2    Een verlangen

| Geen reacties

Velen van ons hebben na een scheiding verdriet (gehad) om de partner die we niet hadden.

Want van de partner die we wel hadden, zijn we immers gescheiden. Het doet er niet toe wie de scheiding als eerste wilde of wie de scheiding heeft doorgezet. Degene die ‘achter is gebleven’ kan op zijn of haar beurt eveneens of alsnog de beslissing nemen om te scheiden, ook al is die juridisch al een feit. Je wilt immers niet leven met iemand die niet meer met jou wil leven. Dit is iets anders dan je er – op den duur – bij neerleggen dat de ander niet meer wil of een ander heeft. De scheiding wordt dan uiteindelijk ook door de ander gewild en de verbintenis ook door de ander beëindigd.

Ook als de partner is overleden hebben we verdriet (gehad), omdat ook dan een verbintenis is opgehouden te bestaan, terwijl een van de twee partners voor de moeilijke taak staat ook van zijn of haar kant op de een of andere manier de verbintenis als beëindigd te gaan beschouwen.

In beide gevallen is hier sprake van rouwen: zodanig het verlies verwerken dat je, ongehinderd daardoor, verder kunt leven. Ja, zelfs dat we onszelf in dat verdere leven ook geluk gunnen en dat naar ons toe willen halen.

Het is wellicht overbodig op te merken dat dit enige tijd vergt en tevens van cruciaal belang is voor de toekomst van een eventuele nieuwe verbintenis. Het is moeilijk vast te stellen hoelang een periode van rouw duurt. Dat hangt sterk af van de manier waarop de rouw wordt ondergaan en of die wordt erkend. Bij een scheiding lijkt het vaak moeilijker omdat de ex-partners nog in leven zijn en elders hun geluk beproeven. Men ziet elkaar nog in verband met de kinderen en, later, de kleinkinderen. Een rouwproces naar aanleiding van een scheiding duurt, over het algemeen gesproken, langer en blijft langer ‘zeuren’. Hoewel de partners de gelegenheid hebben nog bepaalde zaken met elkaar uit te spreken, kan dit ook erg pijnlijk en lastig blijven. Het kan ook dat de partners geleidelijk een vriendschap met elkaar opbouwen, of dat dit vanzelf zo gaat. Van rouwen is dan geen sprake meer.

 

Bij het overlijden van een van de twee heeft het verdriet een ander karakter. De laatste periode waarin men het sterven ziet aankomen, kan voor de partners een tijd zijn van speciale liefde en zorg voor elkaar, misschien zelfs van een ongekende openheid en niet zelden van een hechtere en inniger band. Of juist niet. Je kunt je van begin tot eind machteloos, verdoofd en verbijsterd voelen of niet in staat je gevoelens te uiten. De herinnering aan de partner en het samenzijn kan worden gevormd zoals de overgeblevene dat wil, en met die herinnering leef je verder.

Bij een plotseling overlijden of ook een geheel onverwachte scheiding komt men voor totaal andere problemen te staan. Er kan verzet zijn, soms ontkenning van de feiten, er kunnen gevoelens zijn van machteloosheid en mateloze woede. Er zijn honderden vragen zonder antwoord en er dreigt gevaar van een dubbel verlies: niet alleen de partner is ‘zomaar’ vertrokken, ook de zin om te leven kan verdwijnen, tenminste, zo kan dat lange tijd aanvoelen. Het is een kwestie van overleven. Het komt in deze situaties voor dat de betrokkene een totaal andere wending aan zijn of haar leven geeft, waardoor de oude situatie bijna geheel wordt vervangen door een nieuwe. De oude context raakt op de achtergrond en dat maakt dat het mogelijk wordt om van de schok te herstellen en het verdriet te verwerken.

Er kan tegelijkertijd en in beide gevallen echter ook sprake zijn van een zekere opluchting, van een bevrijding en van het besef dat je opnieuw je leven kunt inrichten. Want na de periode van rouw komt namelijk – weer – een verlangen naar boven dat altijd, in meer of mindere mate, aanwezig is geweest, namelijk een verlangen dat:

  • een hoogstpersoonlijk ‘geheim’ is;
  • de motor is van je leven;
  • als levenslust voelt;
  • zindert;
  • erotiseert;
  • confronteert;
  • uitnodigt iets te ondernemen;
  • mogelijkheden biedt;
  • inventief maakt;
  • vitaliseert;
  • moed geeft;
  • waar je niet goed raad mee weet;
  •  je somber maakt;
  • je zegt dat je in het leven iets hebt gemist;
  • je naar sluipwegen leidt;
  • je met nog minder genoegen doet nemen;
  • lastig is en blijft zeuren;
  • bitter smaakt;
  • je doet afzien;
  •  je moedeloos maakt.

Het is zeker niet overbodig in dit verband op te merken dat een verlangen ook aanwezig kan zijn als er sprake is van een lang huwelijk/samenleven dat niet is beëindigd maar zogezegd wel op is. Er is vaak geen sprake meer van een interessante geestelijke, emotionele, affectieve of seksuele band, of die is er misschien nooit voldoende geweest. Er zijn kinderen gekomen die gebaat waren bij een gezamenlijke opvoeding en een compleet gezin. We blijven om bepaalde en ook begrijpelijke redenen bij elkaar: we willen zonder ingewikkelde constructies onze ouderlijke en grootouderlijke bijdragen blijven leveren. We handhaven liever de status-quo dan de situatie in bepaalde opzichten te wijzigen, anders in te richten of zelfs geheel op z’n kop te zetten. Het zou de daarbij behorende tradities en gewoonten alleen maar verstoren. Dit heeft consequenties die voor ons op latere leeftijd moeilijker te verwerken zijn dan wanneer we nog veel jonger waren geweest.

Oudere paren hebben wellicht een gunstig imago en vertegenwoordigen een stabiele factor in en voor het familieleven en de onmiddellijke omgeving; verstoring ervan zou leiden tot grote onzekerheid, onrust en teleurstellingen. Niet in de laatste plaats bij de kinderen en kleinkinderen. We willen het goede voorbeeld blijven geven en de belofte van trouw gestand doen. Dit ondanks het feit dat we veel tekort zijn gekomen, we nog steeds veel tekortkomen en we beseffen dat we veel hebben laten liggen. Dit vraagt toch om aandacht, maar – zo denken we in een dergelijke situatie – daar ontbreken de mogelijkheden nu eenmaal voor. We nemen een zijweg.

 

We zijn immers – het komt nog veel voor – niet anders gewend dan nog altijd met weinig tot zeer weinig genoegen te nemen en veel verantwoordelijkheden en verplichtingen op ons te nemen. En dat alles ondanks het feit dat er ondertussen een ander economisch, moreel en gezinsklimaat is ontstaan. Daar komt bij dat we ons werk verliezen omdat we daarvoor te oud worden geacht.

Dit plaatst de emotionele huishouding op een hellend vlak. Menigeen belandt daardoor in een ongemakkelijke en een tot dan toe onbekende situatie, die om overschakeling naar een ander leven vraagt. Om die reden wordt de pensionering op z’n minst met gemengde gevoelens tegemoet gezien. Er is verwarring en onzekerheid. De onontkoombare verstoring van het functionele evenwicht dat we hadden, luidt een nieuwe levensfase in en daarmee een hernieuwd besef van een verlangen dat hierop geduldig heeft gewacht.

Een verlangen is immers niet iets wat we eigenlijk niet mogen hebben. Een verlangen is ook geen luxe. Het betekent eenvoudigweg dat we iets erg graag willen. Dat we zin hebben in iets en graag iets willen ondernemen. Dat we opgetogen kunnen raken, blij en enthousiast kunnen zijn. Het is een innerlijke drijfkracht en een teken van levenslust. Dit is niet alleen voorbehouden aan jonge mensen. Levenslust staat boven welke leeftijd dan ook.

 

Zoals al eerder is opgemerkt, hebben we in onze jeugd oorlog en soberheid meegemaakt en offers moeten brengen omwille van het gezamenlijk tot stand brengen van een nieuwe welvaart. Wij hebben daardoor geleerd hoofdzakelijk in materieel opzicht met weinig tot zeer weinig genoegen te nemen. Daarom hebben we kunnen sparen. Wij hebben hard gewerkt voor welvaart binnen ons eigen gezin en voor onze kinderen geïnvesteerd in een goede opleiding. We zijn dankzij de toenemende welvaart in staat geweest in financieel opzicht voor een redelijk onbezorgde oude dag te zorgen. Veelal is het een leven met veel verplichtingen en verantwoordelijkheden geweest. In veel gevallen is een verlangen dat in ons leefde op de achtergrond geraakt en soms zelfs in de ijskast beland. Als de ‘onbezorgde oude dag’ dan uiteindelijk kan worden geconsumeerd, belanden we in een merkwaardige situatie waarin ons de onbezorgdheid – waarvoor we zelf hebben gezorgd – feitelijk wordt aangeboden maar waarin we ons nog niet thuis voelen of waarmee we ons zelfs geen raad weten. Dat is logisch en begrijpelijk.

Als we ons van deze nieuwe situatie goed bewust zijn en die kunnen waarnemen en voelen, erover kunnen denken, haar kunnen herkennen, erkennen en er begrip voor kunnen hebben, dan kunnen we de problemen in het leven goed aan. Anders gezegd: hoe beter we onze eigenheden, verlangens, behoeften en mogelijkheden kennen, hoe makkelijker en plezieriger alles gaat. Het kan bijvoorbeeld motiveren om meer werk te maken van vriendschappelijke contacten en die goed te onderhouden. Het kan ons doen begrijpen en aanvaarden dat we nog steeds ook een seksueel verlangen hebben dat we misschien niet meer willen verwaarlozen.

Het kan ook zijn dat we besluiten werk te gaan zoeken, ook al worden we geacht niet meer aan het arbeidsproces deel te nemen. Het kan betekenen dat we onszelf een taak stellen en die nu geheel in eigen beheer kunnen uitvoeren. Het kan ons ook leiden naar het besluit ons geheel te concentreren op een leven alleen en ervoor te zorgen dat de inspiratie daartoe levend en interessant blijft. Het kan ons tot bezinning brengen en ons doen inzien waar het werkelijk om draait in ons leven. Het kan ons aanzetten tot het zien van onze eigen werkelijkheid en die gaan onderzoeken. Het kan ons ook leiden naar een dieper en stilzwijgend begrip van de mensen om ons heen omdat het tevens tot ons doordringt dat ieder mens een verlangen heeft en dit in meer of mindere mate kent van zichzelf.

Het kan dan onze ogen en oren openen voor dingen die we hiervoor niet zagen en hoorden.

We kunnen daarover verwondering, blijdschap en vriendelijkheid voelen en we kunnen meer openstaan voor nieuwe mogelijkheden en worden geïnspireerd goede besluiten te nemen.

We kunnen ‘andere’ mensen worden; onafhankelijker, minder egocentrisch en meer in staat tot samenwerking. We kunnen levendig en veelzijdig blijven en toegankelijker voor de effecten die voortkomen uit een verlangen, zowel bij onszelf als bij anderen.

Het kan duidelijker maken wat we wel en niet willen, wat we willen afwijzen en toelaten in ons leven. Het kan ons nieuwsgierig maken naar nieuwe dingen. Ook het besluit om een nieuwe partner te gaan zoeken kan het resultaat zijn van het feit dat we ons verlangen op een juiste manier begrijpen, de inhoud van ons ‘willen’ daarop baseren én moeite willen doen dit – zoveel als mogelijk is – te verwezenlijken.

 

 

Ik ben op bezoek bij de 63-jarige Simone. Haar huis is comfortabel, ruim en licht met een intiem binnenplaatsje vol met veel bloemen en planten. Ze schildert, en regelmatig met succes. Haar geliefde onderwerp is een weids platteland, waar haar wortels liggen. Grote, gedurfde doeken met subtiel kleurgebruik. De liefde voor de ruimte waar zij opgroeide is duidelijk te proeven. Ze is ruimte gewend en kan die ruimte ook aan. Ik denk dat ze met gemak een muur in een groot trappenhuis zou kunnen beschilderen en juist de ruimte die ze tot haar beschikking heeft nog groter kan laten uitkomen. Ruimte en nog eens ruimte.

Haar huis is gevuld met onverwachte en originele dingen die vanwege hun variëteit wonderlijk goed bij haar passen en onderling met een tikkeltje nonchalance verrassend goed combineren: leuke intieme hoekjes; informeel en comfortabel meubilair; prachtig aardewerk; oude foto’s; grote houten tafel die een centrale positie heeft gekregen; mooie oude piano met ingelegd houtwerk; enkele pas geschilderde doeken, hier en daar opgehangen en neergezet; een keuken die in zijn verscheidenheid aan elementen een gezellige werkplaats is geworden; een oude kast met glazen deurtjes waarin allerlei leuks aan mooie en geestige voorwerpen zijn uitgestald. Het is interessant te dwalen door dit huis en af en toe iets in je hand te nemen om nader te bekijken. Het is duidelijk dat hier iemand woont die al lange tijd met zichzelf een leven leeft dat veel variatie kent en rijk is aan vorm en kleur. Een karakteristieke vrouw in een karakteristieke omgeving.

Simone leidt een actief sociaal leven en heeft belangstelling voor mensen die iets hebben te vertellen. Ze heeft gevoel voor mooie dingen en daarbij oog voor kwaliteit.

Ik heb gevraagd haar te mogen interviewen omdat ze geen partner heeft en in het kader van mijn te schrijven boek wil ik weten waarom dat zo is. Heeft ze misschien gekozen voor een leven alleen? Of ligt het anders? In het gesprek dat ik met haar heb, blijkt dat inderdaad het geval.

Haar persoonlijkheid is net zo als het huis waarin ze leeft: zeer eigen, ruimhartig, open, bezig, grappig en flexibel; besloten; diepgaand en geconcentreerd. Zij heeft er even over gedaan om mij een vraaggesprek met haar toe te staan omdat ze twijfelde over de geschiktheid van haar bijdrage in het kader van het thema. Maar uiteindelijk wilde ze het graag, vanuit haar persoonlijke interesse.

Ze vertelt me dat ze gescheiden is en al ruim twintig jaar alleen leeft. De laatste tien jaar zijn er geen kansrijke connecties met mannen geweest. Daarvoor waren er twee of drie serieuze kandidaten, maar dat liep desondanks op niets uit.

Als ik haar vraag hoe dat komt, zegt ze dat daar verschillende oorzaken voor zijn aan te wijzen. In de eerste plaats is ze nog niet helemaal overtuigd van haar geschiktheid en van haar capaciteiten een duurzame verbintenis op te bouwen. Ik vraag haar dit nader toe te lichten. Ze loopt even naar de keuken om wat te redderen.

‘Het is leuk met mij,’ zegt ze even later. ‘En dat is iets wat ik de afgelopen jaren heb ontdekt. Maar ik ben niet iemand die altijd en veel initiatieven neemt. Dat is geen kwestie van onverschilligheid of luiheid. Het ligt niet in mijn aard. Ik heb het nodig daarin wat geholpen te worden en daarvoor is het belangrijk mij wat beter te kennen. De mannen die indertijd serieuze kandidaten waren, hadden meer oog voor zichzelf dan voor mij.

In de tweede plaats ben ik een hartelijk mens en dat maakte dat de betreffende mannen nog meer oog voor zichzelf kregen dan ze al hadden, omdat hartelijkheid daarvoor gebruikt kan worden.

Het komt erop neer dat ik in toenemende mate tekortkwam en daar zelf niets aan deed. Ik liet het te lang doorgaan en speelde steeds meer in op de ander. Ik sudderde maar wat verder en ging een paar jaar door met… ja, met wat eigenlijk? Met niets. Ik nam het heft niet in handen, initieerde niet of te weinig. Op den duur loopt zoiets spaak en dat had ik in niet geringe mate aan mezelf te danken.

In de derde plaats zijn mijn verschijning en de hartelijkheid die mij eigen is, voor anderen kennelijk redenen om te veronderstellen dat ik veel mannen heb en een spannend en wild leven leid. Daardoor word ik niet gezien zoals ik ben en worden mij soms dingen aangerekend waar ik ontzettend kwaad van wordt, zoals het flirten met of zelfs werk maken van de man van een ander. Ik weet wel dat dit alleen iets zegt over de persoon die dit veronderstelt – met mij heeft het gewoon niets te maken – maar toch is dat erg pijnlijk en een regelrechte belediging van mijn integriteit.

Dit alles is anders geworden. Dat wil zeggen: ik heb een veel beter inzicht gekregen en ken mezelf veel beter. Ik weet nu dat ik capaciteiten en eigenschappen bezit om een goede en ook leuke partner te zijn. Ik heb ook betere inzichten als het gaat om het partnerschap in combinatie met mijn sociale leven.

Ik wil heel graag en ik wil iemand die ook heel graag wil, en wel met mij. Niet iemand die vriendinnen in reserve houdt voor je-weet-maar-nooit en vlucht voor verdieping, aandacht en geduld in de kunst van het liefhebben. Ik weet dat ik dat kan en ik weet dat ik dat wil.’

We praten over eventuele mogelijkheden, over hoe dit alles met mij is gegaan, over verlangen, vooroordelen, beweegredenen en keuzes. Simone verlangt net zo oprecht als u en ik verlangen. Zij heeft een juist begrip van haar verlangen en daarom is ze in de loop der jaren tevreden geworden met zichzelf en het leven zoals dat zich, op dit moment, aan haar voordoet.

Maar haar verlangen blijft aanwezig en zal zich aansluiten bij diegene die dat op de juiste manier kan verwelkomen en beantwoorden.

 

Ik ontmoet ook Gina  van 81. Zij en haar vriend Lukas (84) wonen allebei in een aanleunwoning in hetzelfde complex. Ik bezoek haar en we praten erover hoe ze elkaar hebben leren kennen en hoe het bevalt.

Gina is vrolijk en doet van alles voor de gemeenschap daar. Ze heeft belangstelling voor het wel en wee van de bewoners in het verzorgings- annex verpleeghuis dat vlakbij is gesitueerd.

Ze is ook graag alleen om te lezen.

De directie vraagt haar vaak aanwezig te zijn als de huisarts bij een van de bewoners komt. Dit omdat ze bekendstaat als iemand die zieke mensen feilloos aanvoelt en als iemand die je kunt vertrouwen.

Ze vertelt mij dat ze ook eens als ‘vertaalster’ aanwezig is geweest bij een zieke man die op een andere etage woont. Ze is – langere tijd dan ze normaal zou doen – af en toe bij hem langs gegaan om te informeren naar zijn welzijn. Op een gegeven moment had hij haar – terwijl ze de deur al had geopend om weg te gaan – gezegd dat hij weer helemaal beter was. Als bewijs daarvan deed hij de deur weer dicht en trok haar naar zich toe. Ze kreeg een zoen. Ze had hem een zoen teruggegeven, waarna hij haar weer zoende en zij hem weer. Ze lacht als ze dit zegt. ‘Moet u zich voorstellen, we stonden gewoon bij de deur te zoenen zoals een verliefd stelletje dat vroeger in een portiek deed.’ Vanaf die tijd zijn Gina en Lukas onafscheidelijk. Ze gaan hand in hand naar allerlei samenkomsten en komen bij elkaar over de vloer om samen te eten en af en toe samen te slapen.

Er wordt nogal geroddeld over hen. Dat verbaast me, en ik vraag haar waarover er dan geroddeld wordt.

‘Dat zal ik u vertellen. Ik kreeg een keer een vrouw op bezoek die hier pas was komen wonen en die ik nog niet eerder had ontmoet. Ze woont op de andere afdeling, hiertegenover. Ze vertelde mij dat mijn vriend ook bij een andere vrouw hier in het wooncentrum op bezoek kwam. Ze zei dat een verzorgster dat had opgemerkt. Ik vroeg deze dame wat daar zo bijzonder aan was dat ze dat mij moest komen vertellen. Waarop zij zei dat ik niet moest denken dat ik de enige voor hem was.’ We lachen allebei. ‘Wat een mop hè,’ zegt ze, en ze staat op om nog wat thee in te schenken.

‘Denkt u maar niet dat ik me daar wat van aangetrokken heb. Ik heb dit ook aan mijn vriend verteld en die vond het een vitaal teken, zoals hij dat zo apart kan uitdrukken. We laten ze rustig kletsen. We zijn de volgende dag stevig gearmd eens in de andere vleugel gaan kijken en hebben daar extra lang rondgelopen.’

Inmiddels hebben ze samen gesprekken over wat ze voor elkaar willen betekenen als het leven bijna afgelopen is. En ook dat het toch wel bijzonder is om elkaar op het allerlaatste moment nog eens te vinden en van elkaar te gaan houden. ‘Al zouden we samen nog maar één jaar hebben, dan zouden we daar alles uit halen,’ vertelt ze. ‘We passen zo fijn bij elkaar. We denken over veel dingen hetzelfde, kunnen eigenlijk over alles met elkaar praten en – denkt u zich eens in – we lezen elkaar soms voor als we willen gaan slapen! Dat is heel gezellig en je valt makkelijk in slaap, een beetje zoals lang geleden. Het is gek, maar daar verlangde ik ook een beetje naar. Kunt u zich dat voorstellen?’

Ze willen nu regelen dat ze naast elkaar kunnen wonen. Zo kunnen ze elkaar makkelijker bereiken en het contact hechter maken. Ze vinden het fijn om dicht tegen elkaar aan te liggen en dan zachtjes wat te praten. Ze hebben ontdekt dat je op deze manier vrijer kunt zijn in de dingen die je wilt zeggen. De vroegere manier van doen, zoals zij dat noemt, is er niet meer bij en ze zegt het zo veel fijner te vinden.

Ze bemoeien zich heel weinig met elkaars familie. Ze hebben geen zin om hun tijd te verdoen met verplichte bezoeken. Ze houden hun verhouding liever privé en willen genieten van de intimiteiten die ze enkel samen hebben. De familie wordt ook niet bijzonder op de hoogte gehouden van hun wel en wee. Ze weten het wel, maar er wordt nauwelijks over gesproken. Als een van de kinderen of kleinkinderen bij een van tweeën op bezoek is geweest, gaan ze bij elkaar langs om ‘weer bij te komen’. Ze gaan zelden zelf bij hun familie op bezoek. Geen tijd meer voor.

Later maak ik ook kennis met Lukas, die wat vertelt over zijn vroegere werk als meubelmaker. In zijn appartement laat hij me enkele prachtige stukken van zijn hand zien. Hij maakt momenteel voor zijn vriendin een theeblad dat ze ook makkelijk en stevig op haar bed kan zetten. Als ze in bed wil lezen, kan het blad schuin omhoog worden gezet.

Overal ligt gereedschap en de eettafel is eenvoudig om te toveren tot tekentafel. Er heerst een zeer persoonlijke sfeer. Het ruikt er naar hout en lijm. Tijdens het werken luistert hij naar de radio want een televisie wil hij niet. In het gangetje staat een kleine werkbank waaraan hij elke morgen van 9 tot 12 uur werkt. Hij is altijd in zijn werkkleding.

‘Het leuke van haar is,’ zegt hij mij ongevraagd, ‘dat ze daar nooit iets van zegt.’

 

 

Het viel me op dat deze twee mensen elk hun eigen bezigheden hebben. Ze zijn zoals ze zijn en zijn zich daarvan bewust. Dat is heel aantrekkelijk. Ze zijn in aanwezigheid van elkaar volkomen op hun gemak. Ze hebben tevens in intiem opzicht een band die is afgestemd op hun beider voorkeuren. Ze passen bij elkaar, hoewel ze in bepaalde opzichten zeer verschillend zijn. Het komt ook wel voor dat ze geen tijd hebben om iets af te spreken met elkaar, omdat zij op bezoek is bij een medebewoner of aan het lezen is, of omdat hij bezig is met het vervaardigen van een klein meubelstuk en het liefst alleen is als hij daaraan werkt.

De openhartigheid van deze mensen was opvallend en bijzonder. Heel aardige en inspirerende mensen, om nog vaak aan terug te denken.

 

 

Sophie de Wijn


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven