15        Tot slot 

| Geen reacties

 

Leven wij, als we tenminste ons best doen, nog lang en gelukkig?

 

Tot nu toe hebben we ons in de gezamenlijke gedachten beperkt tot dat wat we zelf kunnen bedenken en ondernemen om onze wens te realiseren samen met iemand een goed en fijn leven te hebben:

 

* voorbereidingen treffen om onze persoonlijke realiteit goed in het vizier te krijgen;

* ons bewust worden van wat we willen geven en krijgen;

* onszelf overtuigen van de waarde van een volledige en oprechte inzet;

* beseffen dat sommige dingen tijd vergen en dat we niets kunnen versnellen;

* beseffen dat een verbintenis op late leeftijd iets anders is dan elke verbintenis daarvoor;

* ons bewust worden van de typische patronen en valkuilen en deze ook kunnen benoemen en  herkennen;

* weten wat we kunnen doen om te ontsnappen aan deze valkuilen;

* weten dat het juist nu een zeer geschikte tijd is om ons dit te realiseren.

 

Er is gesuggereerd dat door deze aandachtspunten de kans van slagen toeneemt en dat wordt van belang geacht in dit late uur. Tussen de kleine addertjes onder het gras houdt zich echter een grote schuil: het idee van een mislukking. Het kan namelijk blijken dat onze combinatie – het tot stand brengen van onze verbintenis – alle voorbereiding, inzet, kennis, gemaakte condities en overtuigingen ten spijt, uiteindelijk niet zal blijken te werken, en dat wordt nogal eens opgevat als een mislukking. Dit is een enigszins slordig gekozen opvatting, maar waarschijnlijk ingegeven door een bekend maar gedateerd gevoel van ‘wat nu?’. De teleurstelling en het verdriet kunnen groot zijn. Hoe is dat mogelijk? Een voor de hand liggend antwoord is dat een mens nu eenmaal niet alles van tevoren kan (over)zien. Afgezien van waar en/of niet waar brengt dit antwoord ons niet veel verder in dit vraagstuk. We hebben allemaal wel eens meegemaakt dat we onverwachts een gevoel van voldoening kregen of dat ons succes ten deel viel terwijl we daar helemaal niet opuit waren.

Ook kan het gebeuren dat we ons uit de naad hebben gewerkt zonder noemenswaardig resultaat. Betekent dit dat succes niet afhankelijk is van de voorbereidingen en de verworven vaardigheden? Leiden voorbereiding en oefening niet per definitie tot succes? Ik denk dat deze vragen zinloos zijn omdat ze altijd iets uitsluiten.

Het paradoxale is dat juist dat als we van tevoren uitdrukkelijk en precies definiëren hoe we willen dat ons (toekomstig) partnerschap eruitziet, dit anders uitpakt. Met andere woorden: hoe meer gefixeerd we zijn op een bepaald resultaat, hoe groter de kans dat dit resultaat niet wordt bereikt. Omdat we onmogelijk kunnen weten hoe de nieuwe situatie straks zal zijn en waartoe die zal leiden, kan die ook niet ‘mislukken’. We kunnen ons van tevoren beter inprenten dat je nooit weet hoe het zal lopen.

We zullen een domein betreden dat ons onbekend is, omdat de situatie compleet nieuw is. We kunnen alleen de condities scheppen onder welke het mogelijk wordt een goed en fijn leven samen op te bouwen waarin beide partners tevreden en gelukkig kunnen zijn. Deze condities hebben zijn in dit boek uitgebreid besproken.

Of dit ook zal gebeuren hangt af van het feit of de partners vertrouwen in elkaar zullen gaan krijgen, want vertrouwen kan niet worden afgesproken en al helemaal niet worden vereist. Het hangt ook af van de flexibiliteit waarmee we met de nieuwe situatie zullen omgaan. Kunnen we meegaan met veranderingen? Kunnen we onze fixaties loslaten? Zijn we nieuwsgierig naar wat er zal gebeuren? Staan we open voor de nieuwe dingen die we zullen ontdekken? Het hangt er tevens van af of de partners bereid zijn in een bepaald opzicht afhankelijk van elkaar te zijn, want dat zijn ze per definitie. We hebben elkaar immers nodig als gevolg van de beslissing die we met elkaar hebben genomen.

De voorbereidingen, de inzet, de voorzorgsmaatregelen, de strategieën, de persoonlijke waarheid en de persoonlijke inventaris kunnen geen voorwaarden of eisen inhouden en ze kunnen geen algemeen geldende richtsnoeren zijn. Nogmaals, het zijn ‘slechts’ de condities waarvoor we zorg kunnen dragen. Daardoor omringd zal blijken of en hoe het mogelijk is om met elkaar te leven.

Het is aan te bevelen op geen enkel resultaat uit te zijn. Een van tevoren, vooral uitdrukkelijk bepaald resultaat betekent vrijwel zeker dat je geen oog hebt voor andere mogelijkheden. Bovendien is het gevaarlijk. Het is vragen om teleurstellingen en moeilijkheden. Ons een dergelijk ‘standpunt’ eigen maken, is niet makkelijk. Maar omdat we niet alles kunnen voorzien, in de hand hebben en kunnen plannen, zit er niets anders op. Vaak komen dingen wanneer je die helemaal niet verwacht en die bovendien niet voor de hand liggen. Het beste dat we kunnen doen is onze eigen bedoelingen en behoeften duidelijk maken en die van de ander leren kennen, zodat we zoveel mogelijk op elkaar afgestemd kunnen raken, en dan gewoon zien hoe het gaat. Het is soms zelfs raadzaam niet ons best te doen. Dat is geen nonchalance, noch een houding van we-zien-wel-waar-het-schip-strandt of wat-maakt-het-uit-als-je-toch-niets-van-tevoren-kunt-weten. Het betekent ook niet dat we op onze strepen kunnen gaan staan en vast kunnen houden aan de ideeën die we in ons hoofd hadden of hebben. Het is een meegaan met de dingen zoals die zich aan ons voordoen. Dat is het beste wat we kunnen doen. We kunnen beter uitgaan van het feit dat het meegenomen is als het goed gaat, voor zolang het duurt, en daarvan genieten. Genieten is iets wat vanzelf gaat, daar hoeft niet iets voor te worden gedaan.

Er zijn altijd mogelijkheden om een – voor beiden – ongewenste kwestie te bezien en samen te bespreken. We kunnen elkaar eenvoudig duidelijk maken dat we niet van plan zijn de ander als persoon af te wijzen vanwege dingen die niet combineerbaar zijn of tegenvallen. Dat alleen is voldoende. Wel kunnen bepaalde dingen zo’n effect hebben dat het samenleven uiteindelijk niet meer mogelijk blijkt, en daar is dan niets aan te doen. Het kan net zo goed wel als niet goed uitpakken.

Alle paren die in dit boek zijn besproken, hebben te maken (gehad) met wat hierboven beschreven is. Ze zijn in een proces beland dat hun onbekend was en dat hun ook niet bekend kón zijn. Ze zijn in aanraking gekomen met onverwachte veranderingen en typerende moeilijkheden. Ook en tegelijkertijd zijn ze geconfronteerd met de onvermoede mogelijkheden en oprechte verbazing daarover. Zij hebben allen iemand getroffen die ze niet kenden. Sommigen van hen zagen zich geconfronteerd met een  vasthoudendheid, die niet bleek te werken omdat een van beiden te gefixeerd was op het resultaat. Zo’n situatie vergt flexibiliteit en het vermogen zich, voor zover dat mogelijk is, aan te passen. En dit vraagt weer om inventiviteit en een zekere slimheid. Bij iedereen zal het zo gaan. Het is niet anders.

 

Mochten we besluiten weer terug te keren naar een leven alleen, dan is het goed te weten dat het vertrouwen dat we in de combinatie hadden altijd terecht was. Anders waren we er immers niet aan begonnen. We hebben er alles aan gedaan, meer konden we niet doen.

Mocht het, doordat we steeds handiger worden in het onderhandelen en we vast overtuigd zijn van de vele mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben, blijvend goed gaan en aangenaam verlopen, dan hebben we evenzeer terecht vertrouwd.

 

Laten we die kabouters dus rustig hun gang gaan en ons er niet te veel mee bemoeien.

 

 

Sophie de Wijn

 


Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.

*


Naar boven