Ja baas! Slechts honderd verhalen over leiders (1)

| Geen reacties

Regels

Thomas Edison is weliswaar bekend geworden door de uitvinding van de gloeilamp, maar aan het einde van zijn leven had hij meer dan duizend patenten op zijn naam staan. Edison was een harde werker. Al op jonge leeftijd richtte hij met twee vrienden een laboratorium in, waar driehonderd medewerkers bezig waren met uitvindingen of het verbeteren van de vondsten van anderen.

Tegen bezoekers van het laboratorium die vroegen hoe hij dat toch kon organiseren met driehonderd mensen zei hij steevast: ‘Hier gelden geen regels. We zijn hier bezig dingen voor elkaar te krijgen.’

 


 

Kunst

Er was eens een jonge boogschutter die zo goed was dat hij een pijl in een boom kon schieten en diezelfde pijl in tweeën kon klieven met de volgende pijl. Hij begon op te scheppen dat hij beter was dan zijn leermeester. Op een dag vroeg zijn leermeester, een eerzame man van boven de zeventig, zijn leerling om mee te gaan op een tocht door de bergen. Het was een wandeling zonder bijzonderheden, tot ze bij een diepe kloof kwamen. Slechts een eenvoudige touwbrug overspande de kloof. De meester liep tot het midden van de touwbrug, nam zijn boog van zijn schouder en schoot een pijl in een boom aan de overkant. Met de volgende pijl kliefde hij de eerste in tweeën. ‘En nu is het jouw beurt,’ zei hij terwijl hij terugliep.

De jongeman stapte voorzichtig op de touwbrug en liep voetje voor voetje naar het midden van de kloof. Zijn hart klopte in zijn keel. Hij wist dat hij als hij een stap verkeerd zou zetten, de dood tegemoet zou vallen. Zijn handen beefden toen hij de pijl op zijn boog spande. Doordat hij aan niets anders kon denken dan aan het gevaar waarin hij verkeerde, lukte het hem niet de pijl goed te richten. Pijl na pijl miste de boom. In paniek keek hij om en riep naar zijn meester: ‘Help me, ik val!’

De oude man liep naar hem toe, pakte zijn hand en bracht hem achteruitlopend in veiligheid. Geen van beiden zei een woord op de terugweg, maar de jongeman had veel om over na te denken. Hij realiseerde zich dat het, om de kunst meester te zijn, niet genoeg was de boog te beheersen, maar dat hij ook moest leren zijn gedachten in bedwang te houden.

 


 

Kleren

Toen de koning het bos doorkruiste, verdwaalde hij jammerlijk. Gelukkig ontmoette hij een man die hem als de koning herkende en hem het bos uit begeleidde, terug naar zijn paleis. De koning beloonde hem vorstelijk en verleende hem een machtige ministerspost.

Niet lang daarna deed de man iets dat beschouwd werd als een daad van rebellie tegen de koning en de rechter veroordeelde hem ter dood. Voor de doodstraf werd voltrokken, vroeg de koning hem naar zijn laatste wens.

De man zei: ‘Ik wens de kleren te dragen die ik droeg op de dag dat ik de koning begeleidde, toen hij was verdwaald in het bos en ik wens dat Zijne Majesteit ook de kleren draagt die hij toen droeg.’

De koning stemde daarmee in en toen zij allebei net zo gekleed waren als ten tijde van hun ontmoeting in het bos, zei de koning: ‘Je hebt nu je eigen leven gered,’ en hij gelastte de executie af.

 


 

Bloem

Toen de koningin van Sheba bezoek kreeg van de beroemde Salomo, die zij dolgraag in wijsheid wilde overtreffen, gaf ze hem een soort raadsel op. Ze bracht hem naar een vertrek in haar paleis dat door buitengewone kunstenaars met kunstbloemen was gevuld. Het was een wonderlijke weide waarop een zee van geurende bloemen zachtjes wuifde in een briesje van eveneens kunstmatige oorsprong.

De koningin sprak: ‘Dit is het raadsel: een van deze bloemen is echt. Kunt u mij die aanwijzen?’

Salomo keek aandachtig om zich heen. Hij deed een beroep op al zijn zintuigen en concentreerde zich tot het uiterste, maar kon de echte bloem er niet uithalen. Hij begon hevig te transpireren en zei daarom tegen de koningin van Sheba: ‘Het is hier buitengewoon warm. Zou u een van uw dienaren kunnen vragen om een raam open te doen?’

De koningin gaf opdracht een raam open te zetten.

‘Dat is de echte bloem,’ sprak koning Salomo even later. Hij kon zich niet vergissen. Een bij die door het raam naar binnen was gevlogen, was op de enige echte bloem neergedaald.

 


 

Oorlogsschip

Een oorlogsschip is op oefening in zwaar weer. Het zicht is erg slecht, dus de kapitein blijft de hele nacht paraat op de brug en wachten staan op de uitkijk. Midden in de nacht geeft een van de wachten aan ‘Licht recht vooruit’. De wacht geeft aan dat bij onveranderde koers een botsing met het andere schip te verwachten is. De kapitein vraagt om het andere schip te seinen dat het zijn koers twintig graden moet aanpassen. Het antwoord komt direct: ‘Adviseer om úw koers twintig graden te verleggen.’

De kapitein reageert boos: ‘Sein dat we een oorlogsschip zijn en dat zij moeten uitwijken.’

Het antwoord komt al snel: ‘Dat lijkt me geen goed idee, want dit is een vuurtoren’.

 


 

Incognito

Een boer had een enorme watermeloen gekweekt in zijn tuin. Het was de grootste watermeloen die ooit iemand gezien had en de boer was er apetrots op. Op een dag maakte de koning van het land een rit door zijn rijk, incognito. Hij kwam langs het land van de boer en zag de enorme watermeloen.

‘Ben je bereid om hem aan mij te geven?’ vroeg hij aan de boer.

‘Nee!’ zei de boer.

‘Wil je hem dan aan me verkopen?’ vroeg de vreemdeling.

‘Ook niet,’ zei de boer.

‘Wat ben je dan van plan om ermee te gaan doen?’ vroeg de man.

‘Ik ben van plan om hem mee te nemen naar het paleis en hem aan de koning te geven,’ zei de boer.

‘Juist ja, maar wat als de koning hem weigert?’ vroeg de koning.

‘Dan kan hij naar de hel lopen!’ siste de boer tussen zijn tanden.

Een paar dagen later ging de boer met de watermeloen naar het paleis. Ineens herkende hij de koning, maar hij liet het niet merken.

‘Ik heb een meloen voor u meegebracht, o koning,’ zei hij nederig.

‘Hij is fantastisch!’ riep de koning uit. ‘Maar wat als ik hem toch niet hebben wil?’

‘Dan, majesteit,’ zei de boer zachtjes, ‘weet u mijn antwoord al.’

 


 

Kapitein en machinist

De kapitein van een schip en de machinist hadden ruzie over wie er nu belangrijker was voor het schip. Om daar achter te komen besloten ze van plaats te wisselen. Na een dag in de machinekamer te hebben doorgebracht kwam de kapitein naar de brug toe. Helemaal onder de olie en met een sleutel en een doek in zijn hand.

‘Ik moet toegeven dat ik je beneden nodig heb,’ zei hij met tegenzin, ‘ik krijg geen beweging meer in de motor.’

‘Dat kan wel kloppen,’ zei de machinist, ‘want we zitten aan de grond.’

 


 

Tegenspraak

De keizer was de wanhoop nabij. Hij had al zoveel mensen geraadpleegd en al zoveel adviezen gehad en nog steeds hadden zij niet geholpen. Toen was daar een oude man. De keizer legde hem zijn probleem voor en het oude mannetje zei: ‘Keizer, het antwoord is in u.’

Als door de bliksem getroffen wist de keizer het en hij riep tegen het mannetje: ‘Wat een talent, wat een talent!’

Het mannetje antwoordde: ‘Nou keizer, maar het is ook een kwestie van hard werken hoor!’

De keizer, niet gewend aan tegenspraak zei: ‘In de kerker met die man, als ik zeg dat er sprake is van talent, dan is er sprake van talent! En zet een jong kalf naast hem in de kerker.’

Na een jaar, toen de keizer weer een probleem had, dacht hij ineens aan het oude mannetje en hij gaf zijn bedienden opdracht hem te halen. Tot zijn verbijstering kwam het mannetje aanlopen, terwijl hij het kalf op zijn handen droeg.

Het eerste wat de keizer riep was: ‘Wat een talent, wat een talent!’

Het oude mannetje antwoordde: ‘Nou, keizer, maar ik heb wel elke dag geoefend.’

 


 

Koorddanser

Hoog in de nok van de tent danste de acrobaat op het slappe koord. Daar hielden de mensen van. Ze juichten hem enthousiast toe. En aan het handgeklap kwam geen einde. ‘Een kanjer,’ zeiden de mensen, ‘grandioos!’

Op zekere avond zaten de mensen weer te kijken vanuit hun gemakkelijke stoelen. Toen riep de koorddanser naar beneden: ‘Denken jullie dat ik het kan?’

‘Ja’ schreeuwden de mensen.

En hij danste van de ene naar de andere kant. Hij kon het omdat ze in hem geloofden. Toen rolde hij een kruiwagen op het koord en riep: ‘Denken jullie dat ik het kan met een kruiwagen?’

‘Ja!!!’ schreeuwden de mensen, luid en geestdriftig.

En de koorddanser ging met kruiwagen en al over het koord. Hij kon het omdat ze in hem geloofden. En opnieuw riep hij naar beneden: ‘Denken jullie dat ik het nog steeds kan, als iemand van jullie in mijn kruiwagen komt zitten?’

Toen bleef het beneden muisstil, zo stil dat de koorddanser bijna zijn evenwicht verloor.

 


Mozes

De wereld stond op zijn kop door het wonder van de uittocht uit Egypte. De naam van Mozes stond op ieders lippen. Het bericht van het grote wonder bereikte ook de wijze koning van Arabië. De koning riep zijn beste schilder bij zich en gaf hem de opdracht Mozes op te zoeken en een exact portret van hem te schilderen.

Toen de schilder met het portret terugkeerde, verzamelde de koning alle wijzen van het land, waaronder de gezichtslezers. Hij vroeg aan hen om hem op basis van het portret te vertellen wat voor een man die Mozes was.

‘O koning,’ zeiden zij, ‘dit is het portret van een wrede, trotse man die altijd wil winnen, bezeten van de honger naar macht en nietsontziend.’

De koning reageerde verontwaardigd: ‘Hoe is dat nou mogelijk? Dat een man wiens grote daden overal verkondigd worden, zo’n bruut zou zijn?’

De wijzen en de schilder gingen met elkaar in debat. De schilder hield vol dat hij Mozes precies geschilderd had zoals hij is, terwijl de wijzen beklemtoonden dat zij Mozes’ karakter feilloos uit het schilderij hadden afgeleid.

De koning besloot zelf te gaan onderzoeken wie gelijk had en ging op reis naar de plaats waar Mozes vertoefde. Toen hij Mozes zag, viel hem direct op dat het schilderij een perfecte weergave van de echte Mozes vormde. Hij ging de tent binnen, boog diep en legde Mozes uit welk meningsverschil tussen de schilder en de wijzen hem daar bracht.

‘Ik dacht eerst dat mijn schilder ernaast moest zitten, want mijn wijzen zijn zeer bedreven in de kunst van het gezichtlezen. Totdat ik uw gezicht zag, want het portret klopt in alle opzichten. Dan moeten mijn wijzen er dus naast zitten.’

‘Nee,’ zei Mozes rustig, ‘zij hebben allebei gelijk. Alle ondeugden die uw wijzen noemen horen bij mijn karakter en wellicht nog erger dan zij in het portret hebben gelezen. Maar ik heb geworsteld met mijn ondeugden en door hard werken heb ik ze overwonnen, zodat mijn tweede natuur nu bestaat uit het tegenovergestelde.’

 


 

Kijk voor alle afleveringen op dit overzicht

 

 

Samengesteld door Willem de Vos
Zie voor het boek deze pagina.

 

 


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven