Ja baas! Slechts honderd verhalen over leiders (10)

| Geen reacties

Perfect

Nasrudin hielp een bedrijf bij de zoektocht naar een nieuwe bestuurder. Ze hadden alles al geprobeerd, maar ze hadden de juiste kandidaat niet gevonden en wendden zich een beetje wanhopig tot Nasrudin. Tijdens een etentje stelden ze hem allerlei vragen. Toen ze erachter kwamen dat hij niet getrouwd was, vroegen ze hem hoe dat zo gekomen was. Zijn antwoord was: ‘Toen ik jong was wilde ik per se trouwen met de perfecte vrouw. Ik reisde de halve wereld over om haar te vinden. In Frankrijk ontmoette ik een prachtige danseres, ze was vrolijk en zorgeloos, maar helaas had ze niets spiritueels over zich. In Egypte vond ik een prinses die zowel mooi als intelligent was, maar helaas verstonden we elkaar niet. Uiteindelijk vond ik de ideale vrouw in India. Ze was mooi en verstandig. Met haar charmes wond ze iedereen die ze ontmoette om haar vinger. Ik was ervan overtuigd dat ik de perfecte vrouw gevonden had.’

Nasrudin zweeg na een diepe zucht. Toen vroeg een van de senior-managers: ‘Maar waarom ben je dan toch niet met haar getrouwd?’

‘Helaas,’ zei Nasrudin met een gekweld gezicht, ‘wachtte zij op de perfecte echtgenoot.’

 


Ophangen

Als Churchill ergens een toespraak hield, stroomde het publiek van alle kanten toe en zat de zaal binnen de kortste keren vol.

Ooit kreeg Churchill de vraag: ‘Windt het u niet op dat iedere keer als u een toespraak houdt, de zaal uitpuilt van de bezoekers?’

Hij antwoordde: ‘Ik moet toegeven dat dit inderdaad wel vleiend is, al snap ik eerlijk gezegd niet zo wat de mensen nou zo aanspreekt. Daarom bedenk ik altijd als ik me gevleid voel: als ik in plaats van het houden van een politieke toespraak zou worden opgehangen, dan zou het aantal bezoekers minstens het dubbele zijn.’

 


Parkeerplaats

Op een stormachtige natte dag parkeerde de schoonmaker zijn auto een eind van de ingang vandaan en ploeterde tegen de wind en de regen in de hele parkeerplaats over. Zijn paraplu klapte om, de verkeerde kant uit en het water liep in zijn ogen. Toen hij vlakbij de ingang was, zag hij drie parkeerplaatsen, vlak naast de voordeur van het bedrijf. De parkeerplaatsen waren leeg. Bij elk stond een bordje: ‘gereserveerd voor het bestuur’.

Dat klopt toch niet, dacht hij bij zichzelf. In de eerste koffiepauze vroeg hij bij de receptie toestemming om een mail te mogen versturen. Naar elk van de drie bestuurders stuurde hij hetzelfde bericht: ‘Geachte bestuurders, vandaag viel het mij, in het verschrikkelijk slechte weer, op dat de drie voor u gereserveerde parkeerplaatsen, vlakbij de voordeur, leeg waren. Volgens mij is dat vaker het geval en ik vroeg me af of het wel verstandig is om die plaatsen daar te handhaven. Ook onze bezoekers zien dat. Onze bedrijfsslogan is “Je krijgt wat je ziet”. Dan maken die lege plekken daar vooraan geen goede indruk, en als jullie auto’s er wel staan ook niet trouwens. Zou het niet beter zijn om die plaatsen vrij te geven, of eventueel te reserveren voor bezoekers, of zwangere medewerksters? Wij van de schoonmaak zijn bereid om jullie auto weg te zetten en te halen als jullie weinig tijd hebben. Met vriendelijke groet, Andy.’

De CFO stuurde een pissig mailtje naar de facilitair manager met de vraag waar die knuppel van de schoonmaak zich mee bemoeide en of hij hem tot de orde wilde roepen en of hij wilde nagaan of er niet te veel schoonmaakpersoneel ingezet werd. De CIO had het heel druk met alle informatiestromen en reageerde niet op het mailtje. En de CEO, een ervaren bestuurder met hart voor het bedrijf en de mensen, nodigde Andy hartelijk uit voor een gesprek. Hij bedankte hem voor zijn opmerkzaamheid en praatte een poosje door over Andy’s voorstel.

Twee weken later werden de bordjes uit de grond gehaald en vervangen door nieuwe met de tekst: ‘gereserveerd voor bezoekers of zwangere medewerksters’.

 


Kroon

Tijdens een receptie voor de musicus sir Rupert Ermay, ter gelegenheid van zijn honderdste verjaardag, knoopte de statige societydame lady Diana Porcy een gesprek aan met de dame waar zij naast stond. Die dame leek haar goed te kennen. Maar zij herkende haar niet, mede door haar zwakke gezichtsvermogen. Tot het haar opviel dat de vrouw wel heel erg mooie juwelen droeg. En toen ze zich concentreerde, ontdekte ze tot haar schrik dat ze in gesprek was met niemand minder dan koningin Elizabeth. Vol schaamte stamelde ze een verontschuldiging en zei: ‘Duizendmaal excuus mevrouw, voor mijn gedrag, maar ik herkende u niet zonder kroon.’

‘Ach,’ zei de koningin, ‘het moest vooral de avond worden van sir Rupert, daarom heb ik besloten mijn kroon maar thuis te laten.’

 


Toekomst

Het land had een nieuwe leider nodig en de burgers mochten hun mening geven over de vaardigheden die de nieuwe leider zou moeten bezitten.

‘Hij moet de toekomst kennen,’ riep moellah Nasrudin, ‘dat is wat het land nodig heeft’. Maar de mensen haalden hun schouders op en grinnikten om hem.

Een paar dagen later zat hij op een boomtak in zijn tuin. Met een zaag probeerde hij de boomtak door te zagen. Op dat moment kwam een man langslopen. Hij stond even stil en zei toen: ‘Neem me niet kwalijk, maar als je zo doorgaat met zagen aan de tak waar je op zit, dan zul je met tak en al naar beneden vallen.’

Nasrudin reageerde niet en dacht: daar heb je weer zo’n betweter die niets anders doet dan rondlopen en anderen vertellen wat ze doen of laten moeten. En hij zaagde ijverig door. De man vervolgde zijn weg. En uiteraard, na een paar minuten viel Nasrudin met tak en al op de grond.

‘Mijn hemel, die man kent de toekomst!’ riep hij uit, terwijl hij zijn pijnlijke plekken masseerde. Hij strompelde achter de man aan om hem te vragen de leider van het land te worden. Maar de man was al buiten beeld.

 


Dienen

Pas toen er geen rijst meer was, zagen de Britse soldaten haar weer. Haar doorschijnende gezicht verbleekte toen zij ontdekte dat er geen eten meer was. Zelfs in de uitgehongerde menigte viel zij op door haar broosheid en het gemak waarmee ze aan de kant geduwd werd door sterkere mensen die voordrongen.

De soldaat meende haar al eerder te hebben gezien onder een armetierige boom, toen het hulpkonvooi het vluchtelingenkamp naderde, maar hij was haar weer vergeten. Ze hadden het druk genoeg met de chaotische toestanden onderweg en het beschermen van het konvooi. Want honger leidde af en toe ook tot geweld.

Toen de menigte uiteenviel omdat er geen eten was, bleef zij achter. Haar spookachtige ogen ontmoetten de zijne. Toen bedacht hij dat hij nog een banaan in zijn rugzak had, overgebleven van het ontbijt. Hij haalde hem tevoorschijn en legde hem in haar handen. Ze nam hem stilletjes aan en liep terug naar de boom. Toen pas zag hij dat daar twee kleine jochies in de schaduw lagen, te zwak om op te staan. Zij pelde de banaan, brak hem in twee stukken en gaf elk van hen een helft. Vervolgens at zij zelf de schil op.

‘Dat was het meest ontroerende voorbeeld van dienend leiderschap dat ik ooit gezien heb,’ zei hij jaren later tegen me. ‘Zij veranderde mijn levensloop. Ik nam ontslag uit het leger om haar voorbeeld te volgen en besloot mijn leven te wijden aan het dienen van de allerarmsten. Haar dienende kracht veranderde mijn geharde soldatenhart. Wij soldaten waren er voor het oog om te dienen. Maar wij hadden de middelen, de wapens en de antwoorden. Zij gaf iets dat veel zeldzamer en krachtiger was. Zij gaf nederige liefde.’

 


Eenden

Wat leiders kunnen leren van eenden

 

Water van de rug

Eenden staan erom bekend dat hun veren waterdicht zijn. Het is wonderbaarlijk om te zien hoe zij het water van hun veren schudden. Het water vormt kraaltjes op hun rug en rolt zo het water weer in. Leiders hebben hetzelfde niveau van incasseringsvermogen nodig. Zij kunnen het zich niet veroorloven problemen, vooral de triviale, zo toe te laten dat ze zwaar op hen drukken en hen afleiden van de koers.

 

Glad aan de oppervlakte, onder water druk peddelend

Als je eenden observeert, lijkt het alsof ze soepel over het wateroppervlak glijden en daar weinig voor hoeven te doen. Maar als je scherper kijkt, ontdek je dat ze onder water druk aan het peddelen zijn met hun zwempoten om vooruit te komen. De beste leiders lijken daarin op eenden. Ze strooien niet om zich heen dat ze zo druk zijn en met belangrijke en moeilijke zaken bezig zijn. Ze werken natuurlijk hard, maar ze wekken de indruk dat het vanzelf gaat, glimlachen regelmatig en hebben tijd voor hun medewerkers. Ze tonen sprezzatura, bestudeerde nonchalance en verspreiden een sfeer van rust en ontspanning. Ze zijn niet licht ontvlambaar en medewerkers voelen zich op hun gemak bij hen.

 

Kop naar beneden, kont omhoog

Een eend weet dat hij, om te overleven, zijn kop onder water moet steken om voedsel te vinden. Vergelijkenderwijs moeten leiders ook rotklusjes uitvoeren, willen zij succesvol zijn. Je kunt niet alle vervelende klusjes uitbesteden, en ook lastige beslissingen moet je zelf nemen. Een leider moet minstens zoveel tijd in zijn werk steken als de medewerkers, en wellicht meer.

 

Een kuiken volgt altijd iemand

Als een kuiken uit het ei komt, volgt het altijd het eerste dat het ziet en blijft dat doen. Dat is een kwestie van instinct en het maakt niet uit of het als eerste zijn moeder ziet, een mens of een hond. Het zal de eerste die het ziet blijven volgen. Op dezelfde manier zullen mensen bij afwezigheid van echt leiderschap iemand anders volgen. Zij hebben een heldere visie nodig om te weten waaraan zij een bijdrage leveren. Als die heldere boodschap ontbreekt, zullen zij zich snel aangetrokken voelen tot iets anders. Als je niet wilt dat mensen beïnvloed worden door de grootste mopperaar in je organisatie, toon dan het leiderschap dat het mensen mogelijk maakt om gericht te blijven op de koers.

 


Betekenis

Op een dag droeg de koning zijn beide zoons op om een groot aquaduct te bouwen om het land rond het paleis van water te voorzien. Dat was hard nodig, want de droogte had flink huisgehouden. De eerste zoon liep naar de minister van Financiën en eiste een flink bedrag uit de schatkist. Vervolgens gaf hij de minister van Defensie opdracht om hem een eenheid van de genie te leveren. Daarna trok hij naar het noorden van het land en dwong de burgers om onder toezicht van de genie een aquaduct te bouwen. Hij hield streng toezicht op het werk dat langzaam vorderde. En dat was ook nodig want als hij niet oplette smeerden burgers hem om hun eigen land te bewerken. Maar toen het werk na twee jaar klaar was, betaalde hij de bouwers goed, keek vol trots naar het resultaat en keerde terug naar het paleis.

Tot zijn stomme verbazing trof hij het paleis aan, midden in de voorbereidingen voor de kroning van zijn broer tot koning. Men vertelde hem dat zijn broer erin geslaagd was het aquaduct te bouwen binnen een jaar, met nauwelijks geld en zonder hulp van soldaten. Dat kon hij haast niet geloven en hij reed naar het zuiden om het aquaduct te bekijken. Het resultaat zag er heel anders uit dan zijn strakke noordelijke ontwerp en met verbazing zag hij wat zijn broer had gecreëerd.

Spoorslags reed hij terug en struikelend over zijn woorden zei hij tegen zijn vader: ‘Stop alstublieft met de dwaasheid om mijn broer tot koning te kronen.’

‘Waarom zeg je dat?’ vroeg zijn vader, ‘is er iets dat ik moet weten?’

‘Vader, u weet hoeveel ik van mijn broer houd, maar hij moet gek geworden zijn,’ was het antwoord, ‘hij haalt onze goede naam door het slijk. Zijn aquaduct is helemaal niet volgens plan gebouwd. Hij heeft overal aftakkingen laten maken, zodat er nauwelijks water op het eindpunt aankomt, hij heeft de burgers die meegewerkt hebben nauwelijks betaald en hij heeft soldaten stenen laten stapelen. Hij heeft zich zelfs in het openbaar verzet tegen uw eerste minister. Als dit zo verder gaat?!’

‘Lieve jongen,’ zei de koning, ‘wat je zegt is waar. Je broer heeft er inderdaad voor gekozen om het ontwerp ingrijpend aan te passen. Hij heeft de burgers zover gekregen dat ze vrijwillig meewerkten zonder betaling. Hij heeft zich inderdaad verzet tegen de eerste minister omdat hij hem onredelijk vond. Hij slaagde er zelfs in de soldaten harder te laten werken dan de burgers. En zijn toewijding was zo groot dat hij zelf het hardste sjouwde, waarbij hij zich niet bekommerde om zijn prinselijke status. Weet je jongen, daarom aanbidt iedereen je broer en zijn ze bereid alles voor hem te doen. Hij is niet alleen hun koning, maar echt hun leider.’

De prins vertrok, diep onder de indruk, en hij besefte dat wat zijn broer had gedaan veel meer betekenis had dan zijn project. Zonder aarzeling rende hij op zijn broer af, vloog hem om de hals en feliciteerde hem met de aanstaande kroning.

 


Pleidooi

Mijn vader en ik maakten een lange wandeling. Hij was aan het einde van zijn actieve loopbaan. Gedurende veertig jaar had hij hard gewerkt, altijd loyaal en weinig ziek. Hij mopperde zelden en als hij dat wel deed, had hij echt een punt.

Ik stond aan het begin van mijn loopbaan, was net begonnen aan mijn eerste baantje. Ik vond alles nog spannend en nieuw, en ik verbaasde me over collega’s die onverschillig of negatief waren, de kantjes eraf liepen en onder elkaar scholden op hun baas. Toen ik dat aan mijn pa vertelde, haalde hij zijn portemonnee tevoorschijn. Hij zocht even en kwam toen op de proppen met een vergeeld en veel gevouwen papiertje dat er kennelijk al jaren in zat.

‘Werknemerspleidooi’ stond er in getypte letters op en daaronder:

  • Vertel me duidelijk wat je van me verwacht.
  • Geef me de mogelijkheden en de bronnen om te presteren.
  • Laat me weten hoe je vindt dat ik het doe.
  • Geef me leiding, ondersteuning en training als ik dat nodig heb.
  • Beloon me overeenkomstig mijn bijdrage aan de resultaten’.

 


 

Buit

Het was een hete, droge zomer en het werd voor de dieren steeds moeilijker om eten te vinden. Een beer, een wolf en een vos besloten bij de jacht samen te werken met een leeuw. Ze legden hun idee aan de leeuw voor en deze knikte met zijn grote behaarde kop.

Met z’n vieren gingen ze uit jagen. Ze ontdekten een buffel in de verte. De vos en de wolf joegen de buffel in de richting van de beer. De beer hield de buffel met zijn zware lijf tegen en de leeuw doodde hem.

De vos verdeelde de buit in vieren. Toen ze elk hun deel wilden pakken, brulde de leeuw: ‘Vrienden, het eerste deel is natuurlijk voor mij, vanwege mijn leiderschap. Het tweede uiteraard ook, want ik heb de buffel gedood. Ik neem ook het derde deel, want dat heb ik nodig voor mijn jonkies. Wie er ook iets nodig denkt te hebben, kan misschien het vierde deel nemen. Maar dan moet hij wel eerst van mij winnen.’

De andere drie dropen stilletjes af.

 


Kijk voor alle afleveringen op dit overzicht


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven