes soberder. Dan hebben ze er toch geen aandacht meer voor. Dus daar kunnen we dan op bezuinigen. Ik zal het u straks laten zien. Eerst even de koffie.
– Ja, dank u. U hebt het hier allemaal mooi voor elkaar.
– Ja, we zijn ook bijzonder trots. Het is het meest moderne ziekenhuis van Europa. Uit vele landen komen ze hier kijken hoe het ons gelukt is de kosten zo laag te houden. Dat komt ook doordat we wat zakelijker met sterven omgaan en met oude tegenstellingen. Het leven zit vol tegenstellingen, meneer Van de Wal. Een ziekenhuis vormt bij uitstek de plaats van tegenstellingen. Er is leven en dood, geluk en verdriet zoals er dag en nacht is. Het leven is niet alleen rozengeur en maneschijn. In ons ziekenhuis willen we dat niet langer verdoezelen. Dat getuigt van werkelijkheidszin. De entree is mooi om te zien maar het afscheid is sober. Zo is het leven. De komst is vreugdevol, maar het afscheid droevig..
– Ik begrijp dat u daarom op sommige ruimtes flink bezuinigt.
– U slaat de spijker op de kop. Naast de uitbundige pracht van de binnenkomst en de intake streven we naar eenvoud en soberheid in de zalen van pijn en verdriet. Als u de koffie op hebt gaan we er kijken.
– Graag ja.

– Kijk, hier op de eerste verdieping liggen de kanslozen. We hebben ze niet meer op bedden gelegd, maar meteen maar in kisten. Wetenschappelijk gezien hebben ze weinig kans tot overleven. In de regel is het na twee of drie dagen met hen gebeurd. U ziet het, sommige mensen zijn al bijna dood. Twee keer per dag komt er een arts langs met een broeder. Als de dood is vastgesteld legt de broeder hen af en sluit de kist af met een deksel.
– En de familie? Is er dan geen familie bij?
– Ja, ja, twee keer per dag is er bezoek. Daar houden we ons strikt aan, want anders is het niet meer te overzien. Vroeger mocht de naaste familie bij stervenden de hele dag in en uitlopen, maar dat vraagt extra personeel. Zonder toezicht is dat onverantwoord. Vaak verdwijnt er van alles of men pleegt euthanasie. Als directie kunnen we daar geen verantwoordelijkheid voor nemen.
– Liggen hier geen mensen die het overleven?
– Normaal gesproken liggen die op de tweede en derde verdieping. Kijk meneer van de Wal, iedereen die in dit ziekenhuis is behandeld, wordt gediagnosticeerd. Op grond daarvan wordt bepaald naar welke verdieping je gaat en naar welke zaal. De patiënten op deze verdieping hebben allemaal een negatieve diagnose. Wanneer ze beseffen in een kist te liggen, bespoedigt dit het stervensproces, hetgeen bedrijfsmatig uitermate efficiënt genoemd kan worden. Als je precies weet in welke situatie je zit, als je tot de ontdekking komt in zo’n kist te liggen, sterf je snel. En we hebben een goede voorlichting. De meeste patiënten weten heel gauw waar ze aan toe zijn.
– Maar ik kan me toch voorstellen dat het soms wel eens wat anders verloopt.
– Natuurlijk meneer van der Wal. Er zijn altijd uitzonderingen. We hadden laatst hier een jonge vrouw die van niets wist. Toen ze ontdekte in een kist te liggen, is er ze er gewoon uitgekropen. Ze heeft het overleefd. Zoiets kan altijd gebeuren. Maar de meeste patiënten op deze verdieping zijn binnen drie dagen overleden.
– Zijn alle patiënten die hier worden opgenomen en hun familie en vrienden daarvan voldoende op de hoogtegesteld?
– Ja zoals ik u al zei, onze voorlichting is uitstekend. We geven daar hoge prioriteit aan. Dat kunt u terugvinden in de begroting. De mensen moeten natuurlijk weten wat hun te wachten staat, anders geeft dat zeker politiek gezien moeilijkheden. Dat begrijpt u. We leven in een vrije maatschappij waarin mensen zelf hun keuzes bepalen. Ze kunnen ook naar het Elisabeth ziekenhuis waar nog een oud beleid wordt gevoerd en dat met miljoenen tekorten kampt. Het is verbazingwekkend hoeveel mensen liever in ons ziekenhuis worden opgenomen. En dat heeft vooral met onze intake te maken. De eerste indrukken zijn meer bepalend dan de laatste, meneer Van de Wal, ha,ha,ha.
– Nou ja, eh, ik vraag me toch af, kan dit allemaal wel? Is dit voor deze patiënten wel een menselijke manier van sterven?
– Ja, ja, ik begrijp uw vraagstelling. We hebben daarover in de directie ook uitvoerig van gedachten gewisseld. Menselijk is wat de mensen in deze tijd, hier en nu zeggen en vinden. Onze afdeling voorlichting heeft wetenschappelijk onderzoek laten verrichten waarbij niet alleen naar de mening van de mensen in deze stad is gevraagd maar naar die uit heel de regio. We wilden natuurlijk weten of er een maatschappelijk draagvlak voor ons beleid was.
– En dit onderzoek heeft aangetoond dat iedereen zich in deze manier van sterven kan vinden?
– Daar kwam het wel op neer, ja. Er is ook gevraagd waar de meeste aandacht en het meeste geld aan moest worden besteed. U houdt het niet voor mogelijk hoe zakelijk de mensen tegenwoordig zijn.
– Was er niemand die kanttekeningen plaatste? Ik kan het me bijna niet voorstellen.
– Ja, het zijn vooral de wat oudere mensen die bezwaar aantekenen. Die weten natuurlijk dat ze eerdaags met lijden en dood te maken krijgen. Jongeren denken daar nog niet aan. De meeste mensen hebben andere zaken aan hun hoofd. Ja, het vorige college had ook nogal wat vragen. Zorgdrager die de gezondheidszorg in zijn portefeuille had, vroeg zich af of onze plannen wel strookten met de christelijke beginselen. Maar die christelijken zitten niet meer in het college naar ik begrijp.
– U bent wel op de hoogte, zie ik.
– Natuurlijk. De tijden veranderen. Dat zie je overal. Ook veel politici kijken anders tegen het leven aan.
– Dat is waar. Ik ben ook van een andere partij dan meneer Zorgdrager.
– Ja dat hebben we al van meneer Hiery gehoord. U vertegenwoordigt de jonge liberalen, als ik het goed heb. Die zijn voor vrijheid en eigen verantwoordelijkheid. Daar ben ik het persoonlijk ook meer mee eens.
– Maar dat betekent niet dat we alle christelijke beginselen overboord gooien.
– Nee natuurlijk niet, dat doen wij ook niet. Maar met zo’n ziekenhuis moet je wel een zakelijk beleid voeren. Het vasthouden aan allerlei principes kost soms handenvol geld en die sluiten dan niet eens aan bij wat mensen graag willen.
– Straks is er bezoekuur. Wat gebeurt er dan met de kisten waar het deksel opzit? Dat lijkt me voor de familie, voor de nabestaanden, een pijnlijke confrontatie.
– De familie weet dat als je in een kist ligt, het ieder moment gebeurd kan zijn. Dat is punt één. Bovendien zit er glas in de deksel, zodat ze de overledene nog kunnen zien Dat is punt twee. Vervolgens worden de gesloten kisten voor het bezoekuur allemaal hier in zaal drie bij elkaar gezet. U begrijpt toch wel dat we de levenden en de doden bijtijds van elkaar scheiden.
– Jawel, maar ik kan me niet voorstellen dat de mensen dit als prettig ervaren.
– Prettig is het zeker niet. Doodgaan is ook geen pretje, meneer Van de Wal. Dat willen we met ons nieuwe beleid juist benadrukken. We willen de tegenstellingen in het leven niet verdoezelen zoals veel hulpverleners dat vroeger deden. Het leven is hard. Iedereen die in dit ziekenhuis komt weet wat er kan gebeuren. Ze kiezen er zelf voor om hier opgenomen te worden. Vrijheid, blijheid, meneer. Dat moet u toch aanspreken.

P. Winkelaar
januari 2014


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven