Een tuin betekent emotie

| 1 reactie

Een tuin betekent emotie

Groot geluk soms, en ook treurigheid.

Onverstandig misschien om zo je hart te verpanden aan dingen die groeien en bloeien en dus kwetsbaar zijn, maar je weet tenminste wel dat je leeft.

Ik ben er nog niet in geslaagd om te zeggen ‘geeft niet, we kopen wel nieuwe…’, of: ‘nou ja, dan maar niet dat beeldige tapijtje helderblauwe Corydalis[1] dit jaar’. Die Corydalis hebben we helemaal in Finkum in Friesland gehaald, een dorpje aan de Bonkervaart (ja, van de elfstedentocht). Een kweker daar had ze. Duur, en nog in de grond, waar de helft nooit uitkwam. Als je echt de diep, helderblauwe soort wilt hebben, moet je er moeite voor doen. Maar ze zijn teer, ze kunnen de strijd met andere plantjes niet aan. Zolang ze het deden, was het beeldig.

Wat het een paar jaar prachtig doet, wil soms ineens helemaal niet meer, wat je ook probeert.

Sommige stukken tuin moet ik ook helaas maar helemaal teruggeven aan het eigen initiatief van de planten zelf die daar willen groeien. Wild.

Nou moet u niet denken dat ik een tuin heb met allemaal mislukkingen! Integendeel, mijn tuin is een paradijs, zoals de mensen zeggen die stilstaan bij mijn hek en door mij genood worden om ook even verder in de tuin te komen kijken.

Op dit moment verwacht ik de Canna’s[2] en de Agapanthus[3] die terug zullen worden gebracht van de winterstalling. Veel te laat, maar het was te koud voor ze buiten, het zijn tenslotte tropische planten, en ze groeien pas als het lekker weer wordt. Maar nu is het zo ver. Hoe zullen ze de winter overleefd hebben? Dat zijn nou planten waaraan wat mij betreft een grote liefde wordt gewijd. Ik zal verslag doen van hun wederwaardigheden.

 

 Na de winter

Ja, hoe kwam mijn tuin deze winter door? Goeie vraag. Op dit moment bloeit de Blauwe regen, die het dus heeft overleefd. De bloei is wel veel minder dan andere jaren, dan heb je een bonk paars, maar, hij leeft tenminste. Nou heb ik bij die Wisteria het idee dat je een knappe jongen bent als je die überhaupt dood krijgt, Ik had een witte in de voortuin, naast de voordeur op weg naar het balkon (ziet u het romantische plaatje voor u?), maar helaas, hij bloeide niet. Een keer alle loten er afgehaald, niet. Gesnoeid tot op het bot: hielp niet. Heel lang gewacht: niet. Dus toen werd hij omgezaagd, eigen schuld. Maar steeds komen er nieuwe loten uit de grond op, meters van de oude plant, niet kapot te krijgen.

Ik heb op die plek een witte klimroos gezet, een Sneeuwwitje. Oersterk, bloeit geweldig. Heeft het balkon allang bereikt en in beslag genomen.

Maar terug naar de Wisteria. Deze stond eerst bij de schuur, klom in de Conifeer en bloeide op hoogte van de slaapkamers, waar je dus niks aan hebt. Moest worden omgehakt toen de Conifeer moest verdwijnen wegens verbouwing. Als een kale stok is de Blauwe regen verplant en met een punt mocht hij steunen op mijn tuinhuisje (dat tuinhuisje zal nog zeer uitvoerig ter sprake komen).

En toen gebeurde er iets wonderlijks. Uit die kale stam begonnen nieuwe puntjes tevoorschijn te komen. Niet uit bladoksels of zo, nee zo uit de stam, over de hele lengte. En daar had je mijn Wisteria weer, telkens majestueus in bloei. Overigens maakt hij uitlopers net boven de grond die zich uitstrekken naar de heg van de buren, daar klom hij in een Prunes, en in alle struiken die daar staan, en achter het tuinhuisje om in de struiken daar, tot de uitlopers elkaar ontmoeten die van links en rechts bij elkaar komen bij de deur. Maar, hij bloeit wel overal onderweg.

Ik heb van Joos inmiddels een witte Wisteria gekregen die al bloemen had toen hij hem kocht vorig jaar – de enige zekerheid dat hij weer zal bloeien. Die staat nu aan de andere kant van de erker, op weg naar het balkon. En hij heeft inderdaad weer twee bloemen. Het is een begin.

De blauwe en de witte Wisteria’s hebben het dus overleefd, maar de rest?

 

 

 

Liebje Hoekendijk



[1] Corydalis heet ook wel Helmbloem. Ook wel ‘Vogeltje op de kruk’. In het wild groeit in Nederland een wat bleke lila soort, maar in China zijn er zoveel soorten in het wild, dat soms de heuvels gekleurd zijn in verschillende tinten, een soort per heuvel. Laag plantje, vocht nodig.

[2] Canna’s of Bloemriet. Een tropische plant met grote bladeren en grote bloemen rechtop in aar-vorm. Je ziet ze veel in gemeenteplantsoenen. Ik heb ze in alle kleuren die er zijn, maar sommigen zijn gevoelig en leven niet langer dan zo’n 10 jaar in een van mijn potten (wel regelmatig verpot natuurlijk!). Ik heb een paar exemplaren die meer dan twee meter groot worden./

[3] Agapanthus of Afrikaanse lelie. Agape betekent liefde, en anthus betekent bloem. Liefdesbloem dus. Ze hebben lang, speervormig blad en een hoofdje bloemen op een hoge steel, wit of blauw. Ik heb beide kleuren, in soorten die een beetje na elkaar bloeien. De Agapanthus bloeit ook weer voor de canna’s.


Eén reactie

  1. Leuk verhaal Liebje!

    Wonderlijk wat de Natuur soms voor verrassingen heeft! Daarom heb ik het een paar jaar geleden omgedraaid: Leg een gevarieerd “landschapje” aan van hoog, laag, droog, nat, licht, donker. Water stroomt immers van boven naar beneden. Laat het regenwater de tuin instromen – in plaats van het riool – met die “natuurwet” kun je heel mooie ontwerpen maken!!!

    En dan niet de plantjes plaatsen waar ik het wil, maar gewoon de Natuur haar gang laten gaan. Het begrip onkruid bestaat bij mij niet meer en haal hoogstens een soort er tussenuit die anderen te veel overwoekert.

    Na een paar jaar ontstaat een klein “paradijsje” voor allerlei klein kleurrijk spul, waar ik het bestaan niet van wist… en ook krijg ik veel meer bezoek van vogels, vlinders en insekten.

    Geen teleurstellingen meer, maar een plekje om van te genieten en te observeren. Bovendien is het goed voor mijn krappe budget!

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven