8  Op zoek gaan[1]

| Geen reacties

Wat ons aanbod betreft hebben we nu een en ander overdacht en bepaald. De huidige situatie staat ons gedetailleerd voor ogen en we weten – voor zover dat mogelijk is – wat we uit ons verleden meedragen. Wij zijn ons ervan bewust op welk verlangen ons aanbod is gebaseerd en hebben ons een royale inzet eigen gemaakt. We zijn bovendien bereid hierover indien gewenst openhartig te zijn. Nu kunnen we met een gerust hart actief op zoek gaan.

Mij gaf het een prettig gevoel om deze voorbereidingen te hebben getroffen. Om te beginnen vond ik het spannend en leuk actie te kunnen ondernemen; in mijn geval een advertentie samenstellen, die naar de krant sturen, de advertentie in de krant zien staan en een tot twee weken de reacties afwachten. Daarbij ervoer ik een soort gewichtloosheid in die zin dat ik niet meer hoefde te wikken en te wegen en geen zorgen en twijfels meer had over wat ik wilde. Ik voelde me licht in hoofd en hart en hoefde mij – bij wijze van spreken – nergens meer mee te bemoeien. Ik kon me overgeven aan de loop van de komende gebeurtenissen en daarin meegaan. Ik kon vergeten wat ik allemaal had bedacht, omdat dit zich inmiddels in mij had gevestigd als een kiem waaruit van alles kon ontspruiten. Ik hoefde niets meer te onthouden, want ik wist wat ik moest weten en maakte me ook niet meer bezorgd over wat ik zou zeggen.

Behalve de belangrijke informatie die ik via een gesprek met de briefschrijvers kreeg en ongetwijfeld ook zelf gaf, waren er andere bronnen van informatie beschikbaar. Zoals de verschijning, toon, gezichtsuitdrukking, manier van doen, woordkeus, het oogcontact of juist het ontbreken daarvan. En niet te vergeten de mate van aandacht en de wel of niet aanwezige interesse. Er is meer, veel meer, maar dat laat zich niet in woorden vangen.

Ik voelde me niet bezwaard tegenover de verlangens die in dit opzicht in mij leven. Die wilde ik immers naar redelijkheid en mogelijkheden vervullen. Ik voelde me niet afhankelijk. Ik vertrouwde mezelf volkomen. Ik voelde vriendelijkheid en een potentie om dat te blijven. Ik had zin om me in te zetten. Ik kon overal heen gaan en iedereen ontmoeten. Het was om het even. Mocht het deze keer niet uitdraaien op een geschikte kans, dan wellicht de volgende keer.

Zoals eerder gezegd heb ik niemand hiervan op de hoogte gesteld. Dat is een bewuste keuze geweest. Ik vind het bijzonder aangenaam dit geheim mee te dragen en te bewaren. Behalve dat ik geen bemoeienis wilde, vind ik het ook een privéaangelegenheid bij uitstek. Een intimiteit die alleen hoogstpersoonlijk beleefd kan worden. Niet iets wat hier en daar als snoepgoed – het is om van te smullen – kan worden rondgestrooid en uitgedeeld. Er is dan geen sprake meer van intimiteit.

Verder is het zo dat als ik hier en daar zou vertellen over mijn actie, de belangstellenden graag zouden willen weten hoe het verder verloopt: houd ons op de hoogte! Dan is er geen houden meer aan en voel ik me min of meer verplicht regelmatig verslag te doen, waar ik niets voor zou voelen.

De huwelijksmarkt indertijd in mijn geboortedorp is enigszins te vergelijken met adverteren, maar dan in levende lijve. Bij een hoopvolle aansluiting zonderde het paartje zich af. Er speelden zich dan privézaken af waar niemand iets mee te maken had. Natuurlijk werden de jongen en het meisje geplaagd door vrienden en vriendinnen en werd er gevist naar bijzonderheden. Maar menigeen hield zijn of haar mond en naar intimiteiten werd niet geïnformeerd.

In onze situatie in een geheel andere levensfase blijft dit naar mijn mening een sterke aanrader.

Ik vind het tevens een mooi gebaar tegenover de toekomstige partner dit privékarakter niet bij voorbaat te grabbel te gooien. Het zegt iets over de opvatting over intimiteit en het heeft iets te maken met vertrouwen, dat vanaf het allereerste begin merkbaar wordt. Het is onderdeel van een houding.

 

Behalve met de briefschrijver van wie ik eerder kort verslag deed (‘Doe de volgende keer een rok aan’) en de laatste ontmoeting met de man met wie ik verder ben gegaan, waren er nog zes andere heren met wie ik een afspraak had gemaakt.

De een woonde nog samen met zijn ex, maar had geen bezwaar tegen een nieuwe vriendin.

De ander zocht iemand met wie hij driekwart jaar kon reizen. Een leuk aanbod maar niets voor mij.

Weer een ander had een rotstuin plus huis in het buitenland en had het voornamelijk over de vraag of ik handig was in het onderhoud daarvan. In elk geval eerlijk.

Vervolgens was er die man die het vele pianospelen bij nader inzien niet zag zitten Kon ik me voorstellen.

 Ik heb ook gesproken met iemand die als jongetje met zijn moeder in een concentratiekamp had gezeten en daar, zo was mijn indruk, nog steeds dacht te zijn met zijn moeder.

Tot slot een heer die in zijn brief had geschreven dat hij rijk was. Tijdens het gesprek werd me duidelijk dat hij een permanent charmante vrouw wenste die nooit van zijn zijde week.

Ik had in de krant gerept van een aangenaam uiterlijk. Als je ervan houdt, biedt dat vele aantrekkelijke mogelijkheden.

Al heb je de advertentie nog zo zorgvuldig samengesteld, je krijgt altijd reacties waaruit blijkt dat ze die amper hebben gelezen.

Behalve met de meneer met de rotstuin heb ik tijdens deze ontmoetingen overigens zeer weinig tot niets hoeven zeggen. Ook dat is nuttige informatie.

De brief van mijn huidige partner kwam wat later, en hij was de laatste. Wij hebben elkaar op een zondagmorgen in een restaurant ontmoet. Het feit dat een zondagmorgen om half elf hem een geschikt tijdstip leek, vond ik al een gunstig teken. Ik heb gezegd dat ik aan de leestafel zou zitten zodat hij wist wie ik was. Er zouden daar nog niet veel mensen zijn, dus konden we rustig praten.

Ik zat te lezen. Op het afgesproken tijdstip kwam er een meneer op me af die met een vrolijk gezicht zei: ‘Dat kan niet missen, jij bent Sophie?’ We stelden ons aan elkaar voor. We hadden beiden, zoals afgesproken, muziek van pianopartijen meegenomen waar we ons op dat moment mee bezig hielden. Hij bestelde iets en we begonnen te praten. Waarover we het in eerste instantie hadden, weet ik niet meer en dat was voor mij, toen, ook van ondergeschikt belang. Ik keek naar zijn gezicht, zijn handen en ik onderging zijn manier van doen.

Al gauw waren de eerste zenuwachtigheden voorbij. We spraken vervolgens over pianomuziek. We haalden partituren tevoorschijn en hij neuriede me zachtjes bepaalde passages voor die ik lastig vond zonder zich te bekommeren om de zuiverheid van de tonen. Het ging om de maat, nietwaar? Ik vond dat erg lief, vooral om te zien.

Later praatten we nog over de aard van het werk dat we voor onze pensionering deden en over interesses. Verder niet. We hebben daar nog tamelijk lang gezeten en ook nog een pilsje gedronken. Er waren ook stiltes, die door geen van beiden snel werden verbroken.

Ik vond het aangenaam en zou thuis wel nadenken over de reden daarvan. Gezien de fase waarin ik me op dat moment bevond – ik zou immers met verscheidene heren een ontmoeting hebben en ik heb hem niet gezegd dat hij de laatste was – stelde ik voor hem gauw te bellen voor een eventuele nieuwe afspraak. Daar ging hij mee akkoord. Hij vroeg niet hoe snel.  Ik liep met hem mee naar zijn fiets en nam afscheid met de woorden dat ik het prettig had gevonden. Dat had hij ook.

Toen ik al een tijdje weer thuis was, wist ik wat ik zo aangenaam had gevonden. Het was vooral zijn oprechtheid. Alles wat hij bijvoorbeeld over zijn muziekpassie opmerkte was gemeend.

Er sprak toewijding uit. Bovendien kletste hij niet zomaar wat uit zijn nekharen. Hij was mij niet aan het onderhouden. Hij zat zich niet uit te sloven. Hij was niet op een van tevoren bepaald effect uit. Dat bleek ook uit het overleg over wat we nog zouden bestellen. Was dit een geschikte plaats om te blijven zitten? vroeg hij me. De oprechtheid bleek eigenlijk overal uit. Wat ik daarbij ook aangenaam vond, was dat hij zich niet bijzonder had opgedost voor deze ontmoeting. Het was gewone, gemakkelijke kleding die hij droeg. Zelfs een beetje versleten hier en daar, wat ik extra leuk vond.

Ik vond in deze ontmoeting aanleiding genoeg om in ieder geval een tweede afspraak te maken. Toen ik hem enige tijd later opbelde om dit te vertellen was hij het helemaal met me eens. We maakten een tweede afspraak voor een week later.

 

Tot slot hoorde ik van een ontmoeting die zogenaamd spontaan was ontstaan maar door een van de partijen zorgvuldig was gepland.

Johanna – een vrouw op leeftijd – gaat regelmatig naar het café om daar een vast clubje mensen te ontmoeten. Iedereen kent elkaar en er heerst een ongedwongen sfeer. Johanna heeft al enige tijd een oogje op Evert, die deel uitmaakt van het clubje, maar tot nu toe geen speciale aandacht voor haar heeft getoond. Het is bekend dat Evert geen partner heeft. Het is niet bekend of hij daar interesse in heeft. Johanna peinst over een manier om zijn aandacht op haar te vestigen. Als zij actie onderneemt, neemt ze wel een risico omdat beiden deel uitmaken van het vaste gezelschap.

Elke vrijdagavond komt het groepje tussen acht en negen uur binnendruppelen om in de kleine uurtjes weer naar huis te gaan. Johanna is er om acht uur en posteert zich op een plaats vanwaar ze duidelijk kan zien wie er binnenkomt. Er is één ingang. Als ze Evert ziet aankomen, gaat ze in de deuropening staan en verspert hem de toegang. Als hij vlak bij haar is en wil passeren, zegt ze: ‘Zie maar dat je er door komt.’ Het is duidelijk dat ze het meent en hem uitdaagt. Ze blijft hem ondertussen aankijken.

Evert is verrast en gaat op haar uitdaging in. Er ontstaat een vrolijke en spannende schermutseling. Ze lopen lachend het café in en Johanna neemt plaats bij een groepje mensen zonder verder merkbaar acht te slaan op wat hij doet.

Blijkbaar is deze actie Evert goed bevallen. Hij staat bij een ander groepje maar blikt voortdurend in haar richting. Zijn belangstelling is gewekt. Johanna laat nu merken dat ze dat op prijs stelt. Even later zoekt hij haar gezelschap en ze raken aan de praat. Het begin is een feit.

 

 

Sophie de Wijn

 

 

[1] Zie bijlage ‘Hoe vind ik hem of haar?’


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven