Feuilleton – 56 – Du vin, du pain, du pindakaas : De plank misslaan

| Geen reacties

Feuilleton – 56 – Du vin, du pain, du pindakaas : De plank misslaan

Etre à côté de la plaque

De plank misslaan

Langzamerhand kan Erik na zijn liesbreukoperatie weer zwaarder werk gaan doen en we willen in een kamer een vloer vervangen. Grote eiken vloerdelen lijkt ons wel wat, maar in de schappen van de bouwmarkten vinden we niet wat we zoeken. Bij de zagerij in Montgaillard vragen we of zij planken met mes en groefverbinding kunnen leveren. Planken hebben ze wel in standaarddikte van drie centimeter, maar mes en groef moeten we er bij de timmerman, le menuisier in Bagneux in laten frezen.

Menuisier Philippe blijkt een ‘vrijgezellige’ gepensioneerde dikkerd die bijklust en vooral bijkletst. Echt een schoolvoorbeeld van een timmerman met tuinbroek en potlood achter het oor. Oren waar hij trouwens bijna niets meer mee hoort, door ruim veertig jaar herrie van zijn zaagmachines. En gehoorbeschermers zijn maar lastig. Wat ook lastig is, is dat hij aan elke hand nog maar een paar complete vingers heeft. Willen we horen hoe hij ze is kwijtgeraakt? Hm, liever niet. Wel vindt Philippe bij Erik een luisterend oor, als hij schreeuwend trots uitleg geeft over alle zaag-, frees- en vlakmachines.

Na de rondleiding komen we tot zaken.

‘We kunnen hier bij de zagerij planken kopen. Voulez-vous faire les languettes et les rainures et raboter, wilt u ze van mes en groef voorzien en schaven?’

Pas de problème. Als u meehelpt in de zagerij wil ik het voor een vriendenprijsje wel doen.’

‘Dat is prima, we helpen graag’, zegt Erik, hier een buitenkansje ziend om met die machtige machines te mogen werken.

‘Wel moeten de planken echt sec sec zijn anders werk ik er niet mee’, waarschuwt Philippe. ‘En ik bel u wel wanneer het slecht weer is en ik niet buiten kan werken, want dit is een mooie binnenklus.’

De eerste week van november stortgiet het en staat een luid pratende Philippe op het antwoordapparaat. Na iedere zin wacht hij, alsof hij op een antwoord wacht. We geven gehoor aan zijn oproep en met een zeil over de aanhanger houden we de planken netjes droog en rijden naar de werkplaats waar we alles uitladen. Keurend gaat Philippe langs de planken. Hier en daar met zijn oog vlak over het oppervlak kijkend of ze wel netjes recht zijn. In zichzelf mompelend gaat hij door de stapel heen. Hij is niet echt tevreden.

‘Ze zijn niet echt droog’, moppert hij. ‘Pas du tout sec sec. En er zit te veel wit aan.’ Hij legt uit dat de witte randen te zacht en dus van een slechte kwaliteit hout zijn. ‘Hier kan ik niet mee werken. Met zulk slecht hout kan ik u geen garantie op mijn werk geven. Het trekt krom en misschien barst het. U hebt slechte planken uitgezocht. Hoeveel hebt u betaald?’

Als ik het bedrag noem, heft hij in wanhoop zijn armen ten hemel: ‘Veel te veel, u hebt echt te duur betaald voor deze stapel.’

Daar sta je dan met vijftig planken en op een paar minuten na, midi, lunchtijd. ‘We wisten niet dat we planken mochten uitzoeken, we hebben de bovenste helft van een stapel gekregen.’

‘Wie heeft u geholpen?’

‘Een kleine man met een bril.’

Ah, Le Nain à Lunettes! Brildwerg!’

Zonder veel omhaal pakt hij zijn jas en gebiedt ons de auto te pakken. Uitleg krijgen we niet. Met zijn drieën op de voorbank van de Land Rover gepropt, dirigeert Philippe ons door het dorp. Hij moppert over het belazeren van buitenlanders en wordt steeds nijdiger. We stoppen bij een piepklein huisje en de nu roodaangelopen timmerman, stapt uit de auto. In zó’n klein huisje kan alleen maar een klein mannetje wonen, dus het moet de woning van Brildwerg wel zijn. Philippe belt aan, maar er wordt niet opengedaan. Vervolgens loopt hij naar de buren en bonst daar zo nijdig op de deur, dat de buurvrouw verschrikt naar buiten komt rennen. Nee, ze had haar buurman nog niet voor de middagpauze thuis zien komen. Philippe maant haar, Brildwerg te zeggen gelijk naar zijn werkplaats te komen zodra hij thuiskomt. Net of het arme mens er iets aan kan doen. We schamen ons rot, maar we wisten van tevoren ook niet wat de timmerman van plan was. Daarna laat Philippe ons naar Brildwergs ouders rijden. Gelukkig voor ons zijn ook zij niet thuis. We zetten onze verdediger weer bij zijn werkplaats af en beloven om twee uur weer terug te zijn.

Net als we na de lunchpauze bij de timmerman terug zijn, komt Brildwerg, die Richard, Riri voor ingewijden, blijkt te heten, het atelier binnen. We begroeten elkaar allemaal beleefd en Philippe informeert in rap Frans belangstellend naar een aantal zaken, dat wij niet kunnen volgen. De twee mannen praten geanimeerd door en wij staan er maar een beetje bij. Na een dikke tien minuten begint Philippe over de planken. Het hout is niet sec sec, de planken zijn getwist en hebben te veel wit. De timmerman en Brildwerg gaan door de stapel hout heen. Plank voor plank gaat door de handen en wordt beoordeeld. Philippe windt zich meteen weer enorm op en de mannen belanden in een felle discussie, die gepaard gaat met veel armgezwaai. Riri als zagerijmedewerker vindt het duidelijk allemaal wel meevallen. En natuurlijk zijn niet alle planken slecht. De mannen spreken af dat Philippe de slechte planken eruit zal halen en we die mogen ruilen. Of beter nog, vindt onze timmerman, we moeten gewoon nieuwe krijgen, zonder de andere terug te hoeven brengen. Na wat soebatten gaat Brildwerg akkoord en wordt de discussie toch nog prettig afgesloten.

Met handenschudden wordt de goede afspraak bevestigd en Richard loopt naar zijn auto. Philippe loopt nog een stukje mee en vraagt nog naar de familie. Na een paar minuten staan de mannen nog steeds te praten en een geanimeerd gesprek volgt. Ondertussen rommelen wij maar wat met de planken om de goede en de slechte uit te zoeken, maar voelen ons opgelaten en een vijfde wiel aan de wagen. Kennelijk komen de planken weer ter sprake en het gesprek van de mannen wordt steeds heftiger tot het weer in een ruzieachtige discussie vervalt. Weer krijgt Brildwerg te horen dat hij misbruik heeft gemaakt van onze onkunde en ons inferieure planken in de maag heeft gesplitst. Weer bevestigen de mannen de afspraak en weer wordt het gesprek beleefd en prettig afgesloten. Het is al het kwart voor drie en de bebrilde zagerijmedewerker moet nu echt naar zijn werk. Hij verontschuldigt zich, schudt ons de handen en vertrekt. Philippe vraagt iets door het openstaande autoraampje en hangend met zijn hoofd naar binnen begint het hele ritueel opnieuw! Inclusief uitstappen, het herbeoordelen van de planken en het opzij zetten van ruim twintig planken! Dat er geen klappen vallen verbaast ons nog het meest gezien de heftigheid van de discussie. Eindelijk richting half vier mag Brildwerg vertrekken.

‘Zo,’ zegt Philippe, ‘dat heb ik even mooi voor u geregeld. Hij belazert altijd nieuwe klanten, maar de meesten hebben er geen erg in. Hij zal u geen tweede keer bedonderen. U krijgt nu meer waar voor hetzelfde geld.’

Ons toch schuldig voelend over de hele situatie, rijden we Brildwerg achterna om andere planken te halen. Bij zijn zagerij zoeken we zorgvuldig nieuw hout uit. Richard helpt met het inladen van de planken. Bij het afscheid zegt hij: ‘U kunt die verkeerde planken morgen daar neerleggen’, hij wijst op een plek achter de loods.

‘Maar we mochten de planken houden, u hebt het Philippe toch beloofd?’ vraagt Erik verbaasd.

‘Nee, u hebt het verkeerd begrepen. U mocht ze ruilen’, zegt de bedrieger stellig.

‘Ik weet zeker dat Philippe iets anders met u heeft afgesproken’, houdt Erik vol.

Vous avez tort, u hebt geen gelijk, de planken mogen alleen geruild worden.’

Wat hij kan, kan ik ook natuurlijk: ‘Dat is prima hoor. De volgende keer zullen we ze voor u meenemen’, lieg ik net zo hard terug.

Philippe ontploft bijna als we hem het verhaal vertellen. ‘Le salaud! C’est la plus grande crapule que j’ai jamais vue. Hij is de grootste schoft die ik ooit gezien heb. Hij wilde die planken gewoon voor zichzelf houden.’

_____________________________

Kijk hier voor alle afleveringen 


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven