Bewaarnotities 3

| Geen reacties

Uit het rapiarium

Rapiarium betekent: opschrijfboekje. Het is afgeleid van het Latijnse ‘rapiare’ dat oprapen betekent, bijeengaren, snel meenemen. In de Middeleeuwen gebruikte men een rapiarium men om mooie en interessante teksten in op te schrijven. Zo had Thomas à Kempis een rapiarium waarvan hij veelvuldig gebruik maakte. Ook in dit rapiarium zijn teksten verzameld, tijdens het lezen snel opgeschreven om ze niet te vergeten. Een bloemlezing dus. Bewaarnotities. (P.W.)

‘Ik sta uiterst sceptisch tegenover de morele zuiverheid van de wetenschap en heb het idee dat haar rol zich nooit verder zou mogen uitstrekken dan die van dienares van de moraal. De grootste misvatting is dat we alleen maar meer kennis nodig hebben om tot een rechtvaardige samenleving te komen. Hebben we eenmaal het logaritme voor de moraal uitgedokterd, aldus deze gedachtegang, dan kunnen we alles veilig aan de wetenschap overlaten; de wetenschap garandeert de beste keuzes. Dat is ongeveer hetzelfde als denken dat een gevierde kunstrecensent een geweldig schilder moet zijn en een restaurantcriticus een fantastische kok. Critici bieden immers diepe inzichten in bepaalde kunstzinnige of culinaire creaties. Ze beschikken over de juiste kennis, dus waarom laten we hen de klus niet klaren? Maar een criticus is gespecialiseerd in evaluatie achteraf, wat iets heel anders is dan scheppen. Voor scheppen zijn intuïtie, vaardigheid en visie nodig. Zelfs al zou de wetenschap ons helpen begrijpen hoe de moraal en elkaar steekt, dat betekent nog niet dat ze goed is in het voorschrijven van morele beslissingen. Je verwacht toch ook niet dat iemand die weet hoe een ei moet smaken er een kan leggen?’
Frans de Waal, in: De Bonobo en de tien geboden.

‘Een misverstand is dat menigeen gelooft dat de schrijver weet wat hij schrijft. Dat is een heel primitieve manier van denken over het creatieve proces. Daar moeten we vanaf. De literatuurwetenschap is daar allang vanaf, veel lezers zijn dat nog niet. De dichter zit een klein zeilbootje en vangt de wind op. Dáár komen die prachtige teksten vandaan die ook hemzelf verrukken en verrassen. Die zijn helemaal niet van hem. Die zijn veel groter dan de wil en het intellect.’
Maaike Meijer, in: een interview april 2012

‘De hersenwetenschap probeert niet om iedere verantwoordelijkheid van het individu voor zijn daden onderuit te halen. Oppervlakkig gezien lijkt het misschien alsof de hersenwetenschap stelt dat iemand niet ‘zelf’ verantwoordelijk is maar zijn brein. Dat is natuurlijk onzin, want dat brein, dat is hijzelf. Die twee als gescheiden zien gaat uit van een dualistisch standpunt waarin geest en lichaam twee aparte entiteiten zijn. De hersenwetenschap probeert juist te laten zien dat lichaam en geest verschillende manifestaties zijn van hetzelfde ding. Brein en geest zijn identiek. De bevindingen over hoe die geest werkt laten zien dat ons mensbeeld een nogal overtrokken idee heeft over de invloed van ratio en bewustzijn op ons gedrag. Daarom hoeven we de rechtspraak nog niet af te schaffen. Een verschuiving van retributie naar utilitarisme is voldoende.’
Victor Lamme, in: De vrije wil bestaat niet

‘We moeten verder leven – wat wil je. En we zúllen leven, oom Wanja. We zullen de lange, lange reeksen van dagen doorkomen, en de lange avonden. Geduldig zullen wij alle beproevingen dragen die het lot ons oplegt; we zullen werken voor de anderen, nu en ook als we oud zijn, zonder onszelf rust te gunnen. En als ons uur dan eindelijk slaat, zullen wij gelaten sterven. En daarginds aan gene zijde van het graf, daar zullen we zeggen dat we geleden hebben, dat we gehuild hebben, dat we verdriet hebben gehad. En dan zal God zich over ons ontfermen. En dan zullen wij samen, oom Wanja, lieve oom Wanja, een heerlijk stralend en prachtig leven tegemoet gaan. Dan zal ons hart van vreugde vervuld zijn, en dan zien wij op ons verdriet van nu met vertedering terug, met een glimlach, en wij zullen rust vinden. Wij zullen de engelen horen, de hele hemel zullen wij in diamanten zien stralen; we zullen zien hoe al het boze van deze wereld, al ons leed, in genade zal verkeren en ons leven wordt stil, innig en zoet als een liefkozing.
Ik geloof daarin, oom Wanja, dat geloof ik met heel mijn wezen, hartstochtelijk. Arme oom Wanja, je huilt. Jij hebt in je leven geen enkele vreugde gekend. Maar wacht, oom Wanja, wacht. Wij zullen rust vinden. Wij zullen rust vinden.’
Tjechov, in: Oom Wanja

‘De heilige geest is niet de wind die blaadjes van de bomen doet ritselen, of de stormwind die bomen ontwortelt. De wind is de wind en niets anders, hoe hard het ook stormt. De heilige geest is ook niet de levensadem in ons lichaam, de lucht in onze longen waarmee we spreken en zingen, hijgen en piepen. Ook de hartstocht van de één voor de ander is geen heilige geest, evenmin als de branding van de zee en de vurigheid van de zon. Maar hartstocht voor gerechtigheid en vrede, gloed van ontferming – dat je het hijgen en piepen en gesmoorde schreeuwen van ouderloze en in zichzelf begraven kinderen, tegen alle lawaai van de wereld in, nog hoort: dat is heilige geest. En dat wij niet ophouden naar woorden te zoeken van bemoediging, en van protest ook, dat je je niet met stomheid laat slaan, en er niet het zwijgen toe doet; dat je elkaar blijft toezingen en zegenen en niet toegeeft aan de alom heersende schamperheid, de harde taal die mensen onderuit haalt, de spraakverwarring: dat is heilige geest.’
Huub Oosterhuis, in: Boek van mijn leven

‘Alles wat in het Caribisch gebied of Latijns-Amerika gebeurt, of wat vreemd en ongewoon is, noemen ze magisch realisme. In feite is er geen magisch realisme in de literatuur. Er is wel een magische werkelijkheid die je in het Caribisch gebied kunt vinden. Daarvoor hoef je alleen maar de straat op te gaan. Met die magische werkelijkheid zijn wij opgegroeid. Maar die is ook aanwezig in Europa en Azië.
Jullie worden echter gehinderd door je culturele vorming. Alle Europeanen zijn uiteindelijk Cartesianen. Ze verwerpen alles wat niet binnen het rationele denken valt. Je gaat naar Europa en je ziet er even uitzonderlijke dingen gebeuren als in onze landen. Wij geven ons alleen gemakkelijker over aan die werkelijkheid. Wij zijn er deel van, we aanvaarden haar. Jullie systeem van denken dwingt je om die werkelijkheid af te wijzen. Het is jullie heel goed gegaan in het leven. Maar ik geloof dat jullie je minder amuseren dan wij.’
Gabriël Garcia Marquez, in: Nauwgezet en wanhopig

‘Je hebt kennis nodig, maar omdat je kennis altijd onvolledig is, weet je helaas nooit zeker of je het helemaal goed doet. Ik las ooit een verhaal over een expeditie naar de Noordpool die vastliep in het ijs. Er ontstond voedselgebrek. “De eerste die voorraden steelt, wordt doodgeschoten”, zei de leider van de expeditie. Dat was de enige mogelijkheid om rechtvaardigheid in stand te houden. Maar uitgerekend zijn beste vriend, iemand die eerder zijn leven redde, kon de verleiding niet weerstaan. Om de discipline te handhaven besloot de expeditieleider zijn beste vriend te doden. Een paar uur later werd de groep geheel onverwacht gevonden en gered. “Hebt u berouw om wat u gedaan hebt”, vraagt iemand aan de expeditieleider. “Nee”, zegt deze. “In vergelijking met wat ik nu voel zou berouw comfortabel zijn.”
De man is volledig van de kaart, niet omdat hij spijt heeft, maar omdat hij moreel moest handelen zonder precies te weten wat het juiste is om te doen. Dat is de menselijke conditie: je moet beslissen, wetend dat je kennis onvolledig is.’
Vittorio Hösle, In: een interview in 1998

‘Het was zacht gaan regenen. Kraaltjes water hechtten zich aan Augusta’s haar en bleven liggen op haar wollen jas. Alles is geschiedenis, dacht Guus. Het nu bestaat niet. Het moment is: jacht op een prooi die sneller is dan de jager. Of het andere is waar: verleden bestaat niet, er is voortdurend heden omdat we nergens anders kunnen zijn dan in het hier en nu als op een vlot in de oceaan. En ons geheugen is een grammaticale hulpconstructie zonder antecedent. Het ik is leeg. Het is onherbergzaam en kil als het heelal. In het moment is niet te leven zonder geschiedenis.’
Nelleke Noordervliet, in: De naam van de vader


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven