Het belang van passie, van pijn, lijden en verdriet

| 1 reactie

Het belang van passie, van pijn, lijden en verdriet

Het kan vreemd klinken dat het woord passie verwijst naar pijn, verdriet, naar lijden en dood, maar dat het ook geestdrift en bezieling betekent. Waarom gebruiken we hetzelfde woord voor ogenschijnlijk zulke verschillende dingen? Is er misschien een samenhang tussen hartstocht en pijn, tussen compassie en lijden? Zonder passie heb je niks, zei de Vlaamse filosoof Jaap Kruithof eens en ik dacht toen zelfs dat hij bedoelde te zeggen zonder passie ben je niks. Want geestdrift, elan, bezieling, bevlogenheid en passie maken ons tot wie we zijn.

Geldt dat dan ook voor pijn en verdriet? Ben je niets als je nog geen pijn en verdriet hebt gehad? Dat is een moeilijke en ook wel een wat bedreigende vraag. Aan het eind van de negentiende eeuw schrijft Oscar Wilde dat pijn en lijden het medium vormen waardoor mensen zich bewust worden van hun bestaan. En veel van zijn tijdgenoten waren het toen met hem eens. De middeleeuwse Hildegard van Bingen zegt dat je de deur van het leven pas binnengaat als je de pijn van het leven bij je binnenlaat. Dat zijn vreemde geluiden voor hedendaagse mensen waar pijn en verdriet juist taboe zijn. We willen daar zo snel mogelijk met pillen en verdovingen vanaf. De uitspraken van mensen uit vroegere eeuwen vinden we onbegrijpelijk en primitief. De Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven noemt pijn en verdriet het grootste taboe in onze samenleving omdat we de pijn van het bestaan niet onder ogen willen zien, verdriet proberen weg te drukken en ons voor pijn en dood laten verdoven. Vanuit dit taboe lijkt iedere samenhang tussen passie als bezieling en passie als pijn en lijden onmogelijk.

Leven is lijden, zegt de Boeddha, niet altijd, niet elke dag maar af en toe is er verdriet, heb je pech, krijg je ruzie of een ongeluk, doe je iets doms, word  je ziek of oud, gaan mensen dood, want sterven doen we allemaal. Niet alleen de Boeddha maar ook andere grote leraren uit het verleden als Lao Tsee, Mozes, Socrates, Jezus wijzen op de realiteit van lijden en dood. En ze bedoelen te zeggen dat er zonder lijden, zonder pijn en verdriet geen leven bestaat. Dat doen ze niet om ons somber te stemmen, nee, integendeel, dat doen ze om ons de werkelijkheid voor te houden zodat we niet wegdromen en ons kapot schrikken als er iets ergs gebeurt. Het gaat erom – al gedurende de hele wereldgeschiedenis –  dat wij als mensen leren omgaan met verdriet, met lijden en dood. Het helpt niet als we daaraan niet willen denken. Veel oude wijsgeren maar ook huidige wijze mannen en vrouwen houden ons zelfs voor dat hoe meer we de angst voor verdriet, voor pijn, lijden en dood wegdrukken of ons er voor verstoppen, hoe meer angst voor onheil en onzekerheid over ons huidige bestaan toeneemt. In zijn pleidooi voor een beetje ongelukkig zijn houdt de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter voor dat we ons niet moeten opsluiten in onwerkelijke dromen en onbereikbare idealen maar oog moeten houden voor de werkelijkheid. Hij zegt dat passie een manier is om daarmee om te gaan, om de verdrietige kanten en de vele pijnpunten van het bestaan met passie tegemoet te treden. Want er is pijn en lijden wanneer de werkelijkheid niet overeenkomt met onze behoeften en verlangens. Er bestaan vele vormen van lichamelijke pijn, van psychisch verdriet en van lijden dat zowel het lichamelijke als het psychische omvat. Bovendien verschillen ze van mens tot mens, is de beleving ervan een hoogst persoonlijke aangelegenheid en mede afhankelijk van waar, wanneer en hoe je leeft. Daar komt bij dat we de aangeboren neiging hebben ons aan pijn en verdriet te onttrekken. Daarom is het ook zo moeilijk om ze onder ogen te zien en te aanvaarden. Misschien sluiten mensen zich daarom zo vaak af van hun emoties en van een belangrijk deel van hun leven. Dat is eigenlijk jammer want de meest emotionele en vaak ook pijnlijke momenten raken juist de diepste snaren van het mens zijn.

Wanneer we in contact komen met een extreme vorm van lijden en verdriet, dan zijn we ten einde raad, dan ervaren we een kwelling waaraan op geen enkele manier valt te ontsnappen, waar geen ruimte is voor woorden en gedachten. Maar soms ervaren we ook en we lezen erover, dat als we de onmogelijkheid van die toestand accepteren en we het beest in het gezicht zien zoals iemand laatst opmerkte, we dan worden teruggeworpen op het wezenlijke van het bestaan, daar waar het ego en het zelfbeeld geen rol spelen en we ons verbonden weten met alles wat zwak en broos is. Dat geeft een onbekend elan, kan zelfs een bron van inspiratie vormen.

De zeer zwaar gehandicapte Alexandre Jollien, die nooit weet of hij de volgende week nog haalt, schrijft dat zijn kwetsbaarheid niet valt te verbergen en dat zijn leven met ontzettend veel leed gepaard gaat. Ik heb niets te verliezen, schrijft hij, want alles is bij voorbaat al verloren. Niets is erg, want alles is erg. Elke door de nabije dood overschaduwde minuut moet geleefd worden, daar moet ik het mee doen, eruit halen wat erin zit. Van die vaststelling ga ik niet onderuit, nee ze spoort me juist aan tot lichtheid en dat vormt een heel waardevol instrument. Dat is een nieuwe kracht die de wereld in lichtelaaie kan zetten, zegt hij. Lichtheid is een tegengif tegen wanhoop; het betekent nederig je lot aanvaarden nadat je alles geprobeerd hebt om zijn schaduw uit te bannen. Het betekent weerstand bieden zodra verzet en kwaadheid opkomen en betekent niet toestaan dat de vrijheid wordt opgeofferd aan woede en haat. Die lichtheid vormt een passie die steun biedt aan degene die lijdt en er voor zorgt dat hij of zij zich niet in zijn malaise opsluit, aldus Jollien.

hetboekjobDoor het verdragen van pijn, door de ellende van het bestaan onder ogen te zien en er niet voor op de loop te gaan, kun je als het ware door de pijn worden schoongespoeld, schrijft Roek Lips in zijn boek Job. Je krijgt een heel andere vorm van inspiratie. Je wordt geconfronteerd met de weerloosheid en kwetsbaarheid van het bestaan waar je een onderdeel van uitmaakt. Alles van waarde is weerloos, schreef Lucebert. Door de ervaring van dat kwetsbare kun je verbonden worden met alles wat kwetsbaar en weerloos is. Iemand zei laatst dat het vaak de fouten en mislukkingen zijn waarin we elkaar aanraken en herkennen. Het zijn onze dwaasheden waarin met elkaar verbonden worden. Passie in de vorm van lijden kan passie oproepen  als elan.

 

De indruk bestaat echter dat wij in onze maatschappij pijn en verdriet, die ons weerloos en kwetsbaar maken, zo snel mogelijk ongedaan proberen te maken. We willen niks van dat schoonspoelen weten. Hulpverleners, medici, wetenschappers doen al het mogelijke om pijn en verdriet weg te nemen. Ze doen aan pijnbestrijding en geven pillen tegen verdriet. Dit roept de vraag op of daarmee niet het kostbare en wezenlijke van wat mensen bezitten wordt afgepakt? Krijgen we in deze samenleving wel voldoende  kans de eigen zwakheid en broosheid onder ogen te zien en te aanvaarden, er niet voor op de loop te gaan?

Rabindranath_Tagore_in_1909Waarom ging de lamp uit, vraagt de Indische dichter Rabindranath Tagore zich af. De lamp ging uit omdat ik die met mijn mantel wilde beschermen tegen de storm. Daarom ging de lamp uit. Met dit beeld wil hij aangeven dat juist door zijn goede bedoelingen, de lamp uitging, dat door het goed te bedoelen de zuurstof wordt weggenomen die noodzakelijk is voor vuur, licht en hartstocht. Is het misschien ook zo dat we door het goed te bedoelen alle pijn uit het leven wegsnijden en verdovende middelen gebruiken om verdriet niet te voelen?

Onze verre voorouders gingen daar anders mee om. Zij dachten dat pijn en verdriet evenals lijden en dood bij het leven horen. Sommigen schreven dat de ervaring van kwetsbaarheid en weerloosheid de zuurstof vormt voor een dieper besef van het bestaan. Bemin het kwade en het zal je verlossen, zei mijn oma vroeger.

 

Van die verre voorouders komt het passieverhaal van Jezus die gefolterd en gekruisigd werd en daarmee de dood overwon. Het kruis als symbool van lijden en dood  zal verlossing brengen. Omhels het kruis en je wordt bevrijd van de angst. Dat oude passieverhaal staat in onze cultuur symbool voor hoe mensen met hun lijden kunnen omgaan. Er bestaan verschillende benaderingen van dat verhaal, de ene beschouwt het als een mythe, de andere ziet het als historie. Ik weet niet of dat verschil wel zo belangrijk is, of het iets uitmaakt dat Jezus wel of niet heeft geleefd zoals ons is overgeleverd. Kunnen mythologische figuren niet even belangrijk of misschien soms zelfs belangrijker zijn dan levende of historische personen? We kennen genoeg historische personen die ons vroeger worden voorgehouden  en dan mythische en mythologische kenmerken kregen. In de oudheid en tot diep in de Middeleeuwen kende men amper verschil tussen mythologie en geschiedenis.

220px-Dionysos_MosaicBij de oude Grieken leefde de mythe van Dionysos die geconfronteerd werd met pijn, met lijden en dood, maar dat leidde hem niet ten gronde. Hij haalde zelfs zijn moeder uit het dodenrijk. En hij vierde het leven met wijn, geestdrift, vreugde en seksueel plezier. In de religieuze mysteriën uit die tijd waren er mystoi, ingewijden die zich met Dionysos identificeerden, die hem navolgden in zijn pijn en lijden, doodangsten uitstonden, daarmee de angst voor de dood overwonnen en vervolgens een zekere wijsheid en passie uitstraalden. Dat maakte indruk. Voor de Grieken uit die tijd was Dionysos de figuur van de dans en de extase en stond symbool voor levenskracht en vruchtbaarheid. Hij vormde een inspirerende persoon die aangaf  hoe je in het leven kon staan. Later bij de Romeinen werd hij vervangen door Mithras en weer later door Jezus. Je kunt je afvragen of die Jezus niet dezelfde functie vervult voor de christenen als Dionysos bij de Grieken en Mithras bij de oude Romeinen. Is hij niet degene in onze cultuur die mensen leert hoe om te gaan met pijn, lijden en verdriet? Vormt hij niet het symbool van het overwinnen van doodsangst?  Misschien moeten we die overwinning nu anders interpreteren dan vroeger.

De grote mythedeskundige Joseph Campbell zegt dat mythologie over het heden gaat en geschiedenis over het verleden. Oude mythen bieden toegang tot het heden en zijn vergelijkbaar met poëzie waarin men probeert tot een laag van de werkelijkheid door te dringen waar je met de gewone triviale kijk op de dingen niet bij kunt komen. Wie een mythe interpreteert als geschiedschrijving brengt die om zeep, zegt Campbell. Eeuwenlang doen we  in het Westen bijna niets anders dan mythen of als historie te beschouwen of ze als onwerkelijk en onwaar terzijde te schuiven. Het is alsof slechts enkelingen oog hebben voor de allegorie en de poëzie van die oude verhalen.

Het is jammer dat we met het belangrijkste vraagstuk uit de menselijke geschiedenis, namelijk hoe om te gaan met de tijdelijkheid van het bestaan en met pijn, lijden en dood, vaak zo knullig omgaan. We hebben heden ten dage veel mogelijkheden om onnodige pijn te voorkomen en ons leven te verlengen. Dat is geweldig. Wetenschap en techniek stellen ons in staat een veel  comfortabeler leven te leiden dan onze voorouders. Maar het is alsof we nu niets meer met pijn en verdriet te maken willen hebben. Zelfs lijden en dood worden door menigeen ontkend of verdoezeld, terwijl dit averechts werkt. Psychoanalyse leert ons dat angst voor en verzet tegen pijn en verdriet het lijden doen toenemen. Juist een dergelijk verzet maakt ons doodsbang voor ziekte en dood. Daarom is er meer aandacht nodig voor het kruis als symbool van lijden en dood. Dat kan voor  meer passie zorgen om intensiever met de dingen om te gaan en het leven te kussen in het voorbijgaan.

 

        

 

 

 

Literatuur:

 

  • Alexandre Jollien, Mens van beroep, een vrolijk essay over zwakte en kracht, Ten Have 2009
  • Magda Maris, Van hart tot hart, Boltboek Nieuwaal 1987
  • Roek Lips, Het boek Job, Prometheus Amsterdam 2013
  • Ine Spitters, Zonder passie heb je niks, Elsevier/De Tijdstroom  1998
  • Cornelis Verhoeven, Rondom de leegte, Ambo Utrecht, 1965
  • Piet Winkelaar, Kijken en zien. Over het belangrijke verschil tussen beide en over onze vergetenerfenis, Aspekt, 2015 en 2016

9789461537546

 

 

[Piet Winkelaar is filosoof, studeerde filosofie, theologie, andragogie en promoveerde  met Anders dan we denken, een geseculariseerde benadering van het religieuze. Hij schreef onder meer Zingeving en wereldbeschouwing (1994, 2000, 2009), Altijd duurt alles maar even (2007),  Bouwstenen voor filosofie (2001, 2014), Syncretisme(2011), Kijken en Zien (2015). Dat laatste boek is vorig jaar vertaald in het Engels: The Important Difference between Looking and Seeing.]

 


Eén reactie

  1. Dit is nog eens verrassend…….
    Ik voel me meteen gesterkt na dit gelezen te hebben.
    Eigenlijk zijn we helemaal niet zwak als mens, maar erg sterk in de weg vinden om door te gaan.
    Op deze manier heb ik de dingen nooit bekeken.
    Ik dank u voor deze benadering!!!
    vriendelijke groet M.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven