Feuilleton – 48 – Du vin, du pain, du pindakaas : Geld stinkt niet

| Geen reacties

L’argent n’a pas d’odeur

Geld stinkt niet

De dag na de begrafenis gaan we bij Mimi vragen waar hij die tractor te koop weet. Hij weet er meerdere en zijn tegenvraag is hoeveel geld we beschikbaar hebben voor een tractor. Argeloos zeg ik maximaal vijfentwintighonderd euro. Mimi peinst, en zegt dat het voor zo’n klein bedrag, lastig zal worden iets te vinden. Hij zal eens navragen en als hij wat gevonden heeft komt hij het wel zeggen.

Uiteraard weet Mimi de volgende dag een tractor voor precies mijn genoemde bedrag. Sterker nog, hij heeft de eigenaar weten te overtuigen met zijn prijs te zakken tot die vijfentwintighonderd euro, want die boer vroeg eerst véél meer. Tuurlijk. Mimi vertelt dat de tractor al tientallen jaren niet meer gebruikt is, maar netjes droog in une grange geparkeerd staat.

In Mimi’s eend zwieren we naar Emanuel de ‘genereuze’ boer met de tractor. Na tien minuutjes sightseeing in de omgeving over wegen waar we nog nooit gereden hebben, draaien we bij Bagneux een grindpad naar een heuvel op van een zo te zien groot boerenbedrijf. Mimi rijdt regelrecht naar een joekel van een loods. Er is verder niemand. Hij opent de loodsdeuren en drie hypermoderne groene tractoren staan in slagorde opgesteld. Die zullen vast niet voor ons bedoeld zijn. Achterin staat een grijs oudje. Zonder veel omhaal stapt Mimi in de grote jongens en rijdt ze naar buiten. Hij is net klaar met parkeren als Emanuel met zijn handen in zijn zakken aan komt slenteren, zeg maar een volwassen kleine jongen. Een guitige kop, twee voortanden eruit en enorme oren onder een geruite pet is de beste manier om deze middenveertiger te omschrijven. In de nog rondhangende dieseldampen schudden we handen, stellen ons voor en Emanuel, voor vrienden Manu, vraagt belangstellend: ‘Waarvoor gaat u de tractor gebruiken?’

‘Eerst voor op het erf enzo, maar we gaan waarschijnlijk ook zelf hooien.’

‘Ah,’ ruikt Manu nog meer geld, ‘hebt u daar de machines voor? Ik heb nog een maaier en een hooibaler die bij deze tractor horen. Die kunt u voor un bouché de pain overnemen.’

‘Zullen we eerst naar deze tractor kijken?’ vraagt Erik, wiens oogjes glimmen bij het zien van de antieke tractor. Antiek gemotoriseerd is zijn hobby, dus dit is spekkie naar zijn bekkie. Ik kan zo wel zien dat we de tractor al gekocht hebben.

‘Het is een Ferguson en hij loopt nog erg goed. Ik gebruik hem nog regelmatig’, jokt Manu zonder te verblikken of verblozen. ‘Hij is in onderhoud bij Lacroix. Ik heb alle rekeningen nog. Ik zal hem voor u naar buiten rijden.’

Het oude tractortje komt aarzelend met steeds snellere ploffen op gang. Als Manu de gashendel eens flink opentrekt, zwelt het motorgeweld aan tot een gebrul. De zwarte rookwolken worden minder zwart na even doorblazen. Met de vele deuken is het duidelijk een veelgebruikt oud beestje, maar hij ziet er verder nog goed uit. De mannen openen de motorkap die voor over de neus zakt. Geboeid kijken de drie techneuten naar alle slangetjes, knopjes, hendeltjes en Erik vraagt gretig honderduit over alle technische details, vragen die Manu vaak niet weet te beantwoorden. De tractor is van drieënvijftig en dus voornamelijk door zijn vader gebruikt. Dan komt het moment dat Erik een stukje mag rijden. Ook al zouden we het grijze oudje niet kopen, dan nog is Eriks dag he-le-maal goed. Hij neemt plaats op het ijzeren zitje met ronde gaatjes. Manu staat met gevaar voor eigen leven achter op de hefbalk en houdt zich aan het rechterspatbord en het stoeltje vast en schreeuwt commando’s naar Erik. Die probeert het Frans en tegelijkertijd de bediening te begrijpen, wat kennelijk goed lukt als ze ineens met schokkende rukken naar voren wegschieten. In een duizelingwekkende vaart zie ik ze het grindpad van de heuvel afscheuren, om onder aan de berg slippend tot stilstand te komen.

Il péte bien!’ zegt Mimi achter me opgewonden.

Hij knalt zeker lekker. De mannen komen terug en Erik grijnst van oor tot oor. Verkocht. Zeker weten. Manu nodigt ons uit om binnen een glas te drinken. Hij weet ook dat het tractortje verkocht is. Binnen sluit de vader van Manu zich bij ons aan en in de kelder van het vrij nieuwe chalet wordt de eerste fles wijn opengetrokken. Even later voegt ook de postbode zich ongevraagd bij ons gezelschap. Zo te ruiken heeft hij vandaag bij meer mensen de post persoonlijk afgegeven en aan zijn donkerrode dooraderde neus te zien is dit waarschijnlijk een dagelijks ritueel. Het wordt een vrolijke boel en hoewel we geen cent van de prijs afkrijgen, gaan we akkoord. Zodra we het geld kunnen geven, ja een cheque is prima, mogen we de tractor komen halen en zal Manu de papieren en garagerekeningen klaar hebben liggen. Nog meer wijn vloeit rijkelijk om de verkoop te bezegelen.

Inmiddels bij twaalven bedanken we Manu hartelijk en rijden Mimi, wij en het oude eendje, vrolijk zwaaiend weg.

Met het hebben van een tractor gaat er een wereld van agrarische mogelijkheden voor ons open. Om te beginnen het hooien. Voor we in juli kwamen heeft Mimi net als vorig jaar voor ons gehooid, maar nu richting eind augustus staat het gras alweer hoog genoeg voor een tweede snit. We kunnen bij Manu de maaier en de hooibaler gaan kopen, maar we besluiten eerst maar eens een poging te ondernemen met de oude vingermaaier. Die is tenslotte nog gangbaar, alleen moeten de maaibladen geslepen worden. Een klusje dat Jean-Pierre graag op zich neemt. Met zichtbaar plezier scherpt hij in de al hete ochtendzon, de tanden van zijn vroegere machine. Hij heeft er nu lol in. Twee van die gekke Nederlanders die zijn oude maaier weer leven inblazen.

Samen met Mimi praat hij over vroeger tijden toen ze met vijf man een hectare in een dag zeisten. Het was een enorme stap vooruit dat Jean-Pierre indertijd deze door ossen getrokken maaier kocht. Het duurde nog steeds een hele dag om het land te maaien, maar je had er slechts twee mensen voor nodig. Ze gokken dat het met de tractor een uur of vijf gaat duren. Dit in tegenstelling tot de moderne boeren, die een hectare binnen een uur gemaaid hebben.

Het keren, drogen en binnenhalen van het hooi duurde ook nog dágen. Dit brengt Mimi op het feit dat we une faneuse en une botteleuse nodig hebben. Horende hoeveel dagen het kostte om met de hand te keren en binnen te halen, kunnen we inderdaad wel een hooikeerder en hooibaler gebruiken.

‘Zou het een goed idee zijn, de spullen van Manu te kopen?’ vraagt Erik aan Mimi.

‘Ik denk dat die eigenlijk te modern zijn voor deze tractor. Ik heb zelf nog wel twee geschikte machines staan, maar die wil ik niet verkopen’, peinst Mimi.

‘Mogen we die dan lenen?’ vraag ik.

‘O nee, ik leen geen spullen uit’, zegt hij stellig.

Ik schrik van zijn strenge antwoord en vraag me af waarom hij dan over die dingen begint als hij ze én niet wil verkopen én niet wil uitlenen.

‘Komt u straks voor de middagpauze maar even langs bij mijn achterste schuur, dan zullen we wel eens kijken.’

Ik zie het nut er niet van in en ga liever maaien, maar we gaan toch. Als we het erf aflopen, sluit Jean-Pierre zich bij ons aan. Gedrieën lopen we naar de schuur van Mimi en Dédée, alwaar we een ware oploop zien, ook Jean-Claude en Marie zijn er. De schuur is in geen jaren meer open geweest en toevallig lopen alle buren nét nu langs de schuur. Ook het postvrouwtje is blijven staan praten. Mimi zwaait al uit de verte naar ons en we horen een gelach. We schudden handen en we ‘wangen’, en gaan de donkere mufruikende schuur in. Als onze ogen aan het donker gewend zijn, blijkt dat ook deze schuur een museum is. Antieke machines, gereedschappen, huishoudelijke kapotte apparatuur vanaf de tijd dat er elektriciteit bestond, stapels oude spijkerbroeken en natuurlijk de hooikeerder en de hooibaler.

Dan stapt Mimi, leunend op een oude schep, op een kistje en kucht om de aandacht. De zevenkoppige menigte houdt de adem in. Mimi geniet zichtbaar van zijn toneelstuk. Het tromgeroffel ontbreekt er net aan. ‘Onze nieuwe buren,’ zo begint Mimi over ons, ‘willen zelf gaan hooien. Ze willen mijn machines lenen! Maar mijn spullen leen ik nooit uit, dat weten jullie’, zegt hij streng.

Men bevestigt het, met heftig knikken.

De spreker maakt een paar grappen in het patois die we niet begrijpen en hij vertelt verder. ‘Ik heb er lang over nagedacht; wel vijf minuten,’ zijn publiek lacht hartelijk, ‘en ik wil de machines toch wel verkopen!’ knikt hij toegeeflijk naar ons. Kennelijk verkoopt Mimi nooit iets want men is duidelijk verbaasd. ‘Maar…’, hij wacht even tot hij de volle aandacht weer heeft. ‘Maar… ik vraag er wel een beste prijs voor!’

De vijf andere toehoorders mompelen instemmend.

Ik schrik. Het wordt lastig om ten overstaan van iedereen over een prijs te gaan debatteren.

‘Ik vraag er…’, hij doet alsof hij diep nadenkt. ‘Ik vraag er één fles whisky voor!’ knipoogt hij ondeugend naar ons. ‘Et un bisou!’ waarbij hij tot opluchting van Erik naar mij kijkt.

Natuurlijk kan hij zijn kus krijgen en deze schuld los ik meteen in. Iedereen lacht en we geven deze orator een staande ovatie. Mimi buigt naar zijn publiek en stapt stram van zijn kistje af. Het postvrouwtje gaat weer verder, Mimi en Dédée lopen naar hun huis en Marie, de beide Jeanen en wij lopen richting La Ferme Blanche voor de lunch.

Dan ’s middags is het toch zover. We gaan echt hooien. Erik haakt de oude maaier met een stuk ijzer vast aan de tractor. Hij zal op de maaier gaan zitten om de hendels te bedienen. Ik bestuur de tractor. Door het hoge gras rijd ik naar het midden van het land, om vanuit daar naar buiten te werken. Op die manier kunnen alle konijnen en andere dieren naar buiten vluchten vóór de maaier uit. Als je van buiten naar binnen maait sluit je de vluchtende dieren steeds verder op, waardoor je ze op het eind in het midden van je land mogelijk overrijdt of erger ze in de maaier terechtkomen.

De maaier is berekend op de loopsnelheid van ossen, zeg ongeveer vier kilometer per uur. En keurig houd ik die snelheid aan, terwijl Erik met hendels de hoogte en kantelrichting van de maaitanden bepaalt. Het gaat prima, we laten een mooie gemaaide baan achter, maar dit gaat zo wel heel lang duren vind ik, dus na mijn tweede rondje krijg ik de smaak te pakken en geef een flinke dot gas. We stuiteren en hobbelen nu behoorlijk over de helling, maar de vaart zit er zo lekker in.

Ik geniet van het zonnetje en de natuur. Een grote prachtige smaragdhagedis, bijna zwart met duizenden felgroene schubjes en metallic blauwe wangen, schiet volgens planning voor de tractor uit de beschutting van het gras in. Boven het gemaaide stuk cirkelen gelijk buizerds, op zoek naar diertjes die misschien nu onbeschermd rondlopen. Aan de kant zit een kat van de buren te loeren en ook zij wacht op een makkelijke maaltijd. Vanaf de heuvel zie ik meerdere boeren in hun landen maaien. Het schept een soort band.

En dan zie ik een bekend silhouet langzaam de heuvel op komen lopen. Erik? Is hij van de maaier gevallen? Ik kijk om. Merde! Er hangt helemaal geen maaier meer achter de tractor! Ik heb mijn vriend met maaier en al gedumpt! Stikkend van de lach breng ik de tractor tot stilstand.

‘Maar eh… je houdt nog wel van me?’ vraagt mijn vriendje droog als ik vlakbij ben.

We haken de maaier er weer achter, maar we moeten de haak aanpassen, want iedere keer als ik door een kuil rijd, wipt Erik gezeten op de maaier weer los. Toch hebben we na een paar uur het grootste gedeelte gedaan. De laatste rand gras aan de zijkant laten we staan, zodat de gevluchte dieren veilig blijven.

We kunnen ons niet meer boertje voelen dan tijdens het hooien. Wat is het kicken om het gras dat we de afgelopen weken hebben zien groeien nu te mogen platmaaien voor de wintervoorraad. Het geeft zo’n lekker hamstergevoel. En wat ruikt het versgemaaide gras heerlijk. Dit is voor ons het leven!

Alhoewel… De volgende dag ga ik ‘samen’ met de boerinnen in de omringende weilanden het hooi keren. Zij met moderne machines, ik met de ouderwetse faneuse van Mimi. De meeste van hun mannen zijn elders percelen aan het maaien en de vrouwen mogen keren. Volgens Erik betreft het hier de zogenaamde ‘wentelteefjes’.

Het ziet er zo makkelijk uit wat de dames doen, dat moet ik ook kunnen. Stoer rijd ik de tractor achterwaarts langs het hek om in de hoek te beginnen, laat de keerder met zijn vorken naar beneden zakken, zet de aftakas aan, en heb vervolgens de eerste ‘kippengaas-in-ijzerdraad-omzetter’ uitgevonden! Met een enorm lawaai krijg ik het voor elkaar om binnen een paar seconden, ruim tien meter omheininggaas van de palen af te trekken en op te rollen tot een flinke rol ijzerdraad. Tja, fileparkeren is nooit mijn sterkste kant geweest.

Het levert de nodige vertraging op, en als de andere boeren twee dagen later al de rollen hooi van het land halen, zijn wij nog aan het balen, maar dan letterlijk. De oude balenpakker van Mimi heeft constant kuren. Het sisaltouw loopt vast of breekt, braamtakken in het hooi stagneren de machine en balen komen keurig geperst maar zonder touw uit de machine. Mimi helpt ons waar hij kan en duikt diep in zijn geheugen naar foefjes. Uiteindelijk went alles en na een week hebben we achthonderd kleine baaltjes hooi op de hooizolder liggen.

_____________________________

pindakaas platte cover kleinKijk hier voor alle afleveringen 


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven