Heleen en Daan

| Geen reacties

Voor de tweede keer zijn ze met elkaar getrouwd, Daan en Heleen.

De eerste keer waren ze beiden nog heel jong en was er een kind op komst. Heleen is dan 19 en Daan 21 jaar. Ze hebben elkaar in de bar ontmoet waar zij achter de tap werkt.

Dat was in 1959. Ze hebben dan al een jaar verkering en Daan valt goed bij haar ouders.

Ze trekken bij hen in, in die tijd gebruikelijk in dergelijke situaties. De vader van Heleen heeft een schildersbedrijf en achter de werkplaats, op de binnenplaats, is een ruimte die geschikt wordt gemaakt voor een tijdelijke bewoning. Heleen’s vader, haar broer die in het bedrijf van zijn vader werkt, en Daan verbouwen de boel met eenvoudige middelen. Er komen 2 kamers, zeker niet groot, en een keukentje waar ze zich ook kunnen wassen. Zij hebben daar straks met hun baby voorlopig een veilig onderdak. Dat gaat allemaal redelijk, dat wil zeggen dat zowel het jonge paar als haar ouders de situatie nemen zoals die is en er het beste van willen maken.

Zijn ouders, dat wil zeggen zijn moeder, doet moeilijker over de gang van zaken. Dat heeft te maken met het feit dat zij en haar man, die hoofdboekhouder bij een machinefabriek is, grote maatschappelijke ambities voor hun zoon koesteren en een meisje als Heleen niet van zijn stand achten. Een ‘moetje’, zoals dat in die tijd heette, lijkt haar ideeën over de toekomst van haar zoon geheel te verstoren, zeker met de dochter van een ‘eenvoudige schilder’.

Daan heeft zijn ouders echter verzekerd van het feit dat hij niet van plan is Heleen alleen voor het kind te laten opdraaien en dat hij bovendien van haar houdt. Hij vertelt hen dat hij met haar wil trouwen en dat zij dat ook wil. Tijdens het gesprek begint zijn moeder weer over het standsverschil dat volgens haar een goed huwelijk in de weg staat. “Wat nou stand…’ , zegt hij woedend,  ’…wat deed jóuw vader ook alweer?, zullen we het daar eens over hebben?  Laat me niet lachten zeg, houd erover op alsjeblieft, en zeg nooit zulke dingen tegen Heleen want dan zetten we hier geen voet meer over de drempel’.

Zijn moeder verslikt zich in de thee en loopt rood aan omdat dit onderwerp haar niet ligt, haar zoon nooit zo boos heeft gezien én niet weet wat zij zeggen moet.

Tenslotte stelt hij hen gerust als het gaat over zijn toekomst. Zijn studie kan best enkele jaren langer duren, want hij is niet van plan er mee op te houden.

Er volgt spoedig een eenvoudige trouwpartij, zonder receptie en zonder ringen.

Hij gaat erbij werken om zijn kleine gezin te eten te kunnen geven. Hij is bezig met een baan als nachtportier bij een hotel en als dat doorgaat verdient hij daar genoeg mee. Overdag volgt hij colleges en studeert hij. Omdat Heleen’s ouders geen huur vragen en de energiekosten ook door hen worden betaald, lijkt het allemaal best te doen. Als tegenprestatie verricht Heleen, vóór zij naar de tap vertrekt, schoonmaak werkzaamheden in het huis van haar ouders zodat haar moeder alle tijd heeft voor het verwerken van de administratie van hun schildersbedrijf.

Als de baby er is zien ze wel weer verder, maar zolang ze daar wonen doet ook zij wat ze kan. Driemaal per maand draait Daan ook weekenddienst bij het hotel waar hij nu is aangenomen als nachtportier. Zodoende verdient het redelijk goed. Het vertimmerde schuurtje biedt hen privacy en ze zijn één weekend per maand vrij van hun beider werk.

Het spreekt bijna vanzelf dat zijn ouders binnen een jaar geheel zijn bijgedraaid.

Daan en Heleen én haar ouders komen hun beloften na en zowaar is het meestal erg gezellig.

De ouders van Daan komen uiteraard op bezoek na de komst van de baby, een jongetje, die in maart 1960 wordt geboren. Zij geven hem de naam Vincent. Langzaam aan zien de ouders van Daan dat het gewoon goed gaat daar bij de ouders van Heleen. Ze zijn welkom in dat huis en ook dat is sympathiek. De moeder van Heleen past als dat nodig is op de baby zodat haar dochter en schoonzoon af en toe ook naar vrienden of naar de bioscoop kunnen gaan en kunnen uitslapen.

 

Daan studeert na drie jaar af en heeft direct een baan als juridisch medewerker bij een verzekeringsmaatschappij. Het salaris is genoeg om een eigen huis te betrekken en ze kunnen een geschikt huis huren. De meubels worden geleidelijk aan bij elkaar gespaard.

De ouders van Daan doen ook een flinke duit in het zakje omdat zij vinden dat ze dat verdiend hebben. Al eerder waren ze bijgedraaid en nu geven ook zij royaal hun hulp.

Heleen wordt weer zwanger maar het kindje wordt dood geboren. Het is een groot verdriet voor hen beiden. Het duurt lang voordat zij daarvan is hersteld.

Het is inmiddels 1965.

Er komen maatschappelijke vernieuwingen op gang en de anticonceptiepil komt op de markt en is voor iedereen beschikbaar.

Ze besluiten, wegens het grote verdriet dat ze hebben meegemaakt, het bij één kind te laten en zodoende gaat Heleen de pil slikken. Ze besluit een opleiding te gaan volgen voor apothekersassistente.

Daan verdient nu genoeg om de opleiding voor haar te betalen en binnen twee jaar heeft zij haar diploma op zak. Omdat Vincent dan bijna zeven jaar is en al drie jaar naar school gaat besluit zij fulltime te gaan werken. De banen lagen in die tijd voor het opscheppen. In verband met de schooltijden van haar kind komt de apotheker haar tegemoet in haar werktijden in ruil voor drie maal per maand weekenddienst. Aan geld is geen gebrek meer.

 

Er volgt een tijd van voorspoed en opwindende veranderingen in de omgang tussen mannen en vrouwen. Wegens de pil kan iedereen zich veel meer vrijheid op seksueel gebied veroorloven. Tijdens feestjes komt in die tijd het ‘ruilen’ van partners op gang en al gauw raken Daan en Heleen ook geïnteresseerd in dit soort experimenten. Ze vinden het leven leuk en erg spannend.

Wegens hun actieve deelname aan feestjes waar partnerruil plaatsvindt, wordt Daan verliefd en gaat met de desbetreffende vrouw, die ook verliefd op hém is geworden, ook buiten de feestjes afspraken maken. Dat is tegen de regels die toen voor dit soort feestjes golden.

Heleen maakt uiteraard ernstige bezwaren, maar het wil niet baten.  Hij probeert Hellen steeds weer te verzekeren dat ‘er niets serieus aan de hand is’ en dat ze het maar moet beschouwen als een ‘avontuurtje’.

Ze gelooft hem natuurlijk niet. Maar hij blijft volhouden dat ze ‘maar wat in haar hoofd haalt’. Er volgen veel ruzies. Hij gaat steeds vaker met zijn vriendin op stap en op een vrijdagavond als hij aankondigt dat hij het weekeinde met haar weg gaat, zegt Heleen tegen hem dat hij wat haar betreft weg kan blijven. Nog diezelfde avond pakt zij een koffer met de belangrijkste spullen van hem in en zet die in zijn auto. Er volgt weer een vreselijke ruzie, maar hoe hij ook argumenteert en aandringt, het helpt niet. Heleen is het zat. Hij kan vertrekken. Nu meteen. Ze zal werk maken van een scheiding. Daan stapt uiteindelijk in zijn auto en gaat weg.

Zo zijn zij elkaar kwijtgeraakt zoals dat met vele paren in die tijd om dezelfde reden is gebeurd. Ze gaan uit elkaar maar blijven wegens hun beider werk in dezelfde stad wonen.

De scheiding wordt in 1974 uitgesproken. Vincent is veertien jaar en zit sinds twee jaar op de middelbare school.

Daan gaat bij zijn vriendin Anneke wonen, wiens man de affaire eveneens niet heeft gepikt en uiteindelijk is vetrokken. Hij trouwt met haar. Heleen blijft in het huis dat zij hebben gehuurd. Er zijn geen toestanden over geld. Met haar baan kan zij zelf de huur van het huis en de andere vaste kosten betalen. Zij is niet iemand die het onderste uit de kan wil halen en haar onafhankelijkheid hoog in het vaandel heeft staan.

Daan betaalt alleen een bepaald bedrag per maand voor de opvoeding van hun zoon.

Vader en zoon hebben een aardig contact en Vincent krijgt er zelfs ’n halfbroer bij: Evert.

Heleen blijft op zichzelf wonen en heeft geen behoefte aan een nieuwe echtgenoot. Ze wordt wel eens mee uit gevraagd door een vriend en er blijft ook wel eens iemand slapen maar belangstelling voor een vaste partner heeft zij niet. Ze doet haar werk en studeert daarbij voor makelaar.

 

Het leven gaat verder. Daan heeft een nieuw gezin, opent een eigen advocatenkantoor, werkt daar zo’n beetje dag en nacht en Heleen wordt makelaar. Vincent gaat economie studeren en blijkt een talentvol zakenman. Met zijn vriend Wim drijft hij een café dat heel goed loopt.

Met die verdiensten bekostigt hij zijn studie die hij met succes afrondt. Het café loopt als een trein en er wordt een tweede zaak geopend. Wim en Vincent bouwen hun bedrijf geleidelijk aan verder uit.

Met zijn moeder spreekt hij wel eens in een van zijn cafés af, maar veel tijd heeft hij niet.

De ex-echtgenoten hebben weinig contact en spreken elkaar slechts af en toe via de telefoon als dat nodig is. Iedereen heeft het te druk. Er wordt heel veel geld verdiend. Daan vertelt ons dat hij op een gegeven moment eigenlijk niet meer wist wat hij met z’n geld moest doen.

Het werk gaat evenwel gewoon door en hij ontkomt niet aan zijn drukke bestaan. Heleen verdiende ook steeds meer geld en zij koopt een comfortabel appartement voor zich alleen. Ook zij werkt zeven dagen in de week als ze de kans krijgt.

Ze voelden zich beiden in die tijd beslist niet ongelukkig en zijn dan ook niet voorbereid op de gebeurtenis die zich plotseling aan hen voordoet.

 

Op een dinsdagavond in 1994, vlak voor Oud en Nieuw wordt Daan opgebeld door Wim, de vriend van Vincent. Hij heeft een verschrikkelijke mededeling. Het verhaal komt er met horten en stoten uit, met aarzelingen en zoekend naar woorden: tijdens de skitochten die Vincent ieder jaar onderneemt was hij in zijn eentje een tocht gaan maken en door een hevige sneeuwstorm hopeloos verdwaald geraakt. De volgende ochtend is hij dood aangetroffen.

Het dringt niet meteen tot Daan door. ‘In welk hotel zijn jullie nu? ‘, vraagt hij. Wim weet hem echter duidelijk te maken dat er een dodelijk ongeval heeft plaatsgevonden en dat het gewenst is dat hij direct naar Oostenrijk komt. Hij geeft het telefoonnummer waar hij bereikbaar is. “Ik bel je nog’, zegt Daan en beëindigd het telefoongesprek.

Hij belt direct Heleen. Hij zegt haar dat hij naar haar toe zal komen omdat hij haar dringend wil spreken. Hij bestelt een taxi omdat hij te confuus is om zelf auto te rijden en binnen een half uur belt hij bij haar aan.

Het is een ontmoeting geweest van complete verwarring, ongeloof, machteloosheid en verdriet. Ze worden geconfronteerd met de dood van een tweede kind. Het spreekt dat beide mensen helemaal van de kaart waren.

Er volgt een heel moeilijke en een vermoeiende tijd met erg veel verdriet.

Anneke, de tweede vrouw van Daan, komt nu meer en meer op de voorgrond als iemand die de situatie niet alleen volledig begrijpt maar ook als iemand die de getroffen mensen enorm helpt in deze moeilijke periode. Ze is erg lief en nodigt Heleen uit om, voor zolang ze dat wil,  bij hen in huis te komen wonen. Er is een ruime kamer voor haar beschikbaar waar ze alleen kan zijn als ze dat wil en waar ze kan slapen.

Zij is tot deze sympathieke uitnodiging gekomen omdat zij vindt dat beide ouders elkaar nu nodig hebben en ook is het voor Evert fijn dat ze in deze tijd allemaal bij elkaar zijn.

Vincent was tenslotte zijn halfbroer.  Daan is het met deze uitnodiging eens.

De familie en vrienden vinden dit echter geen goed idee. De ex-vrouw van je man in huis halen? Weet Anneke wel wat zij doet? Dat is toch vragen om moeilijkheden? Wegens deze  vastgeroeste ideeën over ‘moeilijkheden’ in een dergelijke situatie krijgen ze ongevraagde adviezen die allemaal neerkomen op: NIET DOEN.  Iedereen bemoeit zich ermee.

Er is ook kritiek op Daan wegens het feit dat hij na het noodlottige telefoongesprek over het tragische ongeval van Vincent, meteen Heleen heeft gebeld én naar haar toe is gegaan in plaats van naar zijn vrouw Anneke. Er wordt druk op hen uitgeoefend, een druk die niet zo eenvoudig is te weerstaan.

Maar deze drie mensen bezwijken er niet voor. Ze bespreken de situatie grondig met elkaar, maken duidelijke afspraken en zijn het er over eens dat het goed is wat ze doen.

Daarom neemt Heleen de uitnodiging aan. Uiteindelijk blijft ze drie maanden. Het onverwachte samenzijn doet hen goed. Anneke zorgt voor het hele gezin op een manier die alleen maar respect afdwingt.

 

Als Heleen weer naar haar eigen huis gaat, lijkt alles heel anders.

Hoewel zij weer gewoon aan het werk gaat komt ze regelmatig bij Anneke en Daan over de vloer. De twee vrouwen kunnen goed met elkaar opschieten. De moeilijke tijd die ze samen in één huis hebben beleefd heeft een bijzondere band tussen hen tot stand gebracht. Een band die niemand heeft kunnen vermoeden.

Drie jaar later komt er een prachtig appartement te koop dat naast dat van Heleen ligt en zo komen ze op het idee om op die manier naast elkaar te gaan wonen. Het is gezellig, makkelijk en comfortabel. Het blijkt een goed idee. De vriendschap die na het noodlottige ongeval van Vincent is ontstaan is voor hen een belangrijk onderdeel van hun leven geworden. Ze beleven zes fijne jaren met elkaar.

Dan, in 2003, slaat opnieuw het noodlot toe. Anneke wordt getroffen door een hersenbloeding, raakt in een coma en overlijdt na drie weken, zonder bijgekomen te zijn. Heleen en Daan zijn in die drie weken vrijwel voortdurend bij haar geweest. Het is wederom en erg verdrietige tijd omdat Anneke een zeer belangrijke plaats heeft ingenomen in hun leven met elkaar. Niet alleen zijn de twee vrouwen goede vriendinnen geworden maar ook was en bleef zij zorgzaam en heeft nooit moeilijk gedaan over het contact tussen Heleen en Daan dat weliswaar anders, maar veel beter is geworden.

In 2005 besluiten ze opnieuw met elkaar te trouwen. Er volgt een eenvoudige trouwpartij, zonder receptie en zonder ringen.

Ze blijven allebei in hun eigen appartement wonen.

 

Uit:

Anders samenleven boven 55 jaar
– ook voor echtparen –

Sophie de Wijn
ISBN: 978 90 8850 215 6


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven