De uitzondering ondergraaft de regel

| Geen reacties

De uitzondering ondergraaft de regel

 

Vroeger leerde ik dat een uitzondering de regel bevestigt. Het spreekwoord hoorde je thuis en op school. Met ‘uitzonderingen bevestigen de regel’ gaf men aan dat er uitzonderlijke situaties bestaan waar mensen belangrijker zijn dan regels. Wetten en regels horen dienstbaar te zijn aan mensen. Wanneer er zich een situatie voordoet dat dit finaal wordt omgedraaid en de regel veel belangrijker wordt gemaakt dan mensen, dan mag je daarvan afwijken. Maar die tijd is voorbij. Uitzonderingen worden niet meer toegestaan. Dat komt waarschijnlijk omdat mensen niet meer kunnen beoordelen wat een uitzondering is. Vroeger was dat eenvoudiger of misschien waren de mensen toen slimmer. Wij lijken in ieder geval niet meer in staat om te beoordelen of in een situatie het menselijk belang boven het belang van de regel moet worden gesteld. Bovendien denkt iedereen een uitzondering te zijn. In dat geval hebben uitzonderingen geen enkele betekenis meer en zijn ze feitelijk al afgeschaft. Logisch dat geen enkele uitzondering meer wordt toegestaan. Maar dat is een stap terug.

Het niet meer toestaan van uitzonderingen beschouw ik als een ontmenselijking van de samenleving. We waren in Calvinistische Nederland toch al het land van gelijke monniken gelijke kappen. Weinigen mochten het hoofd boven het maaiveld uitsteken. Met ‘regel is regel’ is de orde makkelijk te handhaven en bovendien eenvoudig controleerbaar. De huidige computerisering versterkt de bureaucratisering, want regels zijn regels. Daarover hoef je niet meer na te denken. Computers geven dat feilloos aan. Veel mensen gaan zich ook als computers gedragen. Misschien is dat ook de reden dat veel ambtenaren door computers worden vervangen. Hun onderlinge verschillen waren soms al te verwaarlozen. Een voorbeeld kan dit illustreren.

Omdat de toegangsweg tot de plaats waar ik woon was afgesloten kon een oude vriend de straat waar mijn huis staat niet vinden. Klaarblijkelijk functioneerde ook zijn navigatie niet goed. In ieder geval kwam hij midden in het stadje terecht waar hij een parkeerplaats naast de Rabobank ontdekte. Daar zette hij zijn auto neer en ging naar binnen om even de weg te vragen. Na twee minuten kwam hij met een tekening en al weer buiten en zag dat er een bekeuring op zijn auto zat van maar liefst 360 euro. Gelukkig zag hij de parkeerwachter weglopen. Hij ging naar hem toe en zei het ongepast te vinden zo’n dure bekeuring te krijgen. Waarop de man zei dat hij op een parkeerplaats voor gehandicapten stond en daar staat nu eenmaal een boete van 360 euro op. Hij had beter zijn wagen gewoon voor de deur van het bankgebouw kunnen zetten, ook al blokkeer je daarmee de weg, maar dan had het hem maar 80 euro gekost. Mijn oude vriend protesteerde en vroeg of de man even mee wilde naar binnen bij de Rabobank om te vernemen dat hij slechts twee minuten binnen was geweest om de weg te vragen. Maar de parkeerwachter wilde daar niets van weten. Dat is mijn taak niet, zei hij. ‘Ik ben er slechts om te controleren of men fout parkeert en dat was het geval. U hoort daar niet te staan.’
Mijn vriend is de jongste niet meer en probeerde rustig te blijven. ‘Vindt u het niet wat overdreven om voor twee minuten iemand een bekeuring van 360 euro te geven’, vroeg hij. ‘Ik ken hier weg noch steg en vraag alleen even de weg.’
‘Dan had u de parkeergarage maar moeten inrijden om dan rustig de weg te vragen’, was het antwoord. ‘Maar dan had ik een kaartje moeten kopen en ik hoef hier helemaal niet te zijn. Ik moet naar Achterveld. Dat is hier nog ver vandaan.’
Het gesprek duurde twintig minuten. Regel is regel. De parkeerwachter betoogde dat hij alleen maar zijn taak had uitgevoerd. Vermoedelijk was hij ingenomen met het feit dat hij iemand betrapt had. Want dat was een bewijs dat hij zijn werk secuur verrichtte. Er kwamen omstanders bij die zich ermee gingen bemoeien. De parkeerwachter was een eenvoudig man, trots dat ie een baan had die er toe deed. Het was geen prater en kon vermoedelijk niet beoordelen wat een uitzondering was. Hij hoefde slechts te controleren.
Ik geloof dat er nog politie bij kwam die uiteindelijk de bon ongedaan maakte, hetgeen weer een blamage was voor de controleur. Bij sommige gemeenten gaan stemmen op om het bonnen schrijven met camera’s te automatiseren. Dan zijn er geen eenvoudige parkeerwachters meer nodig.

We leefden al in een land met weinig uitzonderingen, maar het ziet er naar uit dat we het in de toekomst helemaal zonder uitzonderingen moeten doen. We houden ons netjes aan de regels en wie dat niet doet is een crimineel. Want uitzonderingen halen de regel onderuit, ondergraven de wet en dienen bestraft te worden.
Soms bedenk ik dat ieder mens uniek is en dus in zekere zin een uitzondering vormt. Aan de studenten van de opleiding tot maatschappelijk werk waaraan ik vroeger verbonden was zei ik vaak: ga er maar vanuit dat niemand normaal is, dan wordt je leven eenvoudiger en mooier en hoef je je niet te ergeren, laat staan boos te worden. Bovendien kun je dan iedereen makkelijker ondersteunen en raad geven. Professor Richard Davidson schreef onlangs in zijn boek ‘Mijn brein is jouw brein niet’ dat ieder mens anders is en anders reageert. ‘Als je het over ‘de meeste mensen’ of over ‘de gemiddelde persoon ‘ hebt, sla je de plank volledig mis’, schrijft hij. Ik vermoed dat hij nog nooit in Nederland is geweest, want daar worden steeds meer planken mis geslagen. We gaan ons steeds meer als computers gedragen en die denken ook voor ons. Die maken uit wat geoorloofd is en wat niet en dat er geen uitzonderingen bestaan. Maar ik vermoed dat er hier dan ook steeds meer mensen komen die zich niet netjes, volgens de regels gedragen. Staatssecretaris Teeven zal in zijn handen wrijven.
Er is nog veel werk te doen.

augustus 2013
Piet Winkelaar


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven